European Media Partner
Gerard Schouw GEZONDHEID

‘Over tien jaar moet Nederland dé medicijnhub van Europa zijn’

De coronapandemie zette de Life Science & Health sector op zijn kop. Nog nooit eerder werd er zo snel een vaccin ontwikkeld. En dat was ook nodig, want de cijfers rond economische groei en werkloosheid liegen er niet om.


Volgens Gerard Schouw, algemeen directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, bieden de ontwikkelingen rondom het coronavaccin mooie kansen voor de Life Science & Health sector in Nederland. “Als ik kijk naar de hoeveelheid bedrijven die nu al een vaccin klaar hebben liggen dan geeft dat hoop voor de toekomst. Het laat zien hoe snel we iets uit kunnen rollen als we er met zijn allen de schouders onder zetten.”

Hoe gaat het met de geneesmiddelenindustrie in Nederland?

“Eigenlijk gaat het best goed met de geneesmiddelensector in Nederland, het groeit en bloeit. Er zijn meer dan 30 geneesmiddelenhubs verdeeld over het land en ze groeien allemaal als kool. We zien ook dat er steeds meer politieke aandacht voor de sector komt en dat helpt natuurlijk enorm.”


Waarom is het zo belangrijk dat deze sector floreert en dat we hierin investeren?

“We willen Nederland gezond houden, en dan is het wel zo fijn als Nederlanders ook zo snel mogelijk gebruik kunnen maken van geneesmiddelen. Ook willen we het verdienvermogen van Nederland verhogen. De Life Science & Health sector is een belangrijke, kennisintensieve sector die we hiervoor kunnen gebruiken. De komst van de European Medicines Agency (EMA, red.) naar Nederland is ook een belangrijke magneet geweest voor de sector en heeft veel bedrijven en kennis naar Nederland getrokken. Als derde kunnen we hierdoor ook de focus leggen op duurzaam ondernemen om zo tot een duurzamere en schonere farmaceutische sector te komen. Eigenlijk zijn dat de drie belangrijkste aanjagers. Momenteel is de branche al goed voor ruim 65.000 banen en 8 miljard euro aan exportwaarde, maar hier valt nog meer te winnen.”


Waar liggen de uitdagingen in de branche?

“Ik denk dat we moeten zorgen dat we nog hoogwaardiger, innovatief onderzoek kunnen doen in Nederland. Ook is het belangrijk dat we gaan snijden in de bureaucratie rondom de farmaceutische industrie. We moeten kortere lijnen realiseren waardoor veranderingen en ontwikkelingen sneller doorgevoerd kunnen worden. Om dat te realiseren is publiek-private samenwerking van groot belang. Je moet zorgen dat bedrijven en kennisinstellingen op een goede manier kunnen samenwerken, met hulp van de overheid. Alleen dan kunnen we blijven concurreren met het buitenland.”


Welke stappen zouden we kunnen nemen om deze uitdagingen het hoofd te bieden?

“Wat we eigenlijk het liefste zouden zien is dat er in het volgende kabinet een minister komt voor Life Science & Health. Een minister die ervoor gaat zorgen dat gezondheid en ondernemerschap hand in hand gaan. Daarvoor is het ook belangrijk om handelsmissies verder te versterken, want daarmee haal je bedrijven en kennisinstellingen naar Nederland. Ook is het belangrijk dat er meer geld beschikbaar komt voor onderzoek naar de meest voorkomende ziekten (dementie en kanker, red.). Dat is niet alleen goed voor de patiënten zelf, maar ook voor Nederland als geheel. En we moeten blijven investeren in het aantrekken en de beschikbaarheid van talent. Zonder goede mensen lukt het simpelweg niet.”


Heeft de pandemie de ontwikkelingen in het afgelopen jaar in de weg gestaan of juist ook geholpen?

“De COVID-19 pandemie heeft de ontwikkelingen verder in een stroomversnelling gebracht omdat een paar dingen ineens heel belangrijk zijn geworden. Allereerst zijn we het belang gaan inzien van preventie. Vooral bij zo’n virus als COVID is het belangrijk dat er een goed vaccin komt waarmee we kunnen voorkomen dat mensen ziek worden. Dat heeft er ook toe geleid dat het klinisch onderzoek versneld is. Voor het coronavaccin werd al veel sneller onderzoek gedaan bij echte patiënten om te kijken of het geneesmiddel of vaccin helpt of niet. De pandemie heeft duidelijk gemaakt dat er in Nederland veel onnodig lange procedures zijn, waardoor de productie vaak naar het buitenland ging. Door de COVID-pandemie hebben we dit heel snel kunnen veranderen. We willen voor dit soort grote zaken namelijk niet afhankelijk hoeven zijn van andere landen.”


Hoe hebben we dat bij het coronavaccin gerealiseerd?

“Nou, er heeft wel een wonder plaatsgevonden. Heel veel grote farmaceutische bedrijven hebben enorm geïnvesteerd in de ontwikkeling van een vaccin, dat is bij iedereen topprioriteit geweest en daarvoor zijn alle krachten ook gebundeld. Ook is de productie van het vaccin parallel aan het testen en beoordelen van het vaccin op gang gekomen, dat is nog nooit eerder gebeurd. Inmiddels zijn er al meerdere partijen die hun vaccin ter goedkeuring hebben voorgelegd aan de EMA. Het lijkt erop dat we snel kunnen beginnen met de uitrol van een vaccinatieprogramma.”


Wat is uw visie op 2021?

“Waar we dus naartoe willen werken is dat Nederland dé medicijnhub van Europa is, , maar dat is de stip op de horizon. Voor we daar zijn moet er één en ander gebeuren. Als je kijkt naar wat we volgend jaar willen doen, dan is dat in de eerste plaats ervoor zorgen dat Life Science & Health, en het belang van deze sector, goed in het regeerakkoord worden opgenomen. Dat is toch de basis voor goed beleid. Ook hoop ik dat er na de uitrol van wereldwijde vaccinatieprogramma’s tegen COVID-19 weer handelsmissies plaats kunnen vinden, zodat we bedrijven kunnen aantrekken. Als we daar vol op inzetten en in de sector blijven investeren zijn we over tien jaar hopelijk de medicijnhub van Europa.”

Feit

Gerard Schouw is sinds 2015 algemeen directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, de brancheorganisatie voor in Nederland gevestigde farmaceutische bedrijven die zich bezighouden met geneesmiddelen ontwikkeling. Zij zetten zich in voor innovatie in de farmaceutische industrie.


Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles