European Media Partner

Houtbouw helpt ons naar een duurzame toekomst

De gebouwde omgeving staat voor een aantal flinke uitdagingen. Er moet meer gebouwd worden, maar dan wel op een duurzame manier. Met de juiste stimulans kan hout een belangrijke rol gaan spelen bij het aangaan van deze uitdagingen.

Momenteel wordt hout nog ondergewaardeerd ten opzichte van beton en staal. En dat is jammer, aldus Jan van Zuijlen, partner bij BLOC. “Hout is een veel duurzamer product. Bij de verwerking ervan wordt veel minder CO2 uitgestoten dan bij het maken van beton en staal, sterker nog, bomen nemen tijdens hun groei juist CO2 op uit de lucht. En hout is ook gemakkelijk her te gebruiken. Een volledige wand van hout kan bij wegname van een pand immers elders weer ingezet worden, waarmee de technische levensduur veel langer wordt. Vervolgens kan het nog omgetoverd worden tot bijvoorbeeld kleinere wanddelen, daarna nog tot kozijnen en ga zo maar door, tot het stuk hout uiteindelijk te klein is om tot een nieuw product te komen. En zelfs dan kan je het nog hergebruiken als grondstof voor plaatmateriaal, strooisel of meubilair!”


Een van de problemen die we nu nog in de bouw zien, is dat partijen gericht zijn op het doorzetten van de bestaande bouwcultuur, vertelt rijksbouwmeester Floris Alkemade. “Men richt zich nog al te vaak  op vinexachtige projecten buiten de stad, terwijl houtbouw veel meer mogelijkheden  biedt om ook in bestaand bebouwd gebied te werken. Houtbouw kan je in veel grotere mate prefabriceren, waardoor je sneller kan bouwen en sneller kan opschalen. Daarnaast heb je bij  bouwen met beton al gauw een een lange bouwtijd ter plekke en dus  veel overlast, terwijl je met hout buiten de stad kan fabriceren en de woning bij wijze van spreke in een dag kunt neerzetten. Daarnaast is het lichter waardoor je ook boven op bestaande gebouwen kunt bouwen. Op die manier kunnen we snel en flexibel de benodigde verdichting van woningen in de steden gaan realiseren. Hout is ontzettend flexibel, dus als die productieketen goed opzet kan er  snel voldaan worden aan de vraag en ook veel beter aangesloten worden op de demografie. En als de woning op die plek niet meer nodig is kan je hem ook makkelijk verplaatsen.”


In het droomscenario zouden we met hout uit Nederland in een klap de 1 miljoen huizen kunnen bouwen die we nu tekortkomen, stelt Ruben Lentz, tevens partner bij BLOC. “Momenteel gaat zeventig procent van het Nederlandse hout nog naar het buitenland, maar eigenlijk is het noodzakelijk om korte ketens te gaan maken met hout. Er zijn studies gedaan dat we in theorie met de huidige bebossing in Nederland de jaarlijkse geplande hoeveelheid huizen kunnen bouwen, mits we het bos gevarieerd en goed blijven aanplanten en echt weer inzetten als productiebos, waar het ooit voor was bedoeld. Door voor elke gekapte boom weer bomen terug te planten kunnen we de embodied energy van de bouw (de hoeveelheid energie die gebruik wordt bij de bouw, niet het gebruik van de gebouwde omgeving, red.) enorm terugdringen. Als we veel met hout gaan bouwen, dan komt er (in tegenstelling tot wat mensen denken) ook meer bos. De vraag naar hout stijgt, waardoor we meer bossen bij gaan planten. We willen in Nederland beginnen met het gericht aanjagen van de bebossing bestemd voor houtbouw, om zo een korte-ketenvoorbeeld te vormen voor de rest van de wereld.” Dat kan ook helpen om de landschapskwaliteit en de bodemkwaliteit te verbeteren, vult Alkemade aan. “Door een uitgeputte bodem die ingezet is voor landbouw met bomen te beplanten kan je deze weer aan laten sterken.” 


Echter, zo ver zijn we helaas nog niet. “Hout geschikt voor grootschalige bouw is momenteel nog kostbaarder dan traditionelere materialen, omdat de ontwikkelkosten nog niet terugverdiend zijn en de schaal van CLT-productie achter ligt bij de vraag”, vertelt Van Zuijlen. “Als we hout echt breder willen gaan inzetten, zullen we daarom voorlopig een financiële prikkel mee moeten geven.” Lentz vult aan: “We proberen nu echt uit te zoeken hoe we het klimaateffect kunnen kapitaliseren. We weten dat we meer houtbouw gaan inzetten, maar we wachten nog omdat het financieel niet aantrekkelijk genoeg is. In de toekomst gaat dat anders zijn, maar daar kunnen we niet op wachten. We willen daarom bedrijven in staat stellen te investeren in houtbouw om hun eigen, nu nog onvermijdelijke uitstoot te compenseren. Eigenlijk zijn er twee kanten die we daarvoor op kunnen: de markt waarin bedrijven betalen voor hun uitstoot, en de vrijwillige markt.”


Ook de overheid speelt hierin een rol. Alkemade: “Wij kunnen hierin doelen en regels opstellen. Een CO2-taks kan een heel krachtig middel zijn om dat te doen. Aan de andere kant kan de overheid ook als doel stellen dat een bepaald percentage  van de woningbouw in hout moet. Dan leg je met een heldere doelstelling de markt een opdracht voor en ondersteun dat dan ook met kennis en stimulerende maatregelen. Wat je als overheid wilt is met een stabiel en helder beleid een level playing field creëren waardoor de markt de kans heeft deze doelstellingen waar te maken.”


Met die gedachte is ook het ZeroCarbonFund opgericht. “Ons doel hiermee is een fonds op te zetten voor partijen die koploper zijn in het ontwikkelen van en beleggen in (voornamelijk) houten gebouwen en commerciële partijen die hun CO2-footprint willen reduceren”, stelt Lentz. “En dat betekent niet dat beton en staan volledig uit den boze zijn, helemaal niet zelfs, want zonder kan je niet bouwen en zeker niet in de hoogte, maar het doel is wel de hoeveelheid beton en staal zwaar te verminderen. We willen toewerken naar een toekomst waarin houtbouw concurrerend is omdat de prijs is gedaald. Met het ZeroCarbonFund willen we dit versnellen door nu al compensatie te bieden voor duurzame houtbouw-projecten.”


Om dat te doen is samenwerking van groot belang, stelt Van Zuijlen. “We zijn al bezig met enkele pilot projecten, waaronder The Dutch Mountains, maar we willen echt een aanjager zijn op het gebied van houtbouw. Daarvoor is samenwerking nodig tussen de hele keten betrokken bij bouwen met hout: overheden, bosbouwers, ontwikkelaars, financiers, bouwers en eindbeleggers, maar juist ook commerciële partijen die op zoek zijn naar mogelijkheden om hun CO2-footprint te reduceren. Alleen samen kunnen we de verduurzamingsuitdagingen oplossen.”

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles