European Media Partner

Nederlandse life sciences sector gaat op de watersector lijken

Het was anderhalf jaar geleden ondenkbaar dat binnen een jaar meerdere goedgekeurde vaccins tegen het coronavirus beschikbaar zouden zijn. Dat is alleen tot stand gekomen door een goed opgezette samenwerking tussen alle betrokken partijen. Natuurlijk was de nood hoog, maar door hard samen te weken werd en wordt geprobeerd corona onder controle te krijgen. Wat daar vooral uit spreekt, is het vertrouwen in het kunnen van de ander. Als we deze vorm van samenwerking weten voort te zetten, dan kunnen we in de toekomst nieuwe zorginnovaties sneller en beter bij de patiënt krijgen.

Lichtend voorbeeld hierin is het beoordelingstraject dat vaccins doorlopen, vertelt Annemiek Verkamman, managing director van HollandBIO. “Regelgevende instanties en bedrijven hebben elkaar goed weten te vinden, met meerdere medische doorbraken tot gevolg. Zo danken we de doorbraak van mRNA-vaccins gek genoeg aan deze coronapandemie. Daarvoor was deze hoogtechnologische innovatie vooral gericht op kanker, maar gelukkig blijkt deze ook zeer geschikt tegen infectieziekten zoals het coronavirus. Er zijn meer voorbeelden, zoals op eigen bodem de vaccintechnologie van de Leidse ontwikkelaar Janssen. Deze innovatieve technologie is al eerder ingezet voor de bestrijding van ebola en HIV, maar wordt nu ook in Nederland op grote schaal in stelling gebracht. We mogen dankbaar zijn dat ons land beschikt over zo’n hoogontwikkelde kenniseconomie met een van de beste zorgstelsels ter wereld. Laten we het Nederlandse vestigingsklimaat voor de gezondheidszorg dan ook koesteren, zodat ook toekomstige hoogtechnologische innovaties hier vruchtbare grond blijven vinden.”

Niet alleen een goed vestigingsklimaat, maar ook samenwerking is essentieel. “Een goed voorbeeld van brede samenwerking die nieuwe behandelingen sneller en beter van lab naar patiënt krijgt, is de inzet op slimme meetmethodes. Een concreet voorbeeld daarvan zijn de zogeheten ‘organs-on-a-chip’. Met deze mini-orgaantjes kunnen we geneesmiddelen steeds beter personaliseren. Daardoor kunnen artsen medicijnen gerichter inzetten en verminderen we tegelijkertijd het leed van onnodige bijwerkingen. Bedrijven en onderzoekers werken samen hard aan het in de praktijk brengen van deze nieuwe toepassing, zodat we ook daadwerkelijk de vruchten kunnen plukken van deze innovatie.” 


Daarnaast zorgt de samenkomst van verschillende opkomende technologieën, zoals biotechnologie en kunstmatige intelligentie, voor nog veel meer kansen voor het verder verbeteren van onze gezondheidszorg, gaat Verkamman verder. “Zo kan samenwerking tussen bedrijven en onderzoekers uit deze sectoren leiden tot het veel beter en op persoonlijk niveau vastleggen van data en digitale zorg. Daarmee kunnen we beter diagnoses stellen, monitoren en bijsturen met betere uitkomsten van behandelingen als gevolg. De vervlechting van verschillende technologieën en de kansen die het ons biedt, worden steeds meer zichtbaar. Vooruitgang in de ene sector of technologie, leidt tot nieuwe inzichten en verbeteringen in andere sectoren of delen van de gezondheidszorg. Daar kunnen we op inspelen door investeringen in opkomende technologieën zoals biotechnologie en intensieve samenwerking tussen bedrijven, universiteiten en overheden.”


Als gevolg stapelen de ontwikkelingen op innovatievlak zich dan ook op, aldus Verkamman. “Denk hierbij aan nieuwe geneesmiddelen, waarvan ik gentherapie een mooi voorbeeld vind van wat er met biotechnologie allemaal kan. Kort gezegd kun je met gentherapie het DNA van iemand met een erfelijke aandoening repareren. Dit kan dus genezing voor tal van ziekten gaan betekenen. Daarnaast verminderen we met innovaties het leed bij mens en dier. Zo kwam er onlangs een proefdiervrij alternatief voor chemische veiligheidstesten, dat dus het aantal dierproeven helpt verminderen. Daarnaast zijn mini-orgaantjes, organs-on-a-chip, uitermate geschikt om medicijnen meer op de persoon af te stellen. Hierdoor kunnen doseringen verbeterd worden, bijwerkingen verminderen of zelfs voorkomen dat we zware behandelingen inzetten die achteraf niet blijken te werken. Gelukkig wordt niet iedereen geconfronteerd met een zeldzame kanker, maar ook op andere vlakken kunnen we met toepassingen uit biotechnologie van toegevoegde waarde zijn voor consumenten. Bijvoorbeeld door duurzame gewassen die bijdragen aan een beter klimaat, of dus door het keuzeaanbod in de supermarkt te verrijken met kweekvlees.” Kortom, de sector zet de techniek in om uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en gezondheid te lijf te gaan.


“We hopen dat de sector in 2030 is verdubbeld ten opzichte van 2015”, besluit Verkamman. “Dat betekent dat we in totaal ruim €7 miljard aan bbp en ruim 70.000 fte bijdragen aan de Nederlandse economie. Dat is niet alleen onze ambitie, studies bevestigen dat Nederland goed gepositioneerd is om uit te groeien tot de biotech hub van Europa. Met die groei geven we niet alleen onze economie, maar ook  gezondheid en duurzaamheid een boost. Als ik dan 2030 als horizon blijf gebruiken: tegen die tijd moet het ook mogelijk zijn om van iedere patiënt een persoonlijk DNA-profiel te maken op basis waarvan we precies de juiste behandeling selecteren. Ook kan in 2030 de Nederlandse consument in de supermarkt kiezen voor kweekvlees van eigen bodem: oftewel echt vlees, gemaakt uit dierlijke cellen. Er is geen enkel dier nodig voor dit vlees, dat daardoor een bijdrage levert aan de oplossing van het stikstofprobleem. En Nederland is dan nog steeds de op een na grootste exporteur van landbouwproducten in de wereld, maar nu geholpen door gewassen die goed blijven gedijen in een veranderend klimaat. En op deze manier kan ik nog wel even doorgaan met voorbeelden van de ambities en het maatschappelijke belang van biotechnologie. Daarmee begint de Life Sciences sector qua waarde steeds meer op de watersector te lijken: met technieken waarmee we ons land beter hebben gemaakt, trekken we de wijde wereld in.” 

Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles