European Media Partner
Michiel Steltman, Directeur van de stichting DINL DIGITALISERING

Waar datacentra zijn, ontstaat economische activiteit

Nederland als koploper in de digitale wereld. Een digitale mainport zijn voor de rest van de wereld. Dat is de missie van Michiel Steltman. “Wil je op de toekomst voorbereid zijn, dan heb je de overheid nodig. Maar die overheid doet bij lange na niet genoeg.”

Vanaf dag één van de lockdown vorig jaar was het de vraag: kon onze digitale infrastructuur het feit aan dat we allemaal gingen thuiswerken? Michiel Steltman, managing director van Digitale Infrastructuur Nederland, richtte er samen met andere organisaties een crisisteam voor in, maar het bleek een storm in een glas water. “Voor onze sector was het eigenlijk geen crisis. We zagen een toename in het internetverkeer die je een beetje kunt vergelijken met een druk Netflix-weekend. Het was voor ons business as usual. We hadden ons huiswerk blijkbaar gedaan.”


Maar Steltman is over één ding wel heel duidelijk: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. En als hij dan kijkt naar die toekomst, ziet hij twee dingen. “Ten eerste, als je kijkt naar onze economische toekomst en je afvraagt: waar gaan wij in Nederland over vijftien aan ons geld mee verdienen, dan is het evident dat dat voor een belangrijk deel moet komen van digitale bedrijvigheid.” En ten tweede? “De vraag die ik me dan stel is: doen we genoeg met elkaar om het ook allemaal zo goed te houden? Is het beleid zo dat we in een volgende crisis, waarvan ik natuurlijk hoop dat die er niet komt, de verder ontwikkelde digitalisering allemaal kunnen continueren? Dan is het antwoord: nee, niet bepaald nee, we doen zelfs het tegenovergestelde, dus dat gaat helemaal niet goed.”


Maar we zijn als Nederland toch juist sterk op het gebied van digitale infrastructuur?

“Ja, dat is zo. We zijn een van de digitale koplopers en dat is ook onze ambitie. We staan nummer vijf op de ranglijst in de wereld, 30 procent van de servers in Europa staat in Nederland, we hebben knooppunten, snelle verbindingen, dus op dit moment gaat het allemaal top. Tegelijkertijd is het dan dus de vraag: blijft dat zo? En daarop zeg ik: niet als de markt het in zijn eentje moet oplossen. Dat wordt ons wel gevraagd, maar we kunnen het niet zelfstandig. En als we aangeven dat we hulp nodig hebben, dan blijft het ijzig stil. Wil je op de toekomst voorbereid zijn, dan hebben we de overheid nodig. Maar die overheid doet bij lange na niet genoeg.”


Wat zijn dan onze zwakke schakels waarbij de markt de overheid nodig heeft?

“Dan heb je het voornamelijk over de intercontinentale zeekabels die binnen een aantal jaar buiten bedrijf zullen raken. Er is op dit moment geen enkel zicht op vervanging, laat staan uitbreiding. Als die kabels straks niet meer technisch rendabel zijn, hoe gaan we ons land dan met de buitenwereld verbinden? Die kabels zijn digitale handelsroutes en worden inmiddels aangelegd door de grote techreuzen. En die leggen ze niet meer naar Nederland, die kiezen voor andere Europese landen die er wel actief mee bezig zijn. Frankrijk en Noorwegen hebben inmiddels de voordelen gezien en die voeren een actief beleid om dat soort partijen aan te trekken. Zo raken we als Nederland onze positie als digitale hub kwijt.”


Wat zou dat betekenen als we die positie kwijtraken?

“Waar goede verbindingen zijn komen datacenters. Waar datacentra zijn, ontstaat economische activiteit. De nieuwe Adyens, Bookings en Thuisbezorgds zijn succesvol in landen waar zulke voorzieningen op orde zijn. Als die niet meer goed connected zijn met de rest van de wereld, vestigen ze zich niet in een datacenter in Nederland. Ons land wordt dan veel minder aantrekkelijk. ”


Nederland op de kaart zetten als digitale mainport is je missie. Hebben we daar een minister van Digitalisering voor nodig?

“Ja, absoluut. Er zijn steeds meer doorsnijdende thema’s. Thema’s die in alle dossiers terugkomen, of je het nou over de bouw, zorg of industrie hebt. Hebben we voldoende voorzieningen? Zijn de vaardigheden op orde? Is het allemaal veilig en betrouwbaar? Is er wel netjes met de data omgegaan? Hebben we voldoende standaarden, wet- en regelgeving? Dat kun je niet versnipperen over al die departementen, dat heeft de tijdelijke Kamercommissie Digitale Toekomst vorig jaar ook geconcludeerd.”


En, tot slot, als jij dat nou zou worden, wat zou dan je eerste wet zijn?

“Nou, er zijn wetten genoeg, dus daar zou ik me niet mee bezighouden. Ik zou me focussen op hoe onze digitale toekomst er nou precies uit komt te zien op basis van wat Nederland economisch wil bereiken. Ik zou zorgen dat mijn ministerie het beeld schetst van Nederland over tien of vijftien jaar zodat we daarna terug kunnen redeneren om de vraag welke voorzieningen daar dan bij horen te beantwoorden. Wat moet er dan over vijftien jaar echt goed op orde zijn om dat in te kunnen vullen? En dan kom je vanzelf op die verbindende thema’s waarmee de verschillende departementen uit de voeten kunnen om de digitalisering voor elkaar te krijgen.”

Feit

Michiel Steltman is directeur van de stichting DINL, de koepelorganisatie van de Nederlandse aanbieders van digitale infrastructuur. Hij is al meer dan 30 jaar werkzaam in de internationale wereld van IT en internet. Naast zijn werk voor DINL is hij lid van het forum standaardisatie, en project lead bij ECP. Voor ECP leidt hij diverse projecten op het gebied van online veiligheid en preventie en bestrijding van online abuse en cybercrime.

Delen

Journalist

Jerry Huinder

Related articles