European Media Partner

Nederland is internationaal koploper in innovatieve mobiliteit

Nederland heeft internationaal een unieke positie op het gebied van logistiek. Maar waar zit onze kracht precies in? En hoe ziet de toekomst eruit voor logistiek Nederland? Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu over het cruciale belang van samenwerkingen en truck platooning.    

‘Met onze mainports zoals de Rotterdamse haven en Schiphol heeft Nederland een unieke positie in de wereld’

‘Een relatief kleine land, maar een belangrijke speler in de wereldeconomie.’ Zo omschrijft minister Schultz van Haegen ons land als het gaat om de logistieke positie die het inneemt. Voor de minister is logistieke groei anno 2016 méér dan simpelweg meer goederen vervoeren. Je moet het ook slim doen. Efficiënter goederen vervoeren en duurzamer transporteren: meer lading met minder kilometers, meer hoogwaardige dienstverlening en meer kostenbesparing. Zelfrijdend vervoer is één van de tools die wordt ingezet bij het realiseren van dit duurzame transport. “Nederland heeft hiervoor een voorstel gedaan: de Declaration of Amsterdam. Tijdens ons voorzitterschap van de EU hebben alle EU-lidstaten en Europese autofabrikanten deze Declaration ondertekend. Een enorme stap vooruit waarmee ons land zich internationaal enorm op de kaart heeft gezet.”

 

In hoeverre is Nederland volgens u een logistieke wereldmacht?
“Met onze mainports zoals de Rotterdamse haven en Schiphol heeft Nederland een unieke positie in de wereld. Ze verbinden de in ons land gevestigde bedrijven met bestemmingen in de hele wereld. Over zee, rivieren, weg, spoor, door buisleidingen en door de lucht. Ook de brainport rond Eindhoven wordt steeds belangrijker. En als het om water gaat, heeft Nederland een ijzersterke internationale reputatie. Zeg je water, dan zeg je Nederland. Op het gebied van logistiek zijn we met een soortgelijke opmars bezig. We zien bijvoorbeeld dat medicijnen voor heel Europa steeds vaker via Schiphol binnenkomen, omdat de afhandeling daar zo goed is. Daarbij staat Nederland in de top vijf van de Logistics Performance Index (LPI), die elke twee jaar gepubliceerd wordt door de Wereldbank. We zijn een relatief klein land en tegelijkertijd een belangrijke speler in de wereldeconomie.”

 

Waar zit onze kracht nog meer in?
“Ons land heeft alles in huis om internationaal koploper te zijn in innovatieve mobiliteit. We bouwen niet de auto’s maar wel de chips. Wij hebben geweldige infrastructuur. Niet alleen wegen en havens en luchthavens en spoor en waterwegen, maar ook data-infrastructuur. En de onzichtbare infrastructuur om uitstekend te kunnen ondernemen: regels, wetten, structuren, kennisinstellingen, samenwerkingsvormen zoals het programma van de Topsector Logistiek. Daarmee kunnen we groot worden met zelfrijdend vervoer, slim verkeersmanagement en datagebruik. 
Juist in de logistiek liggen veel kansen. Met een goede data-uitwisseling kun je bijvoorbeeld beter ladingen combineren, zodat er minder lege vrachtwagens rondrijden en er meer over het water of spoor kan worden vervoerd. Dat heeft positieve effecten op de portemonnee van ondernemers, maar ook op bereikbaarheid en duurzaamheid. Via de Topsectoraanpak werken bedrijven, kennisinstellingen en de overheid hard om onze toppositie vast te houden en te verstevigen.”

 

Waar bent u als minister op dit moment zoal mee bezig? 
“Een belangrijk speerpunt voor mij is de aanleg van compleet nieuwe wegen die de bestaande wegen gaan ontlasten. In 2017 wil ik de procedures voor deze nieuwe verbindingen in ons wegennet hebben afgerond zodat mijn opvolger direct kan starten met de realisatie. Ik heb het over wegen die erg belangrijk zijn voor het goederenvervoer. Denk aan de Blankenburgverbinding, de tweede oeververbinding naar de haven van Rotterdam. Belangrijk is ook de verlengde A15 in Gelderland. De snelweg eindigt daar nu nog in een weiland. En we investeren daarnaast fors in nieuwe sluizen om ons land beter te ontsluiten, zoals de Beatrixsluis, de nieuwe zeesluis in IJmuiden en de sluizen in Terneuzen en Eelde.”


In hoeverre dragen samenwerkingen bij aan onze logistieke positie?

“Samenwerkingen blijven in de logistiek van cruciaal belang. Je ziet nu bijvoorbeeld in het topsectorenbeleid, maar ook in een programma als Lean & Green dat bedrijven en kennisinstellingen zelf bij elkaar komen om een antwoord te verzinnen op de vragen van de toekomst. Hoe kan ik efficiënter worden, hoe draag ik mijn steentje bij aan minder uitstoot van CO2?”


Hoe ziet u de toekomst?

“We kunnen rekening houden met een aantal grote ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Ik reserveer dus geld voor het verbeteren van sluizen of het uitbreiden van ligplaatsen onder de voorwaarde dat bedrijven in die regio meer over water vervoeren. Maar kijk ook naar truck platooning, waarin vrachtwagens onderling verbonden als een treintje dicht op elkaar rijden. Dat scheelt zo’n vijftien procent aan brandstof, er is minder uitstoot en het bevordert de doorstroming op de weg. We hebben het afgelopen jaar laten zien wat er mogelijk is op dit gebied, bijvoorbeeld door de eerste grensoverschrijdende testen te organiseren met platooning trucks. Ik verwacht hier heel veel van. Ik vind het belangrijk een goed investeringsklimaat te realiseren. Daarom heb ik ruimte gecreëerd in de regelgeving om grootschalig te kunnen experimenteren op de weg. We zien dat dit werkt en interesse kweekt, ook bij buitenlandse bedrijven.”

 

Schultz nodigt bedrijven met goede ideeën op het gebied van slimme mobiliteit uit deze met haar te delen.

Feit

Volgens Schultz draagt de sterke logistieke positie van Nederland ook bij aan het succes van andere (economische) sectoren in ons land. “Zit onze economie in de lift, dan merkt de logistieke sector dat als eerste.” De branche was in 2015 verantwoordelijk voor acht procent van het BNP. In dat jaar werkte tien procent van de beroepsbevolking (zo’n 646.000 mensen) in de logistieke sector.

Delen

Journalist

Wendy de Liefde

Related articles