European Media Partner

Eric Kuster: "Mijn droomhuis voelt aan als een 5-sterren hotel"

Stel: je ontwerpt al twintig jaar het interieur voor de welgestelden. Je ontwierp de club Jimmy Woo in Amsterdam en de players lounge van FC Barcelona. En je hebt een eigen meubel- en textiellijn. Heb je dan nog wel iets te wensen? Interieurdesigner Eric Kuster wel. Sterker nog: “Heel veel eigenlijk.” 

Hij wil er nog niet teveel over vertellen, vanwege de privacy van de klant. En omdat het nog niet honderd procent zeker is dat het lukt. Maar als het lukt, dan is het een droom die in vervulling gaat. Eric Kuster heeft het over twee grote villa’s, waarvan hij niet alleen het interieur ontwierp, maar ook de architectuur voor zijn rekening nam. “Een echt Eric Kuster huis dat er wellicht over 300 jaar nog staat, dat zou wat zijn zeg…” Maar hoe enthousiast hij ook is, de villa’s zijn niet zijn ultieme wens. “Nee, dat is dat Eric Kuster als brand over een paar honderd jaar nog bestaat.”

 

Terug naar het begin. Eric Kuster opende precies twintig jaar geleden zijn eerste winkel in Laren (Noord-Holland), na een succesvolle carrière als creatief – en commercieel directeur van textielfabrikant Chivasso. Hij verkocht textiel en meubels, maar werd al gauw gevraagd om het hele interieur van klanten te ontwerpen. “En commercieel als ik ben, zei ik overal ja op. Ik ben natuurlijk wel een paar keer op mijn bek gegaan, maar uiteindelijk verzamelde ik een goed team om me heen, en lukte het.” En hoe. Met zijn Metropolitan Luxury stijl drukt hij tegenwoordig zijn stempel op de wereld van interieurdesign. Luxueus en glamoureus maar tegelijkertijd comfortabel en praktisch, want: “Esthetiek is belangrijk maar een bank moet natuurlijk wel lekker zitten.” Waarom hij zo succesvol is? “Omdat ik duidelijk ben en omdat ik goed kan luisteren. Je krijgt bij ons geen Eric Kuster interieur, maar een interieur waar je blij mee bent.”

 

Wanneer moet ik jou niet kiezen om mijn interieur te ontwerpen?

“Als je denkt dat je het zelf allemaal beter weet. Ik heb weleens zo’n klant gehad die vooraf zei dat ‘ie alles aan mij zou overlaten’, maar tijdens de opdracht elke dag belde om zich overal mee te bemoeien. Dat werkt niet, doe het dan zelf.”

 

Scheelt een hoop geld.
“Ja, alhoewel het allemaal minder duur is dan mensen denken hoor. Zo duur zijn we niet, mensen hebben daar bizarre ideeën over. En qua ideeën kán je het ook prima zelf doen. Het is alleen zo dat als je in Nederland naar een showroom gaat, je niks leuks vindt. En die echte mooie dingen vinden wij wel. Er is meer dan die witte, beige of zwarte marmeren vloer. Dat en de hoeveelheid keuzes die je moet maken bij het inrichten van een groot huis maakt dat professionele hulp een noodzaak is.”

 

Omschrijf jouw droomhuis eens.

“De ruimtes moeten groot, duidelijk en licht zijn, zonder dat je je er verloren in voelt. Daar kan je voor zorgen door grote meubels erin te plaatsen, een grote bank bijvoorbeeld. Ik hou absoluut niet van frutsels, want ik ben heel gestructureerd, en dan moet mijn interieur ook zijn. Verder voelt mijn droomhuis aan als een 5 sterrenhotel. Met een gym, een spa en een ontbijt dat elke ochtend klaarstaat. Of ik dat zelf voor elkaar heb? Ja, grotendeels wel, behalve het ontbijt dan. Ik leef in een huis dat voldoet aan mijn eigen ontwerpen, Metropolitan Luxury stijl.”

 

Wat zegt een huis over de mens die er woont?

“Alles. Aan het interieur van een huis kan je precies zien hoe iemand is. Chaotisch, gestructureerd, netjes, slordig, noem maar op. Daarom wil ik de mensen ook altijd leren kennen voordat ik iets voor ze ga ontwerpen. Hun huidige huis zegt veel over hoe het nieuwe huis moet worden.”

 

Maar kan je ze niet een handje helpen dan? Dat je ervoor zorgt dat een slordig persoon gestructureerd wordt?

“Nou, dat proberen we soms wel, maar dat werkt meestal niet. Dan zorgen we voor opbergruimte, lades, kasten, maar als we dan een jaar later terugkomen, zijn deze nooit gebruikt, haha.”

 

Nederland heeft een rijke historie van bekende interieur designers: Piet Boon, Marcel Wanders, jij. Wat verbindt jullie, naast het land van herkomst?

“Duidelijkheid, een eigen signatuur, een eigen stijl. We zijn alle drie, alle vier eigenlijk, want je vergeet Jan des Bouvrie, mensen met een uitgesproken mening, mensen waarvan je weet wat je aan ze hebt. Ik ben van de luxury, Piet is wat meer van de basic, Marcel is wat conceptueler en Jan is van de strakke vormen en heel veel wit. Marcel ken ik persoonlijk niet zo goed, maar de andere twee wel, en we hebben heel veel respect voor elkaar. Er is geen jaloezie, er is geen afgunst, we pikken nooit klanten van elkaar af. We zijn allemaal mensenmensen, en dat is ook nodig als je interieurdesigner bent.”

 

Want?

“Je moet alles van je klant willen weten, je dus echt willen interesseren in de mens achter het huis. Waar eten ze? Wat is de gezinssituatie? Hoe leven ze? Koken ze zelf? Zijn ze slordig? Of juist netjes? Ga zo maar door. Het begint bij de klant leren kennen, daarna kan je pas ontwerpen.”

 

En dan heb je ook nog met het huis, de architectuur, te maken.

“Klopt. De architect is het masterbrein achter het huis. Die beslist wat voor ruimtes er gebouwd worden en is vaak huiverig dat wij ons daarmee gaan bemoeien. Terwijl dat nergens voor nodig is, wij willen alleen graag meedenken vanaf het begin. In een optimale situatie bouw je niet eerst een huis om daarna naar het interieur te kijken, maar ga je vanaf het begin in gesprek. De mooiste projecten ontstaan als klanten de architect meenemen naar het eerste gesprek, maar dat willen architecten vaak niet omdat ze denken dat interieurdesigners grote ego’s hebben. Dat is niet waar, wij werken voor de klant.”

 

Dus als jij iets ontwerpt, en ik wil het anders, dan kan dat?

“Nou, als ik iets ontwerp en jij vindt het helemaal niks, dan moeten we afscheid nemen van elkaar, want dan liggen we niet op één lijn. Dan heb ik je dusdanig verkeerd begrepen dat het niet gaat werken. Maar bij kleine aanpassingen, natuurlijk. Dat lossen we op.”

 

Tot slot: waar ben je het meest trots op?

“Eigenlijk op alles. Jimmy Woo, dat mijn naam een collectie is geworden… Maar het mooiste compliment kreeg ik misschien wel na de afgelopen feestdagen. Klanten hadden een supergave reis gemaakt en in de mooiste hotels geslapen, maar bij thuiskomst appten ze me dat ze zo blij waren dat ze weer in het door mij ontworpen huis waren omdat ze zich er zo thuis voelde.”

Delen

Journalist

Jerry Huinder

Related articles