Weekly News

Wie knoopt het EPD aan elkaar?

Het landelijke EPD is er nooit gekomen en met de opvolger daarvan is ook van alles mis. De administratieve last voor artsen is veel te hoog en eenvoudige uitwisseling van gegevens is onmogelijk. Het wordt daarom tijd dat de politiek dit dossier gaat stroomlijnen. “De urgentie is duidelijk en ons geduld raakt op.”

“Medisch specialisten zijn 2 dagen van de week bezig met administratie; tijd die we liever aan de patiënt besteden.”

Het leek zo’n goed idee tien jaar geleden. Met een landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD) zou elke zorgverlener uit een centrale database de gegevens van elke patiënt kunnen lezen. De voordelen zijn evident. Iedere arts, zelfs bij spoedgevallen, is altijd op de hoogte van de laatste medische gegevens. De bezwaren waren echter ook direct duidelijk en zijn samen te vatten in één woord: privacy. Genoeg redenen voor de Eerste Kamer om er in 2011 een streep door te zetten.


Niet dat het EPD nu helemaal geschiedenis is, integendeel. Ziekenhuizen zijn ieder voor zich aan een eigen EPD gaan bouwen, iedereen wil namelijk van de papieren dossiers af. En ja, als dat dossier toch online beschikbaar is, willen de artsen het ook makkelijk kunnen uitwisselen met huisartsen of specialisten in een ander ziekenhuis. En daar beginnen de problemen, zegt Marcel Daniëls, cardioloog bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis en voorzitter van de Federatie Medisch Specialisten.


“Het lokale EPD helpt natuurlijk enorm om alle patiëntgegevens bij elkaar te hebben, maar de gebruiksvriendelijkheid kan in het algemeen zeker beter”, zegt Daniëls. “Alles moet meteen genoteerd worden in het EPD, aanvragen voor vervolgonderzoek lopen via het EPD, en er zijn dusdanig veel ‘vinkjes’ te zetten dat je in het contact met de patiënt te veel met het beeldscherm bezig bent. Administratie hoort er uiteraard bij, maar uit onze enquête bleek dat medisch specialisten 40 procent van hun tijd hieraan besteden. Twee dagen per week! Dat is toch echt een dag te veel. Hierdoor gaat veel tijd verloren die de dokter liever aan de patiënt had willen besteden.” 


Ook de uitwisseling van patiëntgegevens is een probleem. “Er is geen koppeling tussen systemen, zelfs niet als ziekenhuizen hetzelfde systeem gebruiken. Dus moeten artsen samenvattingen maken en deze versturen. Daar staan dan natuurlijk net niet de details in die je wil, dus blijf je bellen.” En bij spoedeisende hulp, vraagt u zich af? Daniëls: “Dat zijn de enige plaatsen in Nederland waar nog een fax staat, om de patiëntgegevens te versturen. Dat moet toch anders kunnen?”


Daniëls zegt dat de artsen niet alsnog naar een landelijk EPD streven. “Ieder ziekenhuis en huisarts heeft nu zijn eigen systeem,” zegt hij, “maar de koppeling van systemen moet technisch mogelijk zijn. Dat betekent dat er standaardisering van de opbouw van gegevens moet zijn.” Hij wijst naar Estland als voorbeeld. “Daar is het zo geregeld dat een toetreder tot de zorgmarkt moet voldoen aan een aantal eisen, onder andere dat interfaces kunnen worden gekoppeld.”


De urgentie is duidelijk en het geduld raakt op, aldus Daniëls “Zeker nu steeds meer ingrepen niet meer in elk ziekenhuis plaatsvinden en goede overdracht van gegevens belangrijker wordt.” Wat hem betreft is het aan de politiek om in actie te komen. “Kennelijk doen fabrikanten dit niet uit zichzelf, en is er meer nodig dan een roep van dokters. Dus Nederland, help ons en regel het!”

Feit

Ook in de Tweede Kamer bestaat ergernis over de moeizame uitwisseling van patiëntengegevens. De Kamer heeft in juni een motie van GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet aangenomen om de digitale uitwisseling tussen zorgverleners in 2020 mogelijk te maken. De motie volgde naar een Kamerdebat in mei over het actieplan (Ont)Regel de Zorg, waarin het ministerie van VWS gevraagd werd meer actieve rol hierin te nemen.

Delen

Journalist

Mark van der Heijden

Related articles