European Media Partner

Verstedelijking: de drijvende kracht achter duurzame ontwikkelingen

Stadsbesturen realiseren zich dat ze de groei niet kunnen voortzetten door de 'Green Belt' weg te duwen.

De mensen die in steden wonen, zullen belangrijke beleidsmakers worden en uiteindelijk de drijvende krachten achter duurzaamheidsveranderingen, aldus Meiny Prins, CEO en mede-eigenaar van technologiebedrijf Priva. Zij stelt dat er elke drie maanden een nieuwe stad van negen miljoen inwoners zal ontstaan, in een lagergelegen deltagebied.

 

“Het zal niet stoppen bij 10 miljoen, het zal groeien tot 20 miljoen, of 50 miljoen”, zegt ze. “Mensen verhuizen naar die steden - en dat is belangrijk. Waar zal het groeien en waar wordt het uitgebreid? De mensen die daar wonen hebben schone lucht, veiligheid en gezond voedsel nodig. Die steden hebben een 'Green Belt' - dat is de gordel rond de stad waar voedsel wordt geproduceerd. Steeds meer stadsbesturen realiseren zich dus dat ze de (stedelijke woon)groei niet kunnen voortzetten door de Green Belt weg te duwen. Ze moeten deze integreren in de stedelijke gebieden.”

 

De afstand tussen wat we nodig hebben en wat beleidsmakers prediken wordt steeds groter, aldus Prins. “Dus, als elke stem een proteststem is, dan wordt de politiek gedwongen om te veranderen. Steden zullen ontdekken dat de kwaliteit van leven belangrijker wordt dan economische groei, omdat de mensen het niet meer zullen accepteren dat ze in slechte omstandigheden moeten wonen en werken. Steden zullen de drijvende kracht zijn achter duurzame oplossingen waarmee we onze planeet kunnen redden, samen met de ondernemers en consumenten in die steden.”

 

 “Ik ontdekte dat we 7.000 miljard dollar per jaar uitgeven om een systeem in stand te houden dat onze eigen planeet vernietigt, alleen voor de winst van 500 megabedrijven in de wereld die onze beleidsmakers beïnvloeden”, legt Prins uit. “Doordat Europa de Europese landbouw subsidieert, wordt in Afrika het Europese overschot aan geproduceerd voedsel tegen dumpprijzen op de markt gebracht. Dat betekent dat de tomaten uit Spanje daar goedkoper zijn dan de lokaal geteelde tomaten, waarmee de lokale boeren geen bestaansrecht meer hebben. Dus in plaats van landen het recht te geven om hun economische waarde uit hun landbouwontwikkeling te laten groeien, nemen we die waarde weg. En dan is er nog de verspilling.”

 

Volgens Prins zijn er grote veranderingen op komst in de manier waarop we omgaan met het milieu en onze omgeving, waaronder het leveren van een producten as a service, in plaats het aanschaffen van producten of systemen. Een andere transformatie die volgens haar de verandering stimuleert, is de komst van geavanceerde robotica, die de komende twee jaar zal plaatsvinden. Met behulp van de gegevens uit de computersoftware kunnen veranderingen worden doorgevoerd die leiden tot een besparing van 40-50% op het verbruik van gas voor verwarming. Dit kan enorme voordelen hebben voor de tuinbouwsector.

 

“Het is slechts een klein algoritme, en geen grote kostenpost om het toe te passen in een gebouw, en we kunnen enorme hoeveelheden energie besparen,” aldus Prins. “Zo kunnen we van ‘cloud pollution’ naar ‘cloud solutions’ gaan. Stel dat je overal lokaal fruit en groente kunt telen. Bedenk wat dat kan betekenen voor transport en afval – dat kan drastisch omlaag. En de business case is er. We kunnen het. Je kunt elke tomaat en vrijwel elk ander versproduct telen en verkopen in situaties die niet geschikt zijn voor het type kassenbedrijf zoals we dat vandaag de dag kennen. In moeilijkere klimaten kun je hier een winstgevende business van maken. En die ontwikkelingen gaan razendsnel.”

Delen

Journalist

Related articles