European Media Partner

Digitale middelen verrijken het onderwijs

Tot begin vorig jaar werden digitale middelen nog vooral gebruikt om ons onderwijs te organiseren. Zo waren er applicaties waarin je cijfers in kon zien, je rooster kon checken en waar je informatie kreeg over bijvoorbeeld de absentie van docenten. Door de pandemie is het gebruik van digitale middelen in het onderwijs echter in een stroomversnelling geraakt. Welke plaats nemen zij nu in in het onderwijslandschap?

“Wat betreft digitale oplossingen heeft de pandemie ons twee dingen geleerd. Allereerst: er kan veel meer dan men voor mogelijk hield. Maar tegelijkertijd bleek ook dat online onderwijs het fysieke onderwijs nooit volledig zal gaan vervangen”, vertelt Jet de Ranitz, voorzitter van SURF, de vereniging van Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen. “Digitaal onderwijs was in het afgelopen jaar eerder een soort EHBO-onderwijs, waarbij alles uit de kast getrokken werd om het onderwijs door te laten gaan, maar dit onderwijs was niet altijd op het juiste niveau. Er zijn al heel veel digitale hulpmiddelen en er wordt al goed gebruik van gemaakt, maar nu we de acute noodsituatie achter ons gelaten hebben kunnen we echt gaan kijken hoe deze meerwaarde aan ons onderwijs kunnen leveren.”


En daarbij kunnen we veel leren van de afgelopen periode. “Voor sommige studenten bleek de digitale omgeving heel prettig”, stelt De Ranitz. “Zij vonden het heerlijk dat ze alles zelf in konden vullen en deden het in het afgelopen jaar beter. Echter, aan de andere kant zijn er ook studenten die bijna volledig van de radar zijn verdwenen. Contact met de docent en fysieke communicatie bleken echt noodzakelijk, zelfs als de student wel goed op afstand kan werken. Docenten en onderwijs moeten daarin dus een goede middenweg vinden.”


Daarnaast bleek wel dat digitale middelen een interessante toevoeging aan het lesmateriaal kunnen zijn. “Denk bijvoorbeeld aan virtual reality, of het behandelen van bepaalde beroepssituaties aan de hand van video, daar mogen we wat mij betreft nog veel meer gebruik van gaan maken”, vertelt De Ranitz. “Er zijn vaardigheden die je heel goed in een digitale omgeving kunt oefenen, waardoor je zelfverzekerder bent als je daadwerkelijk aan de slag gaat. Of samenwerkingsoefeningen waarbij je samen met je klasgenoten een opdracht moet uitvoeren. Dat kan heel goed met virtual reality of serious gaming opties.”


De studenten zijn dan ook meer geëngageerd, stelt De Ranitz. “Ten minste, als je het op de juiste manier aanpakt. Je moet de studenten echt betrekken bij de ontwikkeling van deze digitale middelen, zodat ze je ook feedback kunnen geven. Digitale middelen moeten geen gimmick worden. Een hele dag hoorcollege is niet prettig, maar de hele dag gamen is dat ook niet. Ga als docent dus ook met je studenten in gesprek om zo te achterhalen waar en voor wie digitale toepassingen echt meerwaarde bieden en biedt het op die manier aan als aanvulling op het fysieke onderwijs.”


Om erachter te komen wat voor de onderwijsinstellingen het beste werkt worden nu, naar aanleiding van de tijdens de pandemie opgedane kennis, ook veel analyses gedaan, vertelt De Ranitz. “De pandemie heeft eigenlijk een reality check gegeven waardoor we veel realistischer verwachtingen hebben van digitaal onderwijs. Het is nu zaak dit goed vorm te geven zodat we het onderwijs nog verder kunnen verrijken. Samenwerking is hierbij essentieel, ook om bijvoorbeeld te zorgen dat er goede afspraken over digitale veiligheid worden gemaakt met de uitgevers van onderwijssoftware. Door hier goed met elkaar over in gesprek te gaan en duidelijke kaders te stellen kunnen we hiermee echt mooie dingen doen.”

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles