European Media Partner

‘Onze hersenen zijn liever lui dan moe’

Meer bewegen draagt bij aan een betere gezondheid en kan helpen obesitas tegen te gaan. We weten het allemaal, maar zo makkelijk als het klinkt, is het in de werkelijkheid vaak niet. En dat heeft alles te maken met onze hersenen.

Door het WHO is fysieke inactiviteit wereldwijd uitgeroepen tot een pandemie. Jaarlijks sterven zo’n 3,2 miljoen mensen aan de gevolgen van ziekten die voortkomen uit deze fysieke inactiviteit, zoals diabetes type twee en obesitas. “Zitten is het nieuwe roken, zeggen ze dan ook”, vertelt Erik Scherder, hoogleraar klinische neuropsychologie.


Als we kijken naar de invloed van beweging op obesitas, zijn er een aantal processen in onze hersenen die een bijdrage kunnen leveren, vertelt Scherder. “Bewegen alleen is niet genoeg om het obesitasprobleem op te lossen, daarvoor moeten we ook kijken naar voeding, maar vooral ook naar de impact hiervan op onze hersenen.”


Echter, bewegen kan wel een bijdrage leveren en je helpen je gezondheid te beschermen. En ook dat heeft alles te maken met de manier waarop onze hersenen bepaalde hormonen maken als we bewegen. “Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat als kinderen nadat ze een half uur stil gezeten hebben, drie minuten bewegen een hogere insulinesensitiviteit hebben dan kinderen die dat niet doen. En dat geldt ook voor kinderen met overgewicht. Beweging heeft een groot effect op de insulinehuishouding en dat is een belangrijk onderdeel in de bestrijding van obesitas en diabetes type twee, want insuline blokkeert de vetverbanding. Als je dus gevoeliger bent voor insuline, heb je minder insuline nodig en loop je minder risico op obesitas en diabetes type twee.”


De hersenen spelen een grote en voor een deel nog onbegrepen rol in obesitas. Zo wordt er in de hersenen van mensen met obesitas een grote hoeveelheid leptine aangemaakt. “Dat hormoon zorgt voor het verzadigingsgevoel”, vertelt Scherder. “Nou zou je dus denken dat mensen met obesitas sneller vol zouden zitten, omdat ze zoveel leptine aanmaken. Maar door die te grote hoeveelheid zijn ze ook resistent geworden voor leptine en daarom geeft hun brein geen seintje af om te stoppen met eten. Ook hier kan bewegen weer een rol spelen, want door te bewegen daalt de leptine weer, waardoor de gevoeligheid toeneemt en men dus weer een ‘vol’ gevoel krijgt. Daarnaast zorgt bewegen ook voor een verhoging van het adiponectine, een eiwit dat zorgt voor verzadiging. Al die stoffen hebben een effect op de hypothalamus. Een onderdeel van de hersenen dat de verzadiging regelt. Door te bewegen zit je dus sneller vol.”


Maar waarom gaan we dan niet gewoon meer bewegen? “Ja dat is een van de lastigste vragen, want dat vraagt om gedragsverandering”, vertelt Scherder. “Ook dat heeft weer te maken met je hersenen. Veel mensen hebben fijne momenten in hun dag en leuke dingen om naar uit te kijken, maar er is ook een grote hoeveelheid mensen die dat niet hebben. Zij hebben geen mooie dingen om naar uit te kijken, behalve dan die hamburger die ze voor één euro kunnen kopen. Daar zit namelijk veel vet en suiker in en vanuit de evolutie wil ons brein daar graag zoveel mogelijk van. Die hamburger geeft ons even een goed gevoel en als je dan gaat bewegen dan verbruik je die energie van die hamburger weer, dus dat ga je niet doen. Bewegen zit veel minder in ons systeem, daar heb je externe factoren voor nodig. Ons brein is namelijk liever lui dan moe, want dat was evolutionair gezien beter om je energie te sparen. Mensen met overgewicht kunnen daar dus helemaal niet zo makkelijk iets aan doen als wordt gedacht.”


Wat betreft bewegen weten we dus al een hele hoop over onze hersenen en hun invloed daarop, maar willen we de obesitaspandemie echt bestrijden is nog meer onderzoek nodig naar de manieren waarop we de processen in onze hersenen kunnen beïnvloeden, besluit Scherder. “Zeker ook wanneer het aankomt op de invloed van vet en suikers op onze hersenen, want daar is nog een wereld te winnen.”

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles