European Media Partner

‘Water is een goede businesscase’

Door de klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden en stijgt onze zeespiegel sneller. Dat heeft grote gevolgen voor ons land en onze Nederlandse steden. En daar moeten we dus rekening mee houden.

Door extreme regenval, langdurige droogte en extreme hitte worden onze steden minder leefbaar. Dit zorgt nu al voor reële risico’s op omvangrijke schade aan gebouwen, infrastructuren, openbare ruimte, gezondheid en economie, aldus deltacommissaris Peter Glas.  “Onderzoek laat zien dat de schade van klimaatverandering in het buiten- en het stedelijk gebied tot 2050 kan oplopen tot maximaal 173,6 miljard euro als we niets doen. Het is ontzettend belangrijk om grote schade zo veel mogelijk te voorkomen. Daarom hebben we als overheden ook afgesproken dat onze steden in 2050 ‘klimaatbestendig en waterrobuust’ zijn ingericht. Met deze opgave moeten we nu beginnen.”


We willen toewerken naar veilige en duurzame steden, welke rol speelt water hierin?

“Een enorm belangrijke rol, ik verwacht dan ook dat ons nog grote veranderingen te wachten staan. In een delta als Nederland moet je je altijd wapenen tegen de gevaren van het water, maar we moeten er ook mee leven. Water en Nederland zijn met elkaar verbonden en water biedt ons heel veel. In de stad is dat natuurlijk niet anders. Niet alleen voor de leefbaarheid van de stad, maar ook als grondstof voor veel economische activiteiten”


Tegen welke uitdagingen lopen we momenteel aan?

“Als we kijken naar de veranderingen dan zien we dat de zeespiegel al eeuwen stijgt. Lange tijd ging dat met zo’n twee millimeter per jaar, maar op een aantal plekken in de wereld is dat inmiddels verdubbeld en stijgt de zeespiegel al met vier millimeter per jaar. Als de aarde nog verder opwarmt en de poolkappen nog sneller smelten zal de zeespiegel sneller blijven doorstijgen. Daar moeten we op anticiperen door verschillende scenario’s op te stellen. Er zijn namelijk wetenschappers die uitgaan van een stijging tot een meter in 2100, maar ook wetenschappers die denken dat het meer zal zijn. Met die bandbreedte rekenen we dan ook. En na 2100 houdt het natuurlijk niet op.  Daarom moeten we nu flexibiliteit inbouwen, zoals zones waar we in de toekomst dijken kunnen verbreden, maar die we in de tussentijd multifunctioneel kunnen benutten en moeten we ruimte creëren die we in de toekomst nodig hebben.”


En verder?

“Daarnaast krijgen we ook steeds vaker te maken met weersextremen. We zien een toename van het aantal extreme regenbuien, maar we krijgen ook steeds vaker te maken met grote hitte en droogte. Honderd jaar geleden hadden we misschien één tropisch dag per jaar, nu is het vaak een hele week tropisch warm. In de stad loopt de warmte nog veel verder op, het kan er wel tien graden warmer zijn dan buiten de stad. Onze steden zijn er simpelweg niet op ontworpen, dus dat leidt tot schade, overlast en ongemak.”


“Voor overmatige regenval geldt eigenlijk hetzelfde: onze steden zijn er niet op voorbereid. Waar vroeger een weg liep met stoepen en putten is nu een winkelcentrum neergezet. We hebben het volledig glad gemaakt en betegeld, met hier en daar een plant in een pot. Als daar in een paar uur vijf centimeter regen op valt, dan kan dat niet weg. Het water loopt dan kelders of winkels in, wat zorgt voor flinke schade.”


Daar komen natuurlijk ook flinke kosten bij kijken…

“Zeker. En de vraag is dan wie daarvoor de verantwoordelijkheid gaat dragen. Met de Klimaatschadeschatter van het Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie kan je per gemeente precies zien hoeveel schade de klimaatverandering reeds aangericht heeft. Dat is al behoorlijk en als we niets veranderen dan zal dat alleen maar verder oplopen. Vanuit het Deltaprogramma investeren we hier in, maar we rekenen er op dat mede overheden en particulieren er ook hun voordeel mee gaan doen. Want inspelen op klimaatverandering kan niet alleen schade voorkomen, het kan ook iets opleveren.”


Wat is er nodig om die uitdagingen het hoofd te bieden?

“We gaan bijvoorbeeld zien dat bij elke investeringsbeslissing in nieuwbouw, maar ook bij herstructurering en onderhoud, duurzaamheid een belangrijke rol gaat spelen. Heel veel vastgoed gaat de komende tijd een nieuwe bestemming krijgen en ook de manier waarop wij onze kantoren gebruiken en inrichten kan zomaar veranderen. Bij dat soort investeringen moet vanaf dag één gekeken worden naar de consequenties van klimaatverandering op de lange termijn. Als je kijkt naar Amsterdam, dan is het grootste gedeelte van de binnenstad 400 jaar geleden gebouwd. Alles wat we nu maken moet minstens net zo lang mee kunnen en moet dus aanpasbaar zijn aan nieuwe weersextremen die we nu nog niet kennen. We moeten dus toe naar een flexibele, adaptieve bouwwijze die het mogelijk maakt om op te schalen en steeds aanpassingen te doen. Dat is een flinke uitdaging voor stedenbouwkundigen, architecten en de bouw. Maar als we het hier kunnen, dan biedt dat ook mogelijkheden elders.”


Hoe bedoelt u dat?

“We zijn als Nederland altijd al bekend geweest om onze strijd tegen het water. Als we deze nieuwe uitdagingen ook het hoofd kunnen bieden dan biedt dat ook exportpotentie. Nederland kan een etalage zijn voor andere deltagebieden. Je moet het ook gaan zien als een positieve business case.”


Hoe gaan we deze uitdagingen oppakken? En wat is het belang van samenwerking hierin?

“Dat is ontzettend belangrijk, geen enkele partij kan dit alleen. Het vraagt echt om een samenwerking tussen het bedrijfsleven en de overheid. Elke keer als we een schop in de grond steken moet er rekening gehouden worden met water, want water is niet langer vanzelfsprekend. De branche moet dan ook aan tafel zitten bij gebiedsontwikkeling, om te zorgen dat er rekening gehouden wordt met het belang van water. In 2050 zouden we dan een stad moeten hebben die veel groener is, en daarmee veel leefbaarder. Dat begint op het dak. Groene daken houden water vast, als je deze langzaam leeg laat lopen belast je de riolen minder. Ook wordt de stad hiervan koeler en als je het voorziet van beplanting is het ook nog eens goed voor de biodiversiteit. Maar dit soort oplossingen moeten dan wel vanaf dag één op tafel liggen.”


Hoe draagt het deltaprogramma hieraan bij?

“Vanuit het deltaprogramma dragen we bij aan drie doelen, waterveiligheid, voldoende zoetwaterbeschikbaarheid en ruimtelijke adaptatie. Wij helpen onder andere bij de bewustwording omtrent deze onderwerpen. Dat doen we niet alleen omdat we een tweede Watersnoodramp willen voorkomen, maar ook omdat water voor onze economie en leefbaarheid onmisbaar is. Achter de dijken wonen tien miljoen mensen, die werken daar. Als we daar geen rekening mee houden gaat dat allemaal verloren. Daarom moet ook de private sector meedenken. Wat kan je zelf doen om in je eigen omgeving bij te dragen aan minder kwetsbaarheid en betere leefbaarheid. Dat verdient zich ook terug, werken aan water is een goede businesscase. Het is een langzaam proces en we moeten tussentijds blijven aanpassen, maar uiteindelijk levert duurzaamheid een hele hoop op.”


Feit

Peter Glas studeerde biologie en Nederlands recht in Leiden. Zijn gehele carrière staat in het teken van water. Hij werkte als onderzoeker-consultant bij het Waterloopkundig Laboratorium in Delft, als senior beleidsambternaar bij het Directoraat Generaal Milieu van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en nogmaals bij het WL|Delft Hydraulics als regiomanager Centraal en Oost-Europa. In 2003 werd hij benoemd tot watergraaf van waterschap De Dommel. Sinds 1 januari 2019 is hij deltacommissaris van Nederland.

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles