European Media Partner
Hans de Groene MILIEU

Een andere denkwijze nodig voor de beschikbaarheid van water in de toekomst

Het duurzaamheidsvraagstuk speelt in alle sectoren van de maatschappij een grote rol. Zo ook in de drinkwatersector. Duurzaamheid staat bij de drinkwaterbedrijven hoog op de agenda. 

In Nederland gebruiken alle tien de drinkwaterbedrijven honderd procent duurzame stroom. Allemaal proberen zij op hun eigen manier hun footprint te verlagen. De bredere vraagstukken die momenteel spelen bij de drinkwaterbedrijven zijn: hebben we nog genoeg water voor in de toekomst en hoe verbeteren we de kwaliteit van de bronnen van ons drinkwater, grond- en oppervlaktewater? En natuurlijk stond het afgelopen halfjaar in het teken van de coronacrisis. Hans de Groene, directeur van Vewin licht toe.  


Wat voor invloed heeft de coronacrisis gehad op de drinkwaterbedrijven?

“De coronacrisis riep allerlei vragen op bij de drinkwaterbedrijven. Zij houden rekening met calamiteiten en hebben daar plannen en scenario’s voor, zo ook voor een pandemie. In het begin kwam er de belangrijke vraag; kan het coronavirus verspreid worden door het water? Gelukkig kwam het RIVM al snel met een antwoord op deze vraag, dat dat niet het geval was en dat het drinkwater heel goed beschermd is tegen het virus.”


Het duurzaamheidsvraagstuk speelt een steeds grote rol. Voor de bedrijven zelf maar ook voor het hele watersysteem. Ook door een toename van het aantal hete dagen. Zo bleek ook de afgelopen tijd weer. Hoe gaan de drinkwaterbedrijven daar mee om?

“Alle tien de drinkwaterbedrijven gebruiken honderd procent duurzame stroom en zij proberen allemaal op hun eigen manier hun footprint te verlagen. Eén van de belangrijkste vragen in het duurzaamheidsvraagstuk raakt de hele watersector: is er voldoende kwalitatief goed zoet water beschikbaar voor de toekomst? De klimaatverandering speelt hierbij een grote rol en beïnvloedt zowel de kwaliteit als de kwantiteit van water.”


Is er in de toekomst nog voldoende water beschikbaar?

“In de toekomst zullen grotere extremen voorkomen, in de vorm van periodes met meer regenval en langere periodes van droogte. De zeespiegel zal daarnaast stijgen en drinkwaterbedrijven moeten meer rekening houden met grotere variaties in de afvoer van water in de rivieren. Daarnaast heeft de droogte van afgelopen zomers effect gehad op ons ondiepe grondwater. Drinkwaterbedrijven hebben daar niet zo’n last van want zij winnen grondwater doorgaans op grotere dieptes, maar het heeft wel problemen opgeleverd voor bijvoorbeeld de landbouw en de natuur. Duidelijk is geworden dat we het water beter moeten beheren, daarmee bedoel ik het water beter vasthouden. Nederland is een land dat zich van nature altijd tegen het water heeft geweerd. Nu moeten we ook veel meer in de omgekeerde richting gaan denken.”


Hoe zou die omgekeerde denkrichting er dan uit moeten zien?

“In de toekomst zullen we het water langer vast moeten gaan houden. In ons eigen land hebben we bijvoorbeeld het IJsselmeer. Dat is eigenlijk een prachtige natuurlijke regenton. Maar we hebben voor in de toekomst ook kleinere versies daarvan nodig. Daarnaast moeten we bewuster omgaan met het beschikbare water en beter afwegen waar we wat doen. Dat houdt in dat we heel anders moeten gaan denken. Bijvoorbeeld door huizen en fabrieken te bouwen waar voldoende water, op een natuurlijke manier, beschikbaar is. Als de redenering wordt omgedraaid door eerst te kijken naar waar water beschikbaar is dan krijgen we uiteindelijk een hele andere kijk op ons waterbeheer en ruimtegebruik.”


Zal dit gemakkelijk zijn, om die omgekeerde denkrichting te realiseren?

“Jarenlang was onze kijk gericht op hoe we ons water zo snel mogelijk naar zee konden afvoeren. Voor een andere denkwijze zorgen en deze vertalen in actie gaat niet van de ene op de andere dag, maar in het Deltaprogramma van 2021, dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, is deze verandering in denkwijze vastgelegd. Dit laat zien dat het weliswaar nog geen realiteit is, maar dat er wel een draagvlak voor is. Het vertalen van woorden in daden is een zaak van overheden zoals provincies, gemeenten en waterschappen, maar niet alleen. Het raakt natuurlijk ook de landbouw en industrie. En ook onze sector wil graag een bijdrage leveren.  Het is aan de drinkwaterbedrijvenen ervoor te zorgen dat de toekomstige drinkwatervoorziening  robuust is, bijvoorbeeld door niet teveel afhankelijk te zijn van één bron. Het vraagt ook grensoverschrijdend overleg. Water kent geen grenzen en Duitsland en België hebben ook te maken met droogte en denken over manieren om water beter vast te houden. ”


Hoe staat het met de kwaliteit van onze drinkwaterbronnen?

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft onlangs vastgesteld dat de druk op de kwaliteit van onze bronnen – grond- en oppervlaktewater – toeneemt.  Het gaat om een stapeling van problemen, die van regio tot regio en van bron tot bron verschillen. Denk bijvoorbeeld aan nitraat, industriële lozingen, medicijnresten, bestrijdingsmiddelen, verzilting en oude bodemverontreinigingen. Die problemen moeten bij de bron worden aangepakt; meer zuiveren willen we eigenlijk niet – wat er niet in komt, hoeven we er ook niet uit te halen - maar de praktijk is helaas anders. Beter werk maken van het voorkomen van deze verontreinigingen in het water voorkomt problemen met onze waterkwaliteit in de toekomst.”


Wat voor rol spelen de internationale richtlijnen op ons waterbeleid?

“De Europese richtlijnen bepalen grotendeels de toekomst van onze waterkwaliteit en waterkwantiteit. We staan op dit moment aan de vooravond van de plannen voor 2022-2027, die de Kaderrichtlijn Water van ons vraagt. De Rijksoverheid heeft het Nationaal Water Programma 2022-2027 in voorbereiding waarin het beleid en beheer van het Nederlandse water wordt beschreven. Belangrijk voor ons is dat alles op alles wordt gezet om de doelen van de Kaderrichtlijn Water in 2027 te halen en echt verbetering van de waterkwaliteit te realiseren. De ambitie is dat we uiteindelijk minder waterzuiveringen nodig hebben. Ook hier zijn natuurlijk overleg en afspraken nodig met onze buurlanden; denk aan de kwaliteit van de grote rivieren.”


Het klimaatvraagstuk zorgt dus voor grotere extremen en daar moeten we beter mee leren omgaan. Wat betekent dat voor de klant?

“Belangrijk is dat drinkwaterbedrijven een heldere boodschap communiceren naar hun klanten. Minder water verbruiken is natuurlijk altijd beter, verspil het niet.  Waar nodig in een bepaalde regio en situatie, kunnen drinkwaterbedrijven die boodschap aanvullen en gerichter vragen aan de klanten om het watergebruik te spreiden of te beperken, door bijvoorbeeld minder lang te douchen, de tuin niet te sproeien of het zwembad niet te vullen. Burgers kunnen dus een bijdrage leveren aan verstandig waterbeheer. Op de kwaliteit van het water hebben zijn veel minder invloed. Toch kan de burger ook hier een steentje bijdragen. Gebruik bijvoorbeeld geen bestrijdingsmiddelen in de tuin en gooi geen oude medicijnen door de wc. Uiteindelijk zie je die namelijk terug, eerst in het oppervlaktewater en later mogelijk ook in het grondwater.” 

Feit

Hans de Groene is sinds 2017 directeur van de vereniging van de tien Nederlandse drinkwaterbedrijven en volgde daarmee mr. Renée Bergkamp op. Daarvoor was Hans werkzaam in de publieke sector. Zo was hij bij het ministerie van Economische Zaken van 2004 tot 2011 directeur Innovatie en plaatsvervangend directeur-generaal Ondernemen en Innovatie, en tussen 2011 en 2017 algemeen directeur van NWO. 

Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles