European Media Partner

Meer windenergie dan zonne-energie zal ons naar de klimaatdoelstellingen leiden

Windenergie opwekken op zee gaat sinds een aantal jaren redelijk goed. Maar windenergie opwekken op land is een lastiger verhaal. De regionale energie strategieën zetten sterk in op zonne-energie en dat heeft te maken met de weerstand van de inwoners tegen windmolens op land. Maar om een huishouden via zonne-energie volledig van energie te voorzien zijn ongeveer vijf daken vol zonnepanelen nodig.

“Met één megawatt windenergie kun je drie keer zoveel elektriciteit opwekken als met één megawatt zonne-energie”, vertelt Gerard van Bussel, emeritus hoogleraar windenergie aan de TU Delft. “Mensen vergeten bij de klimaatdoelstellingen vaak dat de productie en het gebruik op elkaar moeten worden afgestemd. Neem bijvoorbeeld de winterse temperaturen waar we enige tijd geleden mee te maken hadden. Huizen met zonnepanelen produceerden  geen stroom, de panelen lagen onder de sneeuw en bovendien scheen de zon de eerste dagen niet. Daarentegen produceerden de windturbines maximaal op deze dagen. Ook een energieneutraal huis draait dan op windenergie en op gas.  Een goede combinatie van wind en zon is dus erg belangrijk als we van het gas af willen.”


Eén ding is zeker, het landschap gaat tussen nu en 2050 sterk veranderen, aldus Van Bussel. “Er zullen heel erg veel zonnepanelen bij komen en ook een flink aantal windturbines. Zelfs als we al onze energie met windturbines op de Noordzee zouden willen opwekken dan moeten er vijf keer zo veel hoogspanningsmasten komen om die stroom naar de gebruikers te transporteren, en daarmee gaat ons landschap er dus anders uitzien. En als je alles meerekent zijn de kosten van windstroom op zee hoger dan die van grote windturbines op land. Naast windturbines op het land kunnen op daken van bedrijven en grote hallen grote aantallen zonnepanelen worden geplaatst. De alsmaar groter wordende windturbines zijn een doorn in het oog voor veel mensen. Maar je moet je afvragen of we zo blij moeten zijn met de bouw van grote ‛zonneakkers’. Grote stukken goedkope landbouwgrond die worden opgekocht voor de bouw van gigantische ‘zonnevelden’. Deze velden zie je op een kilometer afstand niet, maar dragen niet bij tot biodiversiteit, liggen ver weg van de consument en zijn erg duur om aan te sluiten op het elektriciteitsnet.”


Waar we zeker nog te weinig naar kijken zijn de besparingsmogelijkheden. Van Bussel: “Natuurlijk kan er veel gedaan worden met woningisolatie, maar ook bij de bouw van nieuwe huizen gaat er nog veel mis. Goed geïsoleerde huizen met een warmtepomp die als kant en klare broodjes op een terrein worden geplaatst. In principe identieke huizen die zowel op het oosten, het zuiden en het westen worden gericht, en waar alleen de plek van de zonnepanelen wordt aangepast. Maar daarbij is er geen aandacht voor passieve energieaspecten, zoals veel zonnewarmte in de winter via ramen op het zuiden en vrijwel dichte gevels op het koude noorden. En goede passieve ventilatie zodat de warmtepomp in de zomer niet aan hoeft om oververhitting te voorkomen. Ook de opslag van elektriciteit in de vorm van batterijen (denk aan elektrische auto’s) en warmteopslag verdient veel meer aandacht. Daarmee kan het verschil tussen lokale vraag en aanbod voor een groot deel worden opgevangen zonder veel extra kosten voor een grootschalige infrastructuur.”


Er wordt best veel gedaan om de klimaatdoelstellingen mogelijk te maken, besluit Van Bussel. “Maar er liggen nog veel onderzoeksresultaten klaar waar door conservatisme te weinig mee wordt gedaan. Zo kunnen de windturbines veel slimmer worden gebruikt. We kunnen zeer goed voorspellen hoeveel windstroom er de komende 24 uur geproduceerd gaat worden. En we weten ook vrij goed hoeveel er geconsumeerd gaat worden. Pas heel kort tevoren wordt precies duidelijk wat het verschil wordt tussen vraag en aanbod, en dat verschil wordt dan vaak tegen hoge kosten ingekocht. Een producent van windstroom kan, aan de hand van de voorspellingen, alle elektriciteit verkopen, maar kan ook een deel achterhouden. Wanneer er een verschil is tussen geplande en de werkelijke productie, is er onmiddellijk extra capaciteit beschikbaar door de windturbine op te regelen. Financieel kan dit zeer interessant zijn, maar dit is bij wet verboden. Ook in geval van calamiteiten, als er een conventionele centrale uitvalt, kan de achtergehouden windstroom worden ingezet om het elektriciteitsnet stabiel te houden. En als de extra windstroom niet nodig is om onbalans of stroomuitval te voorkomen kan die uitstekend gebruikt worden voor lokale energieopslag. De windmolens zullen blijven komen, ook op land. Nederland is vanwege de ligging en weersomstandigheden immers een ideaal land voor de opwekking van duurzame energie uit wind.”

Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles