European Media Partner

Implementatie van digitale technologieën voor de geestelijke gezondheidszorg versneld door de coronacrisis

Al twintig jaar is e-mental health volop in ontwikkeling. Vanaf de introductie van het world wide web tot aan nu is er enorm veel veranderd. Waar eerst alleen de telefoon werd ingezet voor consultatie tussen zorgprofessionals over psychische problemen van patiënten, kwam hier eind jaren negentig verandering in. Onder andere door de komst van internet werden zowel intensieve als meer kortdurende interventies voor GGZ problematiek op afstand mogelijk. 

“Sindsdien is er ontzettend veel onderzoek gedaan”, vertelt Heleen Riper, professor klinische psychologie aan de VU Amsterdam. “Online therapieën ontwikkelen betekent niet alleen het beschikbaar maken van een mooie interventie, maar deze moet ook goed werken vanuit klinisch oogpunt en mag geen schade berokken aan de patiënten. Tegelijkertijd moet het bij voorkeur ook kosteneffectief zijn. Wetenschappelijke klinische onderzoeken laten zien dat deze interventies op afstand (onbegeleid en begeleid) effectief zijn wanneer je ze vergelijkt met niets doen, en dit geldt ook voor de reguliere face-to-face interventies. Dit geldt met name voor interventies die gebaseerd zijn op cognitieve gedragstherapie voor de veelvoorkomende psychische aandoeningen als depressie en angsten bij zowel jongeren als volwassenen.”


Voor iedere patiënt is het resultaat van therapie op afstand anders, gaat Riper verder. “Maar via mobiele applicaties is psycho-educatie tegenwoordig 24 uur per dag beschikbaar. Het scheelt veel (reis)tijd voor de patiënt en er heerst vaak nog een stigma op bijvoorbeeld naar een verslavingskliniek te gaan. Dan is het prettig dat vanuit de eigen omgeving asynchroon (dat wil zeggen het contact tussen de therapeut en patiënt vindt asynchroon in tijd plaats) therapie kan worden gevolgd. Maar bij internettherapie wordt ook een groot appel gedaan op de zelfredzaamheid van de patiënt. De ene patiënt kan dat beter dan de ander. Voor de therapeut betekent het digitaal geven van de therapie een mogelijke besparing van kosten bijvoorbeeld doordat ‘no shows’ makkelijker verwerkt kunnen worden en dat de begeleiding minder tijd kost.  Ook heeft het als voordeel dat deze (beschreven) begeleiding altijd beschikbaar blijft zowel voor de therapeut als patiënt. Meer data en ook een ander soort data komen hierdoor ter beschikking, waar ontzettend veel geleerd van kan worden zowel voor onderzoek als in de therapie, bijvoorbeeld hoe en of patiënten hun huiswerk maken. Maar ook face-to-face contact biedt veel voordelen zoals het elkaar goed en direct in de ogen kunnen kijken, iets dat bij begeleide zelfhulp niet mogelijk is en via videobellen soms lastig is. Daarnaast vergt het zowel van de patiënt als therapeut bepaalde vaardigheden om in een asynchrone geschreven context of in de context van synchroon contact op afstand goed te kunnen interacteren.”


Door de coronacrisis heeft nood wetten gebroken, want binnen een maand gaf 90 procent van de hulpverleners online en vooral via videobellen interventies aan patiënten met psychische problemen. Riper: “Waar twintig jaar aan onderzoek en pogingen van implementatie dit niet voor elkaar kregen, zorgde de coronacrisis daar wel voor. En dat heeft over het algemeen goed uitgepakt. Maar we weten nog weinig over hoe effectief het daadwerkelijk is en of videobellen op grote schaal stand houdt nadat COVID-19 verdwenen is. Daar wordt nu dan ook veel onderzoek naar gedaan. Online therapie geven vereist deels dezelfde, maar ook andere vaardigheden dan face-to-face therapie in de praktijk. Wel is aannemelijk dat therapie via beeldbellen een groter deel van het aanbod zal blijven omdat deze vorm door veel therapeuten en patiënten als positief ervaren wordt. De toekomst zal echter liggen in blended vormen van therapie waarbij face-to-face contact en digitale middelen (inclusief beeldbellen) geïntegreerd gebruikt kunnen gaan worden, steeds meer afgestemd op de behoeften van de individuele patiënt en therapeut. Deze hybride vorm, waarbij deels therapie in de kliniek en deels online therapie wordt gegeven heeft de toekomst. De mogelijkheid om therapie in de kliniek te kunnen geven zal blijven, want sommige zware complexe problematiek kun je niet online behandelen en sommige patiënten vinden het om uiteenlopende redenen juist niet prettig om online therapie te ontvangen, dit kan zijn vanwege gebrek aan privacy in de thuis- of werksituatie, behoefte aan fysieke nabijheid of vanwege beperkte digitale vaardigheden of gebrek aan digitale technologieën, zoals een smartphone. 


Stap voor stap zal cognitieve gedragstherapie steeds beter in de digitale omgeving kunnen worden neergezet, besluit Riper. “Zo biedt beeldbellen voor een therapie in groepsverband voordelen en zorgen technologische ontwikkelingen voor verschillende voordelen. Zo kan een mobiele applicatie de dagelijkse stemming registreren en zo de patiënt helpen bij het inzicht verkrijgen voor wat betreft het beloop van de dagelijkse depressieve gevoelens. De online mogelijkheden zijn ontelbaar en nieuwe technieken zorgen voor maatwerk en een betere en effectievere aanpak van de mentale gezondheid. Maar elke patiënt is anders en daarom zal gekeken moeten worden wat past bij de patiënt voor het beste eindresultaat.”  

Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles