European Media Partner

‘Ons huidige landbouw- en voedselmodel is failliet’

Ons huidige voedselsysteem staat op springen. De aarde warmt op met de intensieve veehouderij en onze hoge vleesconsumptie als belangrijke oorzaken, we eten veel te veel suiker en bewerkte producten, en ook de boeren zijn zeer ontevreden.

Dat moet en kan anders, zo stelt Willem Lageweg, initiatiefnemer en directeur-bestuurder van de Transitiecoalitie Voedsel. “Uiteindelijk moeten we toe naar een gezond, duurzaam en transparant systeem zonder verborgen kosten en negatieve bijeffecten. Want zoals het nu gaat, kunnen we simpelweg niet verder.” 


Waarom is er een voedseltransitie nodig?

“Omdat het huidige landbouw- en voedselmodel vastloopt en eigenlijk failliet is. Het huidige model heeft ons veel goeds gebracht. Zeker in het Westen hebben we een rijk aanbod van gevarieerd voedsel tegen een lage prijs, dat is een verdienste van 40 à 50 jaar modernisering van de productie. Maar wat we nu vaststellen is dat de nadelige gevolgen voor milieu en volksgezondheid veel groter zijn dan gedacht. Boeren klagen over lage inkomens en grote afhankelijkheden en de burgers zitten met terechte vragen over de kwaliteit van voedsel, dierenwelzijn, landschap, biodiversiteit en CO2-uitstoot. Dan is er toch iets niet helemaal in de haak.”


Hoe bedoelt u ‘het model is failliet’?

“Als je alles door gaat rekenen blijkt dat er behoorlijk wat verborgen kosten zijn die niet door de consument, supermarkt of industrie betaald worden. Die kosten worden allemaal doorgeschoven naar de toekomst of naar de samenleving in de vorm van belastingen. Een recente studie van Boston Consulting Group leerde ons dat de Duitse landbouw 100 miljard euro verborgen kosten heeft. De toegevoegde waarde van de Duitse landbouw is 21 miljard. Die verborgen kosten zijn dus vijf keer zo hoog, maar uiteindelijk moeten ze wel betaald worden. Dat zijn bijvoorbeeld de kosten van uitstoot en van het verlies aan biodiversiteit.”


“In Nederland geldt eigenlijk hetzelfde. Als je kijkt naar de varkenshouderij dan zie je dat de kosten voor de milieuschade ruim 4 miljard euro zijn, terwijl de toegevoegde waarde van de varkenshouderij slechts 2,7 miljard is. Ook in de supermarkt zijn producten goedkoper dan ze eigenlijk zouden moeten zijn. Een kilo kippenvlees kost in de supermarkt zo’n 7 euro. Als je daar de kosten voor milieu- en klimaatschade aan toevoegt komt er € 1,80 (dus 28%) bij. Dat is dus hartstikke scheef. Het betekent niet meteen dat de consument alle meerkosten moet gaan betalen, maar wel dat er iets moet gebeuren om de milieuschade terug te brengen. Al die getallen illustreren dat het stelsel eigenlijk vastloopt of failliet is.”


Wat moet er dan veranderen?

“Dat is een hele grote vraag. Een systeem is afhankelijk van allerlei prikkels en gewoontes. De consument heeft bepaalde gewoontes die leiden tot voedingskeuzes. Het is heel moeilijk om bij de consument zomaar een verandering tot stand te brengen. Daarnaast is het systeem ook echt ingericht op prijsprikkels en markten. Veel produceren tegen een lage prijs, veel toevoegingen aan de landbouw om een hoge productie te krijgen. Dat verander je niet zomaar van de ene op de andere dag, zeker omdat het gaat om een mondiaal systeem.”


Waar moeten we beginnen?

“Als je kijkt naar wat er eigenlijk aangepakt zou moeten worden hebben we bij de Transitiecoalitie Voedsel een aantal speerpuntthema’s benoemd die verandering tot stand kunnen brengen. Allereerst die prijs. We zullen meer toe moeten naar true pricing door de werkelijke kosten in beeld te brengen en te zorgen dat ze in de markten worden opgepakt.  Dat betekent niet per se dat er een prijsverhoging plaats zal vinden, maar eerder dat alle partijen in de voedselketen hun best gaan doen om die verborgen kosten te vermijden. De productiekosten gaan waarschijnlijk wel iets omhoog maar er zijn ook grote besparingen mogelijk op bijvoorbeeld kunstmest, bestrijdingsmiddelen, transport, verpakkingen en verspilling.


Maar leidt dat niet tot nog meer onvrede bij de boeren?

“De boeren protesteren omdat ze klem zitten in het oude systeem, dus moeten we hen nieuwe perspectieven bieden. Er zijn allerlei boeren die al uit het systeem gestapt zijn en een eigen concept hebben. Natuurinclusieve en biologische boeren bijvoorbeeld. Allerlei varianten van vernieuwende boeren die proberen tegemoet te komen aan de kritiek. Die moeten we een stem geven en ondersteunen met onderzoek en ontwikkeling.”


En de consument dan, moet die niet ook zijn steentje bijdragen?

“Uiteraard, maar de consument wordt ook sterk beïnvloed door de aanbieders. Supermarkten, restaurants en cateringbedrijven maken keuzes waar hun consumenten op ingaan. We noemen dat de voedselomgeving. Het is belangrijk dat er meer beleid komt rondom die voedselomgeving. We kopen zo’n 75 procent van al ons eten en drinken in de supermarkt. Als zij niet alleen concurreren op prijs, maar veel meer op een gezond en duurzaam aanbod, dan gaat de consument hierin mee. Het is te simpel om de consument de schuld te geven, want de aanbieders maken het hen knap lastig om de juiste keuzes te maken.”


Hoe ziet de voedselketen er in een ideale wereld uit?

“Ideaal zou een landbouw- en voedselsysteem zijn zonder negatieve bijeffecten en met louter een positieve impact op de natuur, het klimaat en de boer. Maar die gedragsverandering tot stand brengen is heel moeilijk, zowel voor consumenten als voor alle spelers in de keten. Daar is een sterke overheid bij nodig met duidelijke doelen. Daarom is een sterke lobby bij de overheid heel belangrijk, zodat we dit ook echt kunnen gaan realiseren.”


Feit

Willem Lageweg heeft een lange loopbaan in de wereld van duurzaam en verantwoord ondernemen. Zo was hij tien jaar lang directeur van MVO Nederland en zit hij in de raad van toezicht bij onder andere het Institute for Positive Health en Max Havelaar. In 2016 was hij mede initiatiefnemervan de Transitiecoalitie Voedsel, waarvan hij sinds 2019 directeur-bestuurder is.

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles