European Media Partner

Mentale gezondheid vraagt om collectieve verantwoordelijkheid

Het afgelopen jaar was voor veel Nederlanders een mentale slijtageslag. Het aantal mensen met mentale problemen is flink toegenomen en vooral onder jongeren is de nood hoog. “We moeten daar met zijn allen meer aandacht voor organiseren.”

Uit de jaarlijkse uitvraag onder de leden van de GGZ blijkt dat er steeds meer jongeren aan de bel trekken naar aanleiding van mentale problematiek. “En het zijn er niet alleen meer, maar de problematiek is ook heftiger”, vertelt Jacobine Geel, bestuursvoorzitter bij GGZ Nederland. “We zien bij 30 tot 60 procent meer crisisaanmeldingen. Dat zijn allemaal jongeren met ernstige problematiek, maar daarnaast zien we ook een toename in de reguliere vraag naar geestelijke gezondheidszorg. Zeker in het afgelopen jaar zijn jongeren steeds meer in de knel gekomen. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die meer dan ooit slachtoffer of getuige waren van huiselijk geweld. De melden zich nu steeds vaker bij de GGZ, en dat is pas het puntje van de ijsberg.”


Voordat iemand zich bij de GGZ komt melden, heeft deze vaak al langere tijd last van mentale problemen. “Dat de toestroom naar de hulpdiensten is toegenomen zegt natuurlijk iets over de toename van het aantal mensen met psychische klachten in de gehele samenleving”, vertelt Geel. “Mensen kloppen pas bij de GGZ aan als ze het zelf echt niet meer aankunnen, maar dan hebben ze al veel langer klachten. Als je eenmaal zo ver bent dat je hulp gaat zoeken heb je vaak te maken met complexere klachten waar je lang last van kan houden. Daarom moeten we het voorveld beter in gaan richten om te voorkomen dat men uiteindelijk bij de GGZ terechtkomt. Gelukkig zien we nu dat, mede door corona, de aandacht voor mentale gezondheid toeneemt. Zo is mentale weerbaarheid bijvoorbeeld ook opgenomen in het preventieakkoord.”


Preventie kunnen we op allerlei verschillende manieren vormgeven, vertelt Geel. “Je kan bijvoorbeeld kijken wat scholen daar aan kunnen doen, bijvoorbeeld met mentale gymnastiek, maar we moeten ook nagaan of er wel voldoende uitlaatkleppen zijn voor jongeren. Kunnen ze ergens terecht voor onderling contact? Dat geldt eigenlijk voor iedereen, je moet voldoende contact kunnen leggen.” Daarnaast ligt er ook een opgave voor bedrijven. “Mensen zijn niet alleen maar efficiënt. Daar moeten we oog voor hebben en ook organiseren. We zien steeds vaker dat mensen niet mee kunnen komen in de maatschappij en tegen een burn-out aanlopen. Als we straks de economie weer op moeten bouwen zullen we dat alleen maar meer gaan zien en daar moeten we voor waken. Uiteindelijk kost het ons als maatschappij veel meer geld als mensen met een burn-out thuis komen te zitten.”


Preventie is daarom ook een collectieve verantwoordelijkheid. “Niet iedereen heeft de middelen om het zelf op te lossen”, vertelt Geel. “Daarmee gaat dit verhaal dus niet alleen over zorg, maar ook over politiek. We moeten ook kijken hoe we zaken georganiseerd hebben en wat we van mensen vragen. Misschien is het verdienmodel in de afgelopen jaren wel teveel leidend geworden en gaat dat uiteindelijk ten koste van de mentale gezondheid. Uiteindelijk moeten we samenwerken om tot een oplossing voor deze uitdaging te komen.”


De context doet er namelijk ontzettend toe, stelt Geel tot slot. “We weten bijvoorbeeld ook dat het bij jongeren met problemen het beste werkt als je het hele gezin daarin meeneemt, want er is altijd een onderlinge dynamiek. Je moet met het hele samenspel, werk, gezin, sociaal domein et cetera aan de gang gaan om een blijvende verandering te realiseren. Je omgeving trekt een enorme wisselwerking op je mentale gezondheid, daar moeten we rekening mee houden. Er is dus een enorme rol weggelegd voor de gehele samenleving. Iedereen draagt zijn verantwoordelijkheid voor de mentale gezondheid in Nederland.”

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles