European Media Partner

Samen investeren in sterke steden

Aan het begin van de coronacrisis leek de wereld tot stilstand te komen. Straten, terrassen, winkels en kantoren bleven leeg. The electronic cottage van Alvin Toffler was veertig jaar naar dato in één klap werkelijkheid geworden. Was dit het einde van het publieke leven? Of keert het oude normaal snel weer terug? 

“Geen van beide, denken wij”, vertellen Desirée Uitzetter en Tobias Verhoeven, respectievelijk voorzitter en bestuurslid van Neprom. “Volgens ons zien we de ongekende versnelling van een aantal veranderingen die al gaande waren. Daardoor gaan we onze leefomgeving op een andere manier gebruiken. Al langere tijd groeit de aandacht voor de kwaliteit van onze leefomgeving, de kwaliteit van lucht en bodem, de waardering voor menselijk contact en gezondheid, ook in nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De coronapandemie heeft dit in een stroomversnelling gebracht. Door het noodgedwongen thuisblijven is het belang van een prettige woning in een aantrekkelijke woonomgeving eens te meer duidelijk geworden. Werken op afstand is in hoger tempo toegankelijk geworden voor grote groepen werknemers en online winkelen is een uitkomst gebleken voor wie niet de deur uit kan of wil. Maar hoe praktisch ook, contact via een scherm kan de behoefte aan echte ontmoetingen, aanraking en nabijheid niet vervullen.”


“Door het wegvallen van vanzelfsprekendheden rond reizen, werken, kopen en ontmoeten, zijn mensen bewuster gaan afwegen wat nodig is en wat er op een lager pitje kan. Zo hebben we kunnen ervaren dat we op een andere, minder milieubelastende, manier kunnen leven en werken. Met deze ervaring kunnen we kiezen wat we permanent willen veranderen en wat we slechts tijdelijk willen accepteren. Dit alles biedt ons een uitgelezen kans om ons nog sterker te richten op dat wat we als samenleving waardevol vinden. Welzijn neemt daarin een prominente positie in, materiële welvaart wordt minder belangrijk.”

 

Verhoeven: “Onze gebouwde omgeving speelt een niet te onderschatte rol bij de veranderingen waar we midden in zitten. Een groot deel van onze ontmoetingen speelt zich immers af in de centra van onze steden, wijken, buurten en dorpen, in gebouwen en gebieden die bestemd zijn voor werken, winkelen en vrijetijdsbesteding. Met de inzichten van nu zijn de investeringen daarin voor een deel achterhaald. We moeten daarom aan de slag om nieuwe kwaliteiten en functionaliteiten toe te voegen en gebieden en gebouwen anders in te richten. Als we dat goed en voortvarend doen, kunnen we heel veel winst boeken in het menselijk welzijn en in duurzaam waarde behoud.”


Sterke winkelgebieden zijn cruciaal voor de leefbaarheid van wijken, dorpen en steden, gaat Uitzetter verder. “Hier komen mensen en functies samen en staan de behoeften van consumenten of bezoekers centraal. Er moet serieus werk gemaakt worden van het compacter maken van de zwakkere gebieden die de vorige crisis nog nauwelijks te boven zijn gekomen. Door transformatie naar wonen en toevoeging van andere functies, zoals zorg-, maatschappelijke, culturele, onderwijs- en vrijetijdsvoorzieningen of werkplekken ontwikkelen deze winkelgebieden zich tot het hart van de wijk of de huiskamer van de stad en krijgen ze meer een functie als ontmoetingsplek dan als aankooplocatie. En kantoren moeten een prettige plek zijn om naartoe te gaan. Door de coronacrisis hechten werkgevers en werknemers nog meer waarde aan het bevorderen van gezondheid en interactie. In het gebouw leidt dit waarschijnlijk tot minder plekken voor individueel werk en meer ruimtes die samenwerken ondersteunen. Daarbuiten vergroten functiemenging, bijvoorbeeld met horeca, en de inrichting van de openbare ruimte de aantrekkingskracht van de werkplek. Net als bij kantoren, vraagt ook in winkelgebieden de buitenruimte nog meer aandacht dan voorheen: uitnodigend om te verblijven en te bewegen. Het creëren van aantrekkelijke loop- en fietsroutes met veel groen en natuur maakt tegelijk de stad beter bestand tegen extremere weersomstandigheden en draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit.”


Het lijken misschien utopische gedachten en het is zeker niet eenvoudig om de gewenste stedelijke kwaliteit te bereiken, stelt Uitzetter. “Maar niets doen is het recept voor functieverlies en daarmee verlies aan waarde van onze gebouwde omgeving. De burger is daar de dupe van, niet alleen als gebruiker van die stedelijke voorzieningen maar ook als eigenaar daarvan via onder andere pensioenfondsen en verzekeraars.”


Verhoeven: “Dit is het moment om door te pakken. Ontwikkelaars, beleggers en vastgoedfinanciers kunnen hun steentje bijdragen door slimme geïntegreerde oplossingen te bedenken voor de hiervoor geschetste opgaven, door de actuele kennis over klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulair bouwen en dergelijke toe te passen, door te investeren in innovaties zoals emissievrij bouwen en door het proces van verandering mede te organiseren. Maar we kunnen het niet alleen. Alleen samen kunnen we onze gebouwde omgeving aanpassen aan de veranderingen in onze samenleving. We hebben iedereen nodig: bewoners en gebruikers, ondernemers, gemeenten, beleggers, banken, ontwikkelaars en alle anderen die zich betrokken voelen bij de kwaliteit van de centra van onze steden, wijken, buurten en dorpen. We moeten - juist nu - samen investeren in sterke steden, die meer gericht zijn op ontmoeting en gezondheid en die bijdragen aan het versterken van natuur en milieu. Kortom, steden waar het welzijn van de mens centraal staat!”

Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles