European Media Partner

Het Lerend Zorgsysteem leidt tot betere zorg

Ziekenhuizen, huisartsen, zorgverzekeraars en ook de burgers zelf verzamelen en genereren een gigantische hoeveelheid aan data over onze gezondheid en de zorg die we krijgen. Deze gegevens worden onder andere opgeslagen in elektronische patiëntendossiers en declaratiebestanden en worden in veel gevallen alleen nog maar ingezet voor de zorg voor individuele patiënten of voor het declaratieverkeer. Maar zouden we met deze gegevens niet nog veel meer kunnen doen?

Volgens prof. Robert Verheij, hoogleraar bij Tilburg University en programmaleider Zorgdata en het Lerend Zorgsysteem bij het Nivel en dr. Isabelle Bos, onderzoeker in datzelfde onderzoeksprogramma, wel. “Waar het vroeger zo was dat je voor een onderzoek gegevens ging verzamelen enkel voor een specifieke onderzoeksvraag, willen we nu toe naar actiever gebruik van de data die het zorgstelsel zelf voorbrengt”, vertelt Verheij. “In een zogeheten lerend zorgsysteem worden de data die zorgverleners sowieso al invoeren als ze zorg verlenen, zoals voorgeschreven medicijnen en eventuele vervolgbezoeken, ook gebruikt als de basis voor onderzoek om vervolgens de zorg te verbeteren.” 


Aan de hand van die grote hoeveelheid data die wordt vastgelegd door zorgverleners, verzekeraars en burgers kunnen namelijk analyses gedaan worden die tot waardevolle resultaten kunnen leiden. “Aan de hand van die analyses kan je bijvoorbeeld beter beslissen welk geneesmiddel het best kan worden voorgeschreven bij een bepaalde patiënt, maar ook helpen beslissen welke zorg we in de basisverzekering willen en welke niet, of wat de behoefte aan verpleeghuisbedden in een regio is”, vertelt Verheij. “Concreet hebben we dat bijvoorbeeld al gedaan in een onderzoek naar urineweginfecties. We hebben duizenden gevallen met elkaar vergeleken. Wat gebeurde er als een patiënt antibioticum A kreeg, en wat bij B? En wat als er helemaal niets gedaan werd? Hoe lang duurde het dan tot de patiënt terugkwam, als deze überhaupt weer terugkwam bij de zorgverlener. Op basis daarvan kan je dan concluderen wat werkt bij welk type patiënt en dat kan je weer vertalen naar het beleid.”


Dit gebeurt al wel, maar nog te weinig. “We staan nog voor een aantal grote uitdagingen. Mensen moeten er allereerst van op aan kunnen dat hun gegevens op een goede manier worden gebruikt en dat hun privacy niet in het geding kan komen. Maar ook de datakwaliteit een belangrijke. Niet alle gegevens die in het zorgproces worden vastgelegd zijn namelijk geschikt om onderzoek mee te toen, omdat ze niet voor dat doel zijn vastgelegd. En je moet als gebruiker van die gegevens heel goed weten hoe die gegevens tot stand zijn gekomen. Daarnaast zijn er vanuit betrokken partijen soms verschillende belangen waardoor het verkrijgen van data niet altijd makkelijk is. Dat legt beperkingen op het gebruik.” Momenteel wordt bij het Nivel gebruikgemaakt van geanonimiseerde gegevens van zo’n vijfhonderd huisartsenpraktijken, vertelt Bos. “De patiënten die daar komen weten ook dat hun data gebruikt wordt voor onderzoek en kunnen daar bezwaar tegen maken. Met een representatieve groep als deze kunnen we al heel veel onderzoek doen, maar het zou natuurlijk helemaal ideaal zijn als er nog veel meer instanties mee zouden doen.”


Data beschikbaar krijgen voor onderzoek is één ding. Maar de vraag is hoe je daar dan vervolgens ook van leert. Verheij: “Hoe zorgen we ervoor dat de resultaten van die data weer ten goede komen van de processen waarvan we willen dat ze beter gaan verlopen? In hoeverre leren dokters en therapeuten bijvoorbeeld van hun eigen gegevens? Veel van de mogelijkheden om te leren van die gegevens blijven nog onbenut, terwijl dat natuurlijk de essentie van een lerend zorgsysteem is.” 


Zo helpen we mee aan een zorgstelsel waarin beter gebruik van bestaande data leidt tot betaalbare en toegankelijke zorg van goede kwaliteit. Verheij: “In een lerend gezondheidszorgsysteem houd je een constante feedbackloop door de geregistreerde gegevens te analyseren en aan de hand hiervan verbeteringen door te voeren in de manier waarop je zorg verleent en hoe de zorg is georganiseerd. Hieruit volgen weer nieuwe data waarin je het effect op de zorg kunt aflezen. Op deze manier kunnen zorgverleners ook van elkaar leren, waardoor de zorg in zijn geheel op een hoger niveau kan komen.”


Belangrijk is dat de burger hier zelf ook inzicht in zal krijgen, vertelt Bos. “Door duidelijk te laten zien wat zij kunnen winnen door bij te dragen aan een lerend zorgsysteem, maak je het ook interessanter voor de burgers en de zorgverleners om hieraan mee te werken. Burgers zijn zich al heel bewust dat zij nodig zijn om data te leveren om de zorg te verbeteren, maar we moeten ze daar wel bij blijven betrekken door te laten zien waar deze gegevens voor worden gebruikt. Dan zorg je ervoor dat hun vertrouwen ook hoog blijft liggen en we optimaal gebruik kunnen maken van de gegevens die er zijn.”


Want uiteindelijk zal dat leiden tot verbeterde zorg, ook voor de individuele patiënt. “We kunnen dan bijvoorbeeld een datamodel maken op basis van karakteristieken van patiënten die bepaalde medicatie krijgen en hoe zij hierop reageren. We leren uit deze gegevens wat de beste optie is voor een bepaald type patiënten, waardoor de patiënt individueel ook betere zorg kan krijgen”, stelt Bos. Verheij: “En dat kan je dan weer doorvoeren in het beleid. Uiteindelijk draagt dat bij aan betaalbare en toegankelijke zorg van goede kwaliteit. Want dat is waar we naar streven.”


Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles