European Media Partner

Een city is smart als de technologie bijdraagt aan de welvaart van de inwoners.

Technologie? Zeker. Maar volgens Wim Willems, expert op het gebied van smart cities, moet je technologie niet overal zomaar de ruimte geven. “Uiteindelijk moet je kijken naar wat het doet met het welzijn van alle mensen.” 

Als je een voorloper op het gebied van smart cities vraagt wat dat dan betekent, zo’n slimme stad, dan verwacht je een verhaal over kunstmatige intelligentie en robots die de stad overnemen. Een verhaal over een stad waar de mensen zelf niet meer hoeven na te denken, want in de slimme stad doet de technologie dat voor de bevolking. Volgens Wim Willems, zo’n voorloper, wordt een smart city inderdaad vaak getypeerd aan de hand van hoe we met behulp van technologie de stad verder kunnen helpen. Maar, zo stelt de wethouder Burgerparticipatie en revitalisering van Apeldoorn en gedeeld voorzitter van de G40 themagroep Smart City: “Een slimme stad zijn we eigenlijk met zijn allen, want het gaat om hoe wij de stad samen inrichten. Het moet niet zo zijn dat je in een smart city technologie overal zomaar de ruimte geeft, het is een hulpmiddel voor een stad om de plannen en doelen die op bestuurlijk niveau worden afgesproken te verwezenlijken. Voor mij is een city smart als de technologie bijdraagt aan de welvaart van de inwoners.”


Kunt u eens wat simpele voorbeelden noemen van technologie die bijdraagt aan onze welvaart, ons welzijn?

“Wij hebben hier in Apeldoorn slimme verkeerslichten. Dat betekent dat die verkeerslichten met elkaar kunnen communiceren, maar ook met een navigatiesysteem. Dat is voor een vrachtwagen bijvoorbeeld heel interessant, want als die weet dat het verkeerslicht over twintig seconden op groen gaat, kan die iets gas terugnemen en, zonder echt te remmen en weer op te trekken, doorrijden. Dat scheelt een liter diesel, goed voor het milieu in de stad dus. Maar ook voor onze fietsers is het handig, want de verkeerslichten zijn gekoppeld aan het KNMI. Zo kunnen we ervoor zorgen dat fietsers groen licht krijgen als het regent.”


Hoeveel steden zijn er eigenlijk slim in Nederland?

“Ik denk dat alle steden slim zijn in ons land, maar de een is wat verder dan de ander. Je ziet wel dat alle steden aanhaken momenteel. Dat begon in 2018 met NL Smart City Strategie van de G5 (grote vijf, Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven) en de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten), maar inmiddels doen de G40 (veertig steden in Nederland met meer dan 100.000 inwoners) ook volop mee.” 


En doen die G40 het goed?

“Ja en nee. Het gaat heel goed in de steden zelf, maar het grote probleem is dat we veertig keer allemaal het wiel opnieuw uitvinden. Helmond heeft de slimste wijk, Almere en Alkmaar ook, maar ze wisten het niet van elkaar. In september hebben we hier een rapport over uitgebracht: hoe kunnen we als steden nou samenwerken op bepaalde thema’s zodat we BV Nederland verder kunnen helpen? In Apeldoorn doen wij het goed op het gebied van smart mobility, maar ik weet dat Deventer dat ook doet. En Helmond. Als we die kennis nou eens kunnen bundelen, samen met de G5-steden, dan kunnen we veel grotere slagen maken, waar alle gemeenten in Nederland iets aan hebben.”


Zodat in alle steden fietsers voorrang krijgen als het regent? 

“Dat is een lokale keuze in Apeldoorn, en niet iets dat overal hoog op het verlanglijstje staat. Maar als je kijkt naar een schone en efficiënte stadslogistiek: dat is wel in alle steden een issue en dat is dus echt zo’n onderwerp dat we met zijn allen moeten doen. De G40 heeft de Green Deal Zes getekend, waarin het neerkomt op de vraag: hoe gaan we de stadslogistiek in de toekomst zo efficiënt mogelijk met zo min mogelijk emissie bewerkstelligen, maar we doen het uiteindelijk allemaal individueel. Maar als nou eens een paar gemeenten het voortouw nemen en dat wat werkt, kopiëren we naar andere gemeenten? Dan besparen we geld, manuren, en is het mogelijk vele malen slagvaardiger. Dat vind ik dus eigenlijk ook een voorbeeld van een slimme stad, op een slimme manier samenwerken.”


Die samenwerking is ook de insteek van de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ die de G40 sloot op 3 december vorig jaar. Een interessant aspect van die deal was dat een smart city moet helpen bij het inclusief houden van onze samenleving. Is een slimme stad eigenlijk niet de facto exclusief? Omdat niet iedereen dezelfde toegang en kansen heeft?

“Dat ligt eraan hoe je die slimme stad inricht. Ik vind niet dat digitalisering ervoor mag zorgen dat mensen worden uitgesloten, want dan hebben we echt een probleem. Dat hebben we aan het begin van de coronatijd ook wel gezien, dat we verplicht werden om via Zoom, Teams of Google Meet te vergaderen en dat grote groepen niet mee konden. Dat is geen goede ontwikkeling van digitalisering. In een slimme stad hoeven de inwoners niet per se digitaal vaardig te zijn.”


Nee? 

“Nee. Kijk naar het voorbeeld van de slimme verkeerslichten die op groen springen voor de fietser bij regen. Of naar een verkeersoversteekplaats die oranje lampen in het asfalt laat oplichten als die detecteert dat er een fiets aankomt om de veiligheid te verhogen. Dan hoeft die fietser daar de technologie achter niet te begrijpen. Op die manier moet je dus nadenken over een slimme stad. Iedereen moet mee kunnen doen, je moet ervoor waken dat de slimme stad er alleen voor de digitale nerds is. Het mag niet zo zijn dat de slimme stad alleen voor de elite is. Uiteindelijk moet je kijken naar wat het doet met het welzijn van alle mensen. De technologie mag niet leidend zijn.”


Wat gaat de toekomst ons brengen? Een slimme stad die alles van mij weet en die als ik mijn deur uitloop mij de weg wijst?

“Dat is geen toekomst, dat is nu, want op google maps kan je zien hoe druk het is op de weg, in de supermarkt, en ga zo maar door. Maar vanuit de gemeente moet je denken aan een stad die alles meet: van verkeersbewegingen, vervuiling, geluidsoverlast, brand, noem maar op. En op basis van die informatie kunnen we als gemeente besluiten nemen. Slimme besluiten. Want we weten waar die CO2-waardes te hoog zijn, waar het te druk is. We kunnen regelen dat alleen schone voertuigen de stad kunnen bevoorraden of dat een auto niet hoeft te blijven cirkelen door de wijk voor een parkeerplaats omdat we die auto vertellen waar een plekje vrij is, want we hebben sensoren in de grond zitten die dit detecteren.”


Tot slot: van welke ontwikkeling omtrent smart cities wordt u nou echt enthousiast?

“De bewustwording bij mensen. We hebben hier een wijk in Apeldoorn die de eigen gegevens in de buurt meet en daar dan samen over in gesprek gaan. Over hoe ze de buurt beter, mooier, schoner, leefbaarder kunnen maken. Dat is een burgerinitiatief, dat willen ze dus zelf. Dat is een mooie ontwikkeling.”

Feit

Wim Willems is wethouder Burgerparticipatie en revitalisering van de gemeente Apeldoorn en in die functie verantwoordelijk voor het smart city beleid van de gemeente. Tevens is hij voorzitter van de G40 themagroep Smart City, waarbinnen wordt nagedacht over de rol van smart cities en wat de gemeente kan stimuleren en wat ze moet regelen.

Delen

Journalist

Jerry Huinder

Related articles