European Media Partner

‘Noem de tandarts voortaan mondarts’

We zijn te weinig doordrongen van het feit dat de mond een essentieel onderdeel van onze gezondheid is. Dat stelt Fred Rozema, hoogleraar Orale Geneeskunde aan de universiteit van Amsterdam, “Als je iets aan je vinger hebt, dan valt het onder de basiszorg, maar mondzorg wordt niet vergoed. Dat zegt genoeg.”

'Tandarts is eigenlijk een ouderwetse benaming. Het moet mondarts worden'

De mond is de spiegel van de gezondheid, en daarom dienen we er prudent mee om te gaan, zegt Rozema, die al zijn hele werkzame leven lang geboeid is door de wisselwerking tussen mond en gezondheid. “De mond heeft een signaalfunctie. Je kunt aan de gezondheid van de mond herkennen of een patiënt iets onder de leden heeft.”


Al in 2014 deed de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) een omvangrijke literatuurstudie naar de relatie tussen mondziekten en andere ziekten. Haar conclusie: ‘Er kan onomstotelijk worden gesteld dat er op vele vlakken relaties bestaan tussen mondziekten en (..) ziekten elders in het lichaam.’ En: ‘Tandartsen kunnen aandoeningen in de mond tijdig signaleren en alert zijn op een mogelijke samenhang met aandoeningen elders in het lichaam.’


Voorbeelden heeft Rozema, zelf kaakchirurg van beroep, in ieder geval genoeg. “Ik heb ooit een patiënt gehad die kwam voor een kaakcorrectie. Om dat te doen moesten zijn verstandskiezen getrokken moesten worden. Zo gezegd zo gedaan, maar naderhand bleken de wondjes daarvan maar niet te genezen. Ook had hij gekke, blauwgekleurde puntjes op zijn tandvlees. Dat vond ik vreemd en toen heb ik ‘m doorverwezen naar de internist”, zegt Rozema. “Wat bleek? Hij had leukemie.” 


“Kijk, suikerziekte gaat gepaard met een droge mond”, gaat de kaakchirurg verder. “Ook ben je gevoeliger voor schimmelinfecties, cariës, en tandvleesontstekingen. Dat zijn stuk voor stuk problemen die individueel te behandelen zijn, maar een tandarts moet herkennen dat de combinatie van al die zaken samen een belangrijk symptoom zijn tot suikerziekte.’


Om die reden vindt Rozema de benaming ‘tandarts’ anno 2018 wat achterhaald, mondarts is een betere term. “De weke delen in de mond, denk aan het tandvlees of de slijmvliezen, zijn minstens zo belangrijk voor het signaleren van ziektes.”


Tegelijkertijd werkt het ook de andere kant op. “Slechte mondhygiëne kan een risicofactor zijn bij hart- en vaatziektes ziekten - ontstoken tandvlees zorgt ervoor dat je meer kans op bacteriën in je bloedbaan hebt.”


Eerder dit jaar stelde ook hoogleraar tandheelkunde Frank Abbas al dat dit een reden zou moeten zijn dat de behandeling bij de mondhygiëniste wordt vergoed door de zorgverzekering. “We zien dit als een medische behandeling”, sprak hij tegenover RTL Nieuws. “Daarom zou het vergoed moeten worden.”


Maar het heeft ook nog een andere reden. Door de vergrijzing en toegenomen welzijn komen er steeds meer ouderen in de spreekkamer van tandartsen. Mensen houden langer hun eigen tanden en kiezen en dus krijgt een tandarts steeds vaker te maken met problemen met de algemene gezondheid of medicijngebruik.


“Heel vroeger ging de dokter met een spatel in je mond om te kijken of je gezond was. Die routine is de dokter kwijt”, besluit Rozema. “Dat hele idee, dat je mond het ook een startpunt is, dat is eigenlijk weg en dat moet anders.”


Feit

Dhr. prof. dr. Fred Rozema (1958) is hoogleraar Orale Geneeskunde aan het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) van de Universiteit van Amsterdam. Hij is tevens werkzaam in het Amsterdam UMC (loc. AMC) en voorzitter van het KNMT Fonds Mondgezondheid, een initiatief van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde.

Delen

Journalist

Ger de Gram

Related articles