European Media Partner

Plastic niet altijd de grote boosdoener

Babette Porcelijn, Siem Haffmans en Jeroen Verbrugge zitten bij elkaar om boven tafel te krijgen waar daadwerkelijk het probleem zit rondom de plastic verpakking. De drie experts hebben ieder een andere invalshoek. Porcelijn concretiseert ‘onze’ impact op de planeet. Haffmans bekijkt deze impact meer proces en systeem gerelateerd en Verbrugge heeft hier als directeur van een ontwerpbureau dagelijks mee te maken. 

Verbrugge: “Het ontbreekt vaak aan data en er is op dit moment een hetze aan de gang tegen de verpakkingsindustrie. Sommige experts beweren zelfs dat al het plastic weg moet. Terwijl die geïsoleerde aanname uiteindelijk alleen maar het milieu zal schaden. Het probleem is heel vaak de inhoud en niet de verpakking.” 


Negentig procent van de milieu impact zit in het product dat verpakt wordt en dus tien in de verpakking. Soms zelfs nog minder. Dit onderwerp verdient het dus echt om besproken te worden, aldus Verbrugge. “Verpakkingen hebben ook een belangrijke functie. Als je een vers gesneden salade niet verpakt dan kun je hem binnen een dag weggooien, verpakt kun je hem drie dagen bewaren. Je kunt je afvragen of we dan misschien onze salade en tomaten bij de groenteboer zelf moeten gaan afsnijden.” Dat is een mooi doel, maar alleen haalbaar voor diegenen die daar tijd voor hebben, aldus Haffmans. Volgens Porcelijn moet wij onszelf eerst afvragen waar de echte grote impact in zit. “Bij een stukje vlees heeft de verpakking minder dan één procent van de impact op het milieu. Wanneer je dus met je eigen bakje naar de slager gaat en nu denkt heel goed bezig te zijn, mis je waar de echte slagkracht zit, namelijk je vleesconsumptie. Zolang het plastic bakje niet terecht komt in het milieu en je het weggooit, bij voorkeur in de plastic afvalbak, is de schade voor het milieu gering.” 


Als er verpakkingen ongecontroleerd terecht komen in het milieu, dan wordt het een echt probleem. Daar moet iets aan gedaan worden, volgens Porcelijn. “Niet alleen in de oceaan. Dit is gehypet door de media en slechts het topje van de ijsberg. Het komt vooral terecht onder het zeeoppervlak, op de bodem, maar ook in de bodem en het grondwater. Het werkt beter om het bij de bron aan te pakken en ervoor zorgen dat het niet in het milieu terecht komt.” 


Plastic is heel goed te recyclen. Het kan een grondstof worden voor een nieuw product, aldus Verbrugge. “In principe is kunststofafval kostbaar. Het is verrijkte olie, die je vaak twintig keer kunt hergebruiken. Het is eigenlijk heel mooi materiaal en vaak minder vervuilend dan papier. Men krijgt nu papieren tassen in de winkels in plaats van plastic tassen. Van de papieren tassen wordt ten onrechte gedacht dat deze altijd beter zijn voor het milieu, dat zijn ze pas als zij meer dan vier maal hergebruikt worden. Het is aan de overheid om de consument te voorzien van de juiste informatie.” 


Een ander probleem, volgens Haffmans, is dat er nu goed apart plastic en kunststof wordt ingezameld, maar dat nog te weinig echt wordt recyclet. “Bedrijven moeten, wanneer zij aangeven dat hun producten recyclebaar zijn, bijvoorbeeld ook zelf hun product van gerecycled materiaal maken”.


Een verpakking van een chocoladereep heeft na opening een negatieve waarde. Zeker wanneer het op straat terecht komt. Het opruimen van onze rotzooi kost zoveel dat, als we het voorkomen, het geld kunnen gebruiken voor het financieren van recycling. Vanzelf gaat het niet, er moeten economische prikkels komen om recycling aantrekkelijker te maken, aldus Haffmans. Porcelijn: “Rekeningen door milieuschade betaalt de maatschappij, en niet de vervuiler zelf. Dat is een gemiste kans. Als je alle negatieve impacts op het milieu zou gaan beprijzen is het ineens heel duur om plastic in de natuur te gooien. Dan wordt ook milieuvriendelijk produceren en geen afval meer in de natuur achter laten economisch aantrekkelijker.” 


Alle bedrijven zijn zich ontzettend bewust van het feit dat we naar een duurzamere verpakkingsindustrie moeten. Dit kan alleen succesvol zijn indien dit keten breed wordt aangepakt. Producenten, ontwerpbureaus, retailers, overheid, gemeenten, recyclers en consumenten op één lijn op zoek naar systeemverandering. Minder verschillende kunststoffen gebruiken, vervangen van single-use verpakkingen door herbruikbare verpakkingen, statiegeld als instrument inzetten en consumenten informeren. De hele keten moet het probleem integraal aanpakken, sluit Verbrugge. 

Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles