European Media Partner

Duurzaamheid in de polymeer industrie

De chemische industrie staat nooit stil. Onderzoek en innovatie staan altijd hoog op de agenda en zeker nu de industrie te maken krijgt met steeds strengere duurzaamheidsregels wordt er hard gewerkt aan nieuwe technieken omtrent polymeren.

Kunststof gebruiken we inmiddels al meer dan 70 jaar. De kunststofwereld is volwassen geworden, waardoor er minder geld wordt besteed aan fundamenteel onderzoek naar polymeren, zo stelt Ernst Jan van Klinken, directeur van DPI: The Polymer Research Platform, een bedrijf dat wereldwijd kennisinstellingen en bedrijven samenbrengt en onderzoek naar polymeren stimuleert. “Grote bedrijven zien de polymeerindustrie ook als mature technology, maar de omgeving en de maatschappij stellen nu hele andere vragen dan een aantal jaren geleden. Van een circulaire economie was toen nog geen sprake. Daarom is het belangrijk om onderzoek te blijven stimuleren.”


Eerst werd namelijk enkel gekeken naar de functionaliteit van plastic, stelt Van Klinken. “Nu we tegen een tekort aan natuurlijke grondstoffen aanlopen wordt duurzaamheid steeds belangrijker. De ontwikkelingen op het gebied van biobased plastic en biopolymeren trekken daardoor aan. Ook wordt steeds meer onderzoek gedaan naar zowel mechanische als chemische recycling om zo de hele keten te gaan verduurzamen.”


Een andere trend die Van Klinken opmerkt, is de globalisering in de branche. “Ons werkveld is daardoor veel groter en de Nederlandse overheid steunt dat gelukkig ook. Als we onderzoek doen met buitenlandse universiteiten als deze beter zijn,  dan worden we ook daarin gesubsidieerd door de overheid. Dit heeft aantoonbaar geleid tot nieuwe onderzoekskantoren van grote internationale bedrijven in Nederland. Die globalisering heeft dus zeker ook zijn vruchten afgeworpen voor de Nederlandse economie.”


Onlangs is het Circular Plastic Initiative van start gegaan. Hierin zijn negentien bedrijven en universiteiten bij elkaar gebracht om samen te bouwen aan een circulaire industriële keten. “Het samenwerken in zo’n keten is vaak al nieuw voor bedrijven en het brengt versnelde innovatie met zich mee. Binnen dit initiatief wordt gewerkt aan mechanische en chemische recycling. 


Momenteel wordt een groot deel van het plastic dat we scheiden geproduceerd met additieven en vervuild bij gebruik, waardoor bij recycling vervuilende stoffen vrijkomen. De betrokken partijen gaan inzetten op het identificeren, karakteriseren en analyseren van dit plastic zodat het veel duidelijker is welke plastics er zijn, waardoor je ze hoogwaardiger mechanisch kan recyclen. Er wordt dus gewerkt aan het zuiveren van de toevoer van de hoofdstromen.”


Ten tweede wordt er onderzoek gedaan naar chemische recycling. “Je wilt plastics zodanig kunnen recyclen dat deze weer kunnen worden gebruikt voor medische- of voedseltoepassingen. Daar heb je zeer zuiver kunststof voor nodig. Met chemische recycling kan je polymeren terugbrengen naar monomeren, om deze vervolgens weer om te zetten in nieuwe polymeren met dezelfde kwaliteiten als het originele polymeer.”


Maar chemische recycling? Is dat niet net zo schadelijk als het rondslingerende plastic? “Zeker niet”, stelt Van Klinken. “Als het proces op de juiste manier ontworpen wordt, kunnen de stoffen die gebruikt worden om chemisch te recyclen ook weer opnieuw gebruikt worden. Hierdoor wordt het hele proces dus circulair. Kunststoffen hebben helaas een nare bijsmaak gekregen door de manier waarop we ermee omgaan, maar we moeten niet vergeten dat we ze gewoon nodig hebben en dat ze onder andere door hun lage gewicht ook een positieve invloed hebben op het milieu vanwege de lagere CO2 emissie. Het is onmisbaar in onze huidige samenleving!”

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles