European Media Partner
Bernard Wientjes MILIEU

‘Het begint bij, maar zeker ook mét de chemische industrie’

Eerst naar jezelf kijken. Natuurlijk vindt Bernard Wientjes dat belangrijk. En als hij dan naar ‘zijn’ chemische industrie kijkt, dan ziet hij geen grote vervuiler. “Maar dat is natuurlijk best lastig uit te leggen, want het is wel zo dat van de twaalf bedrijven met de grootste CO2-uitstoot er zeven uit de chemische industrie komen.”

‘Het realiseren van een bijna C02-neutrale chemische productie is de aller-, allerbelangrijkste opgave voor de industrie’

Het imago van vervuiler. Daar iets aan doen, dat ziet Bernard Wientjes als één van zijn grootste uitdagingen als voorzitter van de VNCI, de branchevereniging van de chemische industrie in Nederland. Want het is volgens Wientjes te makkelijk om naar de rook die uit de schoorstenen van de chemische fabrieken komt te kijken en simpelweg te concluderen dat de chemische industrie slecht bezig is. Alleen maar vervuilend is. “We doen het beter dan andere landen, en hebben de doelstelling aanvaard om naar nul CO2-uitstoot te gaan.” En Wientjes heeft er vertrouwen in dat het gaat lukken. Sterker nog, hij weet het zeker. “We hebben ook geen keuze hè? Het is geen hobby. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat we de negatieve menselijke invloed op het klimaat moeten stoppen.”


En dat begint bij de chemische industrie?

“Ik zou eigenlijk willen zeggen: het begint bij, maar zeker ook mét de chemische industrie.”


Dat moet u even uitleggen.

“Wat ik daarmee bedoel, is dat de chemische industrie onmisbaar is in het proces om ervoor te zorgen dat er materialen worden ontwikkeld die de CO2-uitstoot beperken. De chemische industrie is een voorwaarde om te komen tot een klimaatneutrale samenleving.”


Maar de industrie zelf is ook onderdeel van het probleem.

“Klopt. Daarom zijn we er ook al jaren mee bezig. Dat begon met het beperken van energiegebruik, daarnaast zetten we nu ook al een tijd in op het beperken van CO2, en is de uitstoot van lachgas zo goed als nul. Het proces van klimaatneutraler produceren loopt dus al een tijdje.”


Het klinkt alsof u een dubbel gevoel heeft over het imago dat de chemische industrie heeft en de bijdrage die ze levert op het gebied van het klimaat.

“Dat is ook zo, ik vind het cynisch. Het beeld is nog steeds dat de chemische industrie weinig betaalt voor haar CO2 en dat we te weinig doen aan de uitstoot. Dat beeld is totaal onjuist, maar dat is natuurlijk best lastig uit te leggen, want het is wel zo dat van de twaalf bedrijven met de grootste CO2-uitstoot er zeven uit de chemische industrie komen. Maar de mensen moeten niet vergeten dat als deze zeven bedrijven succesvol zijn, je enorme sprongen maakt bij het verminderen van uitstoot, ook internationaal. Daarnaast is het dus zo dat wij materialen ontwikkelen die bij andere producten leiden tot lagere uitstoot. Denk aan materialen die zorgen voor een lichtere auto, efficiëntere windmolens of isolatie van huizen. Dat wordt weleens vergeten.”


Hoe ervaart de branche dat?  

“Dubbel. We zien vooral dat onze leden kansen zien om voorop te lopen in de wereldwijde verduurzaming. Maar het negatieve imago heeft ook directe gevolgen. Zo is Nederland als enige land bezig met het invoeren van een nationale CO2-heffing bovenop het Europese systeem. En dat is vreemd. Weliswaar is er afgesproken dat de belasting alleen geheven wordt op vermijdbaar gebruik van CO2, maar men moet begrijpen dat chemische bedrijven veelal grote internationale bedrijven zijn met hoofdkantoren en fabrieken in het buitenland. Het is een kleine moeite tegenwoordig om de productie te verplaatsen. Daarom steunen we vanuit het VNCI ook volmondig de Green Deal in Europa. Als daar de CO2-doelstelling wordt verhoogd naar 52 of 55 procent, dan zal de industrie daar volledig achter staan.”


Want? 

“We hebben liever een hogere doelstelling die voor heel Europa geldt, dan een extra doelstelling alleen voor Nederland. We willen een eerlijk speelveld binnen Europa, gecombineerd met een correctie op import en export aan de Europese, zodat iedereen, ook de rest van de wereld, uiteindelijk hetzelfde belast wordt voor CO2-uitstoot.”


Is de transitie naar een CO2-neutrale chemische industrie de belangrijkste opgave voor de sector?

“Het realiseren van een bijna CO2-neutrale chemische productie is de aller-, allerbelangrijkste opgave voor de industrie. Eigenlijk ga je het proces helemaal opnieuw uitvinden. Er worden revoluties gevraagd.”


Wat wordt er op dit moment al gedaan om die transitie te volbrengen?

“Er wordt veel gedaan op bedrijfsniveau, maar wat het unieke is van ons klimaatakkoord en de uitwerking daarvan is dat we vijf regionale clusters hebben gedefinieerd waarbinnen bedrijven hebben afgesproken dat ze gaan samenwerken. Dan moet je denken aan dat het ene bedrijf de warmte gebruikt van de ander en de ander de CO2 gebruikt van de volgende. Dat zal een extra boost moeten geven. Verder zullen we in Nederland binnenkort de eerste projecten zien op het gebied van het opslaan van CO2 in oude lege aardgasvelden in de Noordzee. Dat is op wereldschaal nog nergens vertoont en is op dit moment de snelste manier om CO2 uit het productieproces te krijgen: opvangen en opslaan. Nederland heeft de unieke positie dat we die lege velden hebben en daar gebruik van kunnen maken. En dan heb ik het nog niet over alle innovaties rondom groene waterstof, elektrificatie van processen en chemische recycling.”


Hoe belangrijk is groene energie in de transitie?

“Heel belangrijk. Waterstof gaat een enorme rol spelen. Daar is iedereen zo langzamerhand wel van overtuigd. Sterker nog, ik denk niet dat we de sector klimaatneutraal krijgen zonder waterstof. Op dit moment is het nog onbetaalbaar, maar de technologie gaat heel snel. Let wel, dan heb ik het over groene waterstof, dus waterstof uit groene energie. En daar ligt de grote uitdaging. Daar hebben we dus heel veel windmolens en zonne-energie voor nodig om dat voor elkaar te krijgen.”


Tot slot: Wat is de rol van de politiek daarin? Ik heb me ooit laten uitleggen dat we de pijpleidingen van het aardgasnetwerk ook voor waterstof zouden kunnen gebruiken. En dat we op die manier bijvoorbeeld zonne-energie uit de Sahara kunnen halen.

“Dat is u goed uitgelegd. Het is zo dat de politiek in de komende één à twee jaar fundamentele keuzes moet maken. Eén van die keuzes gaat hierover. We hebben in Nederland een van de beste pijpsystemen liggen van de wereld. De Gasunie zegt dat negentig procent hiervan te gebruiken is voor waterstof. Je zou er dus voor kunnen kiezen om waterstof te maken in het Midden-Oosten, want daar is veel zon, dat te transporteren met tankschepen naar Nederland en hier te gebruiken. Maar er zijn ook mensen die zeggen dat je dit niet moet doen, en juist in moet zetten op lokale koppeling van wind- en zonne-energie met industriële clusters. Het zijn grote keuzes die gemaakt moeten worden.”


Feit

Bernard Wientjes is voorzitter van de VNCI, de branchevereniging van de chemische industrie in Nederland. Daarnaast is hij voorzitter van de Taskforce Bouwagenda en voorzitter van de raad van commissarissen van KPMG. Voorheen was Wientjes vooral bekend als voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, een positie die hij negen jaar lang bekleedde, voordat hij op 1 juli 2014 werd opgevolgd door Hans de Boer.

Delen

Journalist

Jerry Huinder

Related articles