European Media Partner

Trombosezorg biedt nu ook digitaal alternatief

De Nationale Trombose Dienst (NTD) heeft met een uniek concept van trombose-zelfzorg een gemakkelijk en digitaal alternatief geïntroduceerd in de zorgwereld. Met dit concept kunnen mensen die Vitamine K antagonisten,  oftewel VKA’s (antistollingsmiddelen/bloedverdunners), gebruiken hun bloedstolling en dosering op afstand laten bewaken via internet. Dat kan onafhankelijk van tijd en plaats, zodat ze geen prikpost meer hoeven te bezoeken. 

‘Wij combineren de klassieke medische aandacht voor de client met nieuwe technologie’

Even een stuk historie. Dat maakt deze digitale ontwikkeling des te duidelijker. Er zijn in Nederland ongeveer 400.000 mensen met een verhoogd tromboserisico die VKA’s gebruiken. Lang verhaal kort: trombose betekent dat er in een bloedvat een bloedstolsel ontstaat. Dit stolsel kan langzaam groter worden en het bloedvat afsluiten. Om dat te voorkomen gebruiken patiënten zogenaamde antistollingsmiddelen. De werking van die middelen kan door allerlei externe factoren echter sterk variëren. Om het bloedbeeld duidelijk te maken, moeten patiënten eens per twee tot vier weken de stollingswaarde van hun bloed laten bepalen en ontvangen aan de hand van die waarde een doseerschema. Voorheen ging het leeuwendeel, dus al die 400.000, naar een prikpost, terwijl ook enkele duizenden mensen daarvan thuis of in een zorginstelling werden bezocht. Bijvoorbeeld omdat ze niet goed ter been zijn en hun deur amper nog uit kunnen komen. 


Een belangrijke verandering die optreedt, is dat er echter nieuwe medicatie voor patiënten beschikbaar komt. Al tientallen jaren zijn de meest toegepaste antistollingsmiddelen de VKA’s, de vitamine K antogonisten. Het voordeel van medicijnen die onder deze groep valt, is dat er veel ervaring mee is. Nadeel is, zoals we net ook al aanstipten, is dat ze wisselwerkingen kennen met andere medicijnen en dat de werking afhangt van het eet- en leefpatroon. Omdat het stollingsniveau niet altijd gelijk is, moeten patiënten regelmatig hun bloed laten prikken. Na controle wordt de dosis van de medicatie daarop aangepast.

Sinds enkele jaren zijn er nieuwe anti­stollingsmedicijnen beschikbaar, de NOAC’s (ook wel DOAC’s genoemd). Zonder al te veel op details in te gaan: net als VKA’s remmen zij de stolling van het bloed, maar NOAC’s zijn daarentegen veel gemakkelijker in gebruik dan klassieke antistollingsmiddelen. De bloedstolling is stabieler, je slikt een vaste dosering, en de controles door de trombosedienst zijn overbodig. Wel is controle van de nierfunctie nodig.


En dat heeft overduidelijk zijn consequenties. Waren er vroeger meer dan zestig trombosedienten, nu is dat aantal net even iets meer dan dertig, terwijl dat nog zal terugzakken. “Lokale vestigingen van trombosediensten zullen steeds vaker hun deuren sluiten of verhuizen. Door de digitalisering van de samenleving/beschikbaarheid van internet is het prima mogelijk om over te stappen naar digitale alternatieven”, introduceert Hugo Stoevelaar, directeur van De Nationale Trombose Dienst, de kwaliteit van zijn dienstverlening. 


Wat de NTD precies doet, is een laagdrempelige vorm aanbieden van zelfmeting voor trombosepatiënten. Met een eenvoudige vingerprik kunnen zij zelf hun stollingwaarde meten. Dat hoeft niet per se thuis, maar kan ook onderweg, op het werk of op de camping bijvoorbeeld. Wat de client daarbij nodig heeft, is toegang tot een computer/telefoon/tablet met een internetverbinding. De stollingswaarde wordt ingevuld op de beveiligde website, en nog diezelfde dag ontvangen cliënten een dosering via hun eigen elektronische dossier. Hugo Stoevelaar: “Dat werkt uiteraard een stuk gemakkelijker dan vroeg in de ochtend af te reizen naar een prikpost en daar te wachten tot je aan de beurt bent. Wij combineren de klassieke medische aandacht voor de client met nieuwe technologie. Het grote verschil met de reguliere dienstverlening van de trombosediensten is dat onze cliënten nu veel meer vrijheid, gemak en vooral service ervaren. Dit uit zich dan ook in bovengemiddelde waarderingen. Zie daarvoor ook Zorgkaart Nederland”

Er wordt zeker niet lichtzinnig omgesprongen met de zorg voor de cliënten. De medische kwaliteit van de adviezen wordt gewaarborgd doordat alles gebeurt door een zeer ervaren medisch team, onder de eindverantwoordelijkheid van een cardioloog. Na aanmelding doorloopt de NTD met de client de stappen die bij het zelfmeten van belang zijn. Dat proces bestaat uit een e-learning en een huisbezoek waarbij een verpleegkundige het vingerprikken uitlegt. “Bovendien kan de verpleegkundige ook beoordelen of iemand tot zelfmeting in staat is. Bij iemand die in een verpleegtehuis woont, is zelfmeting natuurlijk lastig, terwijl onze technologie dan prima toegankelijk is voor verzorgend personeel. Dat geldt ook voor medewerkers van de thuiszorg. Ook die kunnen heel gebruik maken van onze technologie. Dit noemen wij Geholpen Trombosezorg.”


Tot slot: belangrijk in deze context is de eigen verantwoordelijkheid van patiënten. Die moeten trouwen blijven aan de therapie en het doorgeven van informatie. Wat de NTD dan ook nadrukkelijk doet, is het volgen van cliëntgedrag. Een te hoge bloedstollingwaarde, of andere signalen, kan een indicatie zijn dat iets niet goed gaat. De NTD houdt wat dat betreft structureel een vinger aan de pols, terwijl de servicedesk 24 uur per dag beschikbaar is voor hulp. 

Voor meer vrijblijvende informatie of direct aanmelden voor trombosezelfzorg ga naar https://trombosezelfzorg.nl/.

Feit

In Nederland overlijden jaarlijks duizenden mensen aan de gevolgen van niet tijdig ontdekte trombose. Maar waar moet je nu eigenlijk op letten? Trombose komt meestal in de benen voor. Op zich is dit goed te behandelen, maar als je niets doet, kunnen de gevolgen ernstig zijn en zelf tot de dood leiden. Je moet vooral attent zijn als je been dik wordt of pijn gaat doen. Vaak gaat de huid glanzen, wordt deze roodpaars en zelfs (plaatselijk) warm.  

Delen

Journalist

Related articles