European Media Partner

Duurzaamheid biedt kansen voor landbouwsector

De transitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energie biedt kansen voor de landbouwsector, vinden energiedeskundigen Arthur Vermeulen en Michel Arninkhof. Door die transitie verplaatst de energiewinning zich van onder de grond naar bronnen die bovengronds worden geoogst, zoals de zon en de wind.  Maar voor de aanleg van windmolen- en zonneparken heb je ruimte nodig. Die ruimte is er bij de boeren.

Nederland werkt aan duurzame, betrouwbare en beschikbare energie die voor iedereen betaalbaar is. De Rijksoverheid wil dat in 2030 minimaal 27% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komt. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Een overgang naar een duurzame energievoorziening is van groot belang, vanwege het tegengaan van klimaatverandering. Ook spelen afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van internationale energieleveranciers een rol.


Met het beschikbaar stellen van landbouwgrond voor zon- en windprojecten dragen agrariërs een steentje bij aan het verduurzamen van de samenleving, zegt Arthur Vermeulen. Maar ook financieel is het interessant. “Door ruimte te verhuren kun je ook op een andere manier inkomsten uit je hectares halen. Dat geeft meer financiële zekerheid.”


Naast het duurzaamheidsmotief kan ook het ontbreken van voldoende economisch perspectief of bedrijfsopvolging een motivatie zijn om grond beschikbaar te stellen. Voor wind is een boer relatief weinig ruimte kwijt. Vermeulen: “Het is goed mogelijk om tussen de windmolens te blijven boeren. Voor zon ligt het anders. Daar is de boer voor een langere periode meer grond kwijt.” Het gros van de boerenpercelen komt overigens niet in aanmerking voor een windpark. “Zo’n park moet aan veel ruimtelijke criteria voldoen. En verder moet de politiek het willen. Dat laatste geldt ook voor een zonnepark.”


Boeren die geïnteresseerd zijn kunnen de aanleg van een wind- of zonnepark overlaten aan een gespecialiseerde partij. In dat geval verhuurt de boer de grond aan bijvoorbeeld een energiebedrijf dat de ontwikkeling en de exploitatie van het project verzorgt. Een andere optie is om het zelf of samen met andere boeren te doen. In het laatste geval is het belangrijk, zo benadrukt Michel Arninkhof, dat je de uitgangspunten van de wind- en de zonnesector in acht neemt. “Er is een gedragscode die aangeeft hoe je op een goede manier de omgeving betrekt bij dit soort initiatieven. Dat betekent onder andere dat de buurt mede-ondernemer moet kunnen zijn in zo’n project. De gedragscode gaat vooral over het vroegtijdig communiceren en het betrekken van omwonenden bij het planproces binnen de kaders die er zijn. Belangrijk is om met alle stakeholders om tafel te gaan, voordat je een vergunningaanvraag doet.”


Vermeulen adviseert: ga in gesprek met de buurt en met de overheid. En doe dat niet vanuit een situatie waarin er geen weg meer terug is. “De grootste weerstand komt voort uit het gevoel dat je niet serieus wordt genomen. Of je nou een snelweg aanlegt of een windpark of een zonnepark, bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het altijd om een verandering van de omgeving van de mensen die er wonen. Dat stuit soms op weerstand.” Arninkhof vult aan: “De meeste mensen begrijpen heel goed dat het belangrijk is dat er meer duurzame energie komt. Maar als dat een impact heeft op hun leefomgeving vinden mensen het fijn dat er ook serieus naar hun opmerkingen geluisterd wordt en er mogelijk wat mee gedaan wordt. Dat haalt al heel wat kou uit de lucht.” 

Delen

Journalist

Related articles