European Media Partner

Nu is hét moment voor de windparken

Al een aantal jaren geleden zijn gesprekken gestart om de grote toename van energie uit windparken op zee samen te brengen met de industrie. Wind op zee is een van de grote trekpaarden van het aanbod hernieuwbare energie. De industrie is als grootverbruiker een interessant en logische afnemer. Als er geen afstemming tussen de toenemende vraag en het aanbod is bestaat het risico dat er niet meer geïnvesteerd wordt. En daarmee stagneert de verdere uitbreiding van windparken op zee. 

Deze impasse moest dus doorbroken worden, aldus Medy van der Laan, voorzitter van Energie Nederland. “Zoveel stroom voor de industrie betekent dat naast de vraag en het aanbod ook de infrastructuur flink moet uitbreiden. Complexe uitdagingen die zorgden voor de start van het Wind meets Industry initiatief afgelopen zomer. Dit programma brengt de industrie en de windsector samen om het centrale klimaatdoel uit het Klimaatakkoord, het terugdringen van CO2-uitstoot met negenenveertig procent ten opzichte van 1990, te bereiken.” 


De tijd is nu daar voor een versnelling, gaat Van der Laan verder. “De eerste windparken zijn opgeleverd en meer kabels om de wind van zee naar land te krijgen zijn vrijgegeven. Nu is er de urgentie om de gemaakte afspraken daadwerkelijk na te komen. De eerste windparken kunnen gemakkelijk hun wind kwijt aan de markt, maar wanneer we meerdere windparken willen in de toekomst kunnen zij de wind dan ook voldoende afzetten op de markt? Negatieve prijzen als gevolg van het niet kunnen afzetten wil men niet. De industrie moet dus wind krijgen als het wind nodig heeft. Maar wind is er niet altijd. Opslag van windenergie of het flexibeler inrichten van de industriële processen zijn dan toekomstige oplossingen.”


Er moet dus naar mogelijkheden worden gezocht die het aantrekkelijk maken voor de investeringen in windenergie en die zorgen voor een goede marktwerking, vertelt Van der Laan. “Het programma Wind meets Industry opereert op vier thema’s om dit te bereiken. Het eerste thema gaat over het afstemmen van de groeipaden van de vraag naar en aanbod van hernieuwbare elektriciteit. Dit geeft zekerheid over de afzet (elektriciteitssector) en beschikbaarheid van groene stroom (industrie). Deze zekerheden zorgen weer voor het verlagen van drempels voor investeringen en zorgen voor stabielere prijzen op de elektriciteitsmarkt. Het tweede thema betreft de rol van de overheid. Investeringen en de uitrol van windenergie hebben een langjarig stabiel en proactief overheidsbeleid nodig. Hiervoor is kennis en een overzicht van de risico’s nodig die gedeeld wordt tussen de sectoren en overheid. Daarnaast zorgen de onzekerheden van elektriciteitsopwekking en –gebruik in de industrie voor financieringsrisico’s. Betrokken partijen hebben vaak maar beperkt zicht en voor financiers is juist het kunnen overzien van de risico’s cruciaal. Het delen van kennis door de keten heen is dus een belangrijke factor.” 


Nog altijd zijn er negatieve geluiden omtrent windparken van onder andere milieuorganisaties. “Wij zijn erop gericht om de schade zo minimaal mogelijk te houden. Het staat buiten kijf dat de windmolens in zee het zeeleven verstoren. Dat ga ik niet ontkennen en daar nemen wij onze verantwoordelijkheid voor. Maar het is ook kiezen tussen nadelen, want CO2-uitstoot willen we ook niet.”


Op de korte termijn moet er veel meer kennis gedeeld gaan worden en moeten alle betrokken partijen elkaars taal gaan begrijpen, aldus Van der Laan. “Wat doe je bijvoorbeeld als er teveel windenergie is en je die niet kunt afzetten? En wat is de planning na 2030? Alle afspraken zijn gericht op 2030, maar wat gaat er daarna gebeuren? Het allerbelangrijkste vind ik dat we met alle betrokken partijen in gesprek moeten blijven en onszelf continu afvragen; wat kunnen wij doen?”



Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles