European Media Partner

‘De wetenschap is er niet alleen maar voor de wetenschap’

Alle neuzen dezelfde kant op krijgen. Dat is één van de belangrijkste doelstellingen van Carmen van Vilsteren. “Anders kan het zomaar gebeuren dat, ondanks dat je misschien ongeveer dezelfde bedoelingen hebt, je toch een andere kant op aan het bewegen bent. En daarmee creëer je geen impact, maar verspil je enorme bakken met geld en effort.”

Begin deze maand werden twee voorstellen van de Life Science & Health sector gehonoreerd door het Nationaal Groeifonds. Carmen van Vilsteren reageerde verheugd op LinkedIn. Niet zo gek, want bij haar aanstelling als boegbeeld van de Topsector Life Sciences & Health zei ze al dat ze zich graag wilde inzetten om de toonaangevende positie van het Nederlandse onderzoek en bedrijfsleven op het gebied van innovaties voor gezondheid en zorg verder te versterken en internationaal uit te bouwen. 


Maar naast het feit dat de honorering van deze twee voorstellen volgens Van Vilsteren echt een enorme impuls is voor een aantal onderwerpen die binnen de sector heel erg belangrijk zijn en die erg lastig te financieren zijn op een andere manier, was er nog een andere reden dat ze zo verheugd was. Beide voorstellen zijn namelijk heel goede voorbeelden van een vruchtbare samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, overheid en maatschappelijke organisaties. En laat dat nou net een speerpunt zijn in de strategie van de topsector Life Sciences & Health. “Het is cruciaal, het is het fundament onder de hele topsectorengedachte, dat we het samen doen. En kennisinstellingen en bedrijven hebben de overheid en de maatschappij daarbij ook echt nodig.” 


Waarom heeft de sector de overheid nodig?

“Als je vanuit de overheid niet een bepaalde support krijgt om aan zaken te werken, en dan heb ik het niet alleen over financiering, maar ook zaken als regelgeving  en vestigingsklimaat, dan wordt het moeilijk. We moeten dus echt proberen om met al die partijen op zijn minst de neuzen een beetje dezelfde richting op te krijgen. Anders kan het zomaar gebeuren dat, ondanks dat je misschien ongeveer dezelfde bedoelingen hebt, je toch een andere kant op aan het bewegen bent. En daarmee creëer je geen impact, maar verspil je enorme bakken met geld en effort.”


Dat wetenschappers blij worden van een meewerkende en meebetalende overheid lijkt me logisch. Maar zitten zij ook te wachten op bedrijven? 

“Ja en nee. De wetenschap is er niet alleen maar voor de wetenschap, dus de meeste wetenschappers zijn zich er heel erg van bewust dat het er uiteindelijk ook om gaat dat er met hun kennis iets gebeurt. Er zijn niet veel wetenschappers die blij zijn als ze weer vijf wetenschappelijke artikelen hebben uitgebracht die niet verder komen dan het tijdschrift waarin ze zijn gepubliceerd. Dus worden zij gedreven door de ambitie dat er uiteindelijk, en dat hoeft niet vandaag of morgen, dat kan ook in de verre toekomst zijn, iets van hun kennis in de maatschappij komt. En dat gebeurt dan natuurlijk heel vaak toch door het bedrijfsleven.”


Want die wetenschappers hebben het bedrijfsleven nodig?

“Zeker. Als jij een geweldig medisch apparaat of principe bedenkt en je vindt geen industrie die geïnteresseerd is om dat te produceren, dan kun je misschien een prototype in je eigen praktijk gebruiken, maar daarmee houdt het dan op. Je hebt nou eenmaal een bedrijf nodig die er een markt in ziet en bereid is om het risico te nemen om daar veel geld en effort in te stoppen. Zonder een bedrijf kan je het niet naar de markt brengen. Een discussie die ik hier lokaal vaak voer als Director Health bij de TU Eindhoven gaat over onze intensieve samenwerking met Philips. ‘Vind je het niet jammer dat al die kennis naar Philips gaat?’, zeggen ze dan. Nou, dat vind ik niet. Ik ben juist heel blij daarmee. Philips is bijvoorbeeld wereldwijd marktleider in beeldgestuurde systemen voor interventies (dotter, red.) in de cardiologie, dus als een onderzoeker bij ons op dat gebied iets verzint, en dat wordt door Philips naar de markt gebracht, dan worden 50% van de cardiologie patiënten wereldwijd behandeld met zijn of haar idee. Dat is toch de beste beloning die je kan krijgen als onderzoeker?”


En wat is dan de nee?

“Het vraagt wel vertrouwen in elkaar. Dus de nee is dat je dit doet op basis van wantrouwen, dan werkt het niet. Als je alleen maar denkt: dit bedrijf wil geld verdienen aan mijn uitvinding, ja, dan wordt het wel heel lastig. Natuurlijk hebben bedrijven ook een eigen belang, maar je moet samen op zoek naar een gezamenlijk belang, naar een punt op de horizon. Kennisinstellingen, overheid, bedrijven én de burger, want we hebben het tegenwoordig over de quadruple helix. Alle vier deze partijen hebben vaak wel vergelijkbare langetermijndoelstellingen, maar ze hebben ook allemaal andere kortetermijndoelstellingen en die kunnen conflicteren. Het is niet makkelijk om die allemaal dezelfde kant op te krijgen, maar wel heel erg essentieel.”


Wat is dat langetermijndoel?

“Het kabinet heeft drie jaar geleden het missiegedreven innovatiebeleid ingezet en voor de Life Science & Health sector is de ambitie dat in 2040 alle Nederlanders vijf jaar langer gezond leven en functioneren. Daarbij willen we ook dat de verschillen in gezonde levensverwachting die er nu zijn tussen de hoge en lagere sociale klasse gereduceerd worden met 30 procent. We noemen dat plus vijf, min 30. Dat is natuurlijk een fantastische kapstok om al die partijen, met al hun eigen bijdrages en belangen, dezelfde kant op te krijgen.”


Zien we bij het ontwikkelen, maar vooral bij de levering, van de verschillende vaccins niet de keerzijde van deze samenwerking?

“Nee. Voor corona was er geen beleid wat betreft vaccins, dus dat is puur aan de markt overgelaten. Nederland heeft bij het coronavaccin gekozen om vooral in te zetten op het gezamenlijk inkopen in Europese context en niet op het helpen van individuele bedrijven of als overheid zelf iets op te zetten. Amerika heeft ingezet op gezamenlijk inkopen en bedrijven helpen. Terugkijkend zou je kunnen zeggen: misschien hadden we dat ook allebei moeten doen. Dat soort keuzes worden op dit moment natuurlijk wel geëvalueerd, zodat we lessen kunnen trekken uit de coronacrisis.”


Wat zijn de lessen van de coronacrisis tot nu toe?

“Ten eerste: dat de sector ongelooflijk belangrijk is. Dat is voor iedereen nu wel duidelijk. En dan bedoel ik niet alleen voor de gezondheid, maar natuurlijk ook economisch. We waren niet goed voorbereid op een pandemie, ondanks dat sommige mensen wel degelijk al jaren riepen dat die eraan zat te komen, en dat heeft de hele economie platgelegd. Dingen als leveringsbetrouwbaarheid, vaccinontwikkeling, maar bijvoorbeeld ook data-infrastructuur en e-health zullen veel meer aandacht krijgen. Bij dat laatste zit het ‘m niet zozeer in de technologie, maar wel in de acceptatie. Voor de coronacrisis waren videoconsulten nog spannend, daar zijn we nu wel doorheen. Maar de volgende stap is thuismonitoren, daar moeten we nu naar toe. De juiste technologie op de juiste plek. Want waarom iemand naar het ziekenhuis laten komen als de metingen ook thuis gedaan kunnen worden?”


En verder?

“Het belang van preventie. Ik was echt aangenaam verrast dat in de partijprogramma’s voor de laatste verkiezingen eigenlijk bij alle partijen preventie behoorlijk hoog op de agenda stond. We weten dat mensen met een ongezonde leefstijl een grotere kans hebben om op de IC terecht te komen. Hoe kan je nou in de toekomst voorkomen? Hoe houd je gezonde mensen gezond? Dat is niet puur een medisch issue, maar dat heeft ook te maken met het sociale domein: scholing, inkomen, sociale zekerheid, noem het maar op. Dat is dus helemaal niet makkelijk. Dat is niet op te lossen met een gezondheidsappje, want dat helpt alleen de mensen die toch al met gezondheid bezig zijn. De echte onderliggende problematiek verhelp je daar niet mee. Als jij alleen maar bezig bent om te bedenken of je vandaag überhaupt vijf euro kan vinden om je boodschappen te doen, dan ben je niet bezig met hoe je daar een fantastische gezonde maaltijd van kan maken. Daar gaat geen innovatie bij helpen.”

Feit

Carmen van Vilsteren is sinds 1 april 2019 het boegbeeld van de Topsector Life Sciences & Health. Daarnaast is ze Director Health bij de Technische Universiteit Eindhoven en voorzitter van e/MTIC, Eindhoven MedTech Innovation Center. Voorheen werkte ze onder meer in verschillende functies bij Philips en bij diverse MedTech startups als co-founder en CEO.

Delen

Journalist

Jerry Huinder

Related articles