European Media Partner

De weg naar duurzaamheid in de chemische industrie mag niet lichtzinnig geïnterpreteerd worden

Geen evolutie, maar revolutie. Dat is wat de chemische industrie volgens Tom van Aken staat te wachten. “We hebben een revolutie nodig in de chemische industrie om af te kicken van olie.”

Als CEO van Avantium vecht hij al jaren voor een nieuwe plasticstandaard: PEF, de duurzame variant van PET. Maar ook als lid van het Topteam Chemie zet Tom van Aken zich in voor een duurzame chemische sector. Waarom? Omdat hij erin gelooft. “Er zijn radicale veranderingen nodig. Ik denk dat er niemand in de chemische industrie is die niet ziet dat duurzaam de enige manier is waarop het in de toekomst kan.” Een gesprek aan de hand van vijf stellingen.

Een duurzame chemische industrie is de enige weg voorwaarts.

“Ja. Mee eens. Duurzaamheid is natuurlijk een containerbegrip, maar voor de chemische industrie gaat duurzaamheid over de energietransitie, de grondstoffentransitie en circulariteit, dat zijn eigenlijk de drie hoofdthema’s. Het is de meest fundamentele transitie die je je kan voorstellen. Want als je moet veranderen van grondstoffen, de energie die je gebruikt en de producten die je maakt moeten ook nog eens circulair zijn, dan betekent dat eigenlijk dat de chemische industrie zichzelf volkomen opnieuw moet uitvinden. Deze transformatie biedt daarom ook grote kansen voor innovatie, belangrijk voor studenten die een impact willen maken, maar ook voor start-ups en innovatieve bedrijven. In de chemische industrie ziet iedereen de noodzaak om te veranderen, de richting is duidelijk, alleen over de snelheid van veranderen kunnen de meningen verschillen.”


Het verduurzamen van de chemische industrie duurt mij persoonlijk te lang.

“Daar ben ik het mee eens. En ik realiseer me ook dat het moeilijk is, want er is natuurlijk een bestaande industrie die andere belangen heeft. Als we 15 jaar geleden sneller CO2-emissies hadden gereduceerd, dan was het de komende jaren een stuk makkelijker geweest. Hoe langer je wacht, des te moeilijker het wordt. Dus ja, het duurt te lang. Aan de andere kant merk ik wel echt dat we in een transformatie zitten, we naderen een kantelpunt. Neem bijvoorbeeld de uitspraak van de rechter bij de klimaatzaak van Shell, de signalen die oliebedrijven krijgen van investeerders en consumenten: het kwartje is bij heel veel mensen gevallen dat het sneller moet. En er is de afgelopen jaren op het gebied van CO2-emissies al een hele hoop gerealiseerd, de industrie heeft echt niet stilgezeten, maar we hebben nog een enorme weg te gaan waarbij we meer snelheid en innovatie nodig hebben.” 


Er wordt een revolutie gevraagd van de chemische industrie om de klimaatdoelstellingen in 2050 te behalen.

“Absoluut. Ik zie veel bedrijven die tot 2030 redelijk op het vizier hebben staan wat ze moeten realiseren. Dan hebben we het over dingen die nog gerelateerd zijn aan het reduceren van energie, het efficiënter maken van processen en het zorgen dat er meer gerecycled wordt. Daarmee kom je een heel eind, maar daarna begint natuurlijk pas de echte pijn, want: hoe moet je vervolgens in 2050 zorgen dat je net zero bent? Ik heb veel chemische bedrijven gesproken die nog geen concreet plan hebben waarin staat hoe dat gerealiseerd moet gaan worden. Als je kijkt naar de grondstoftransitie, dan zitten we echt nog in de embryonale fase. Nog steeds wordt meer dan 90 procent van de producten in de chemische industrie gemaakt van fossiele grondstoffen. De chemische industrie is ontzettend goed geweest om heel efficiënt en heel goedkoop olie om te zetten in allerlei verschillende chemische producten die ons leven volledig bepalen. Als je wil stoppen met fossiele grondstoffen, en dat willen we, dan zijn daar eigenlijk drie mogelijkheden voor: je kan de koolstof gebruiken van planten, of het komt uit CO2, koolstof die al in de lucht zit, of het komt van afval. Dat is de uitdaging die voor ons ligt. Ik kan me niet voorstellen dat we genoeg tijd hebben om dit in kleine stapjes te doen, we hebben dus een revolutie nodig in de chemische industrie om af te kicken van olie.”


Een circulaire economie en een circulaire chemische industrie kan niet zonder een duurzaam denkende overheid én consument, wat de chemische industrie ook verzint.

“De chemische industrie kan dit inderdaad niet alleen. De overheid kan het goede voorbeeld geven door zelf alleen nog maar duurzame producten in te kopen en door wet- en regelgeving in te voeren die duurzame en circulaire producten faciliteert. En ik vind het wel goed om even aan te geven dat we ook leven in een deel van de wereld waar dit gebeurt, een deel van de wereld waarin de overheid vooroploopt met green deals en een plastics directive om single-use plastics aan te pakken. Europa heeft wat dat betreft een voorsprong op Amerika en Azië. Maar naast wat de overheid kan doen, onderschatten veel mensen hoe belangrijk de consument zelf is als aanjager van duurzame producten. Kijk maar naar de elektrische auto. Het begon met hele dure modellen, maar nu wordt het mainstream, en binnen afzienbare tijd rijden alle auto’s elektrisch.”


De toekomst van de chemische industrie wordt grotendeels bepaald door publiek-private samenwerkingen. 

“Ik denk in ieder geval dat dit heel belangrijk is. Vroeger werd er heel veel geïnnoveerd binnen bedrijven zelf en dus binnen gesloten muren. Op dit moment gaat innoveren heel anders, en vindt dat plaats op de universiteiten die samenwerken met bedrijven, en op snijvlakken van verschillende takken van onderzoek. De rol van samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven en daarmee ook de overheid, die dat faciliteert, is veel belangrijker dan 15 jaar geleden. Bedrijven weten dat ze fundamenteel onderzoek nodig hebben om echt stappen te kunnen zetten. Universiteiten zorgen ervoor dat die kennis die iedereen nodig heeft, uiteindelijk bij alle bedrijven terechtkomt die daar dan weer hun eigen voordeel uit halen. Neem waterstof, voor de duurzame toekomst van de chemische industrie van groot belang. In Nederland hebben we dat nu dus anders georganiseerd. Binnen een groeifondsvoorstel worden de krachten gebundeld van de universiteiten en van de industrie om te zorgen dat we op het ontwikkelen van waterstof voorop gaan lopen. De topsectoren chemie, energie en hightech systems werken zo met elkaar samen. Dat is een heel mooi voorbeeld van het ontwikkelen van sleuteltechnologie waar we de komende jaren binnen onze industrie hele hoge verwachtingen van hebben.”


Delen

Journalist

Related articles