European Media Partner

De toekomstige Captains of Industry moeten we nu de ruimte geven zich te ontwikkelen

De chemische industrie kampt als belangrijke vervuiler met een imagoprobleem. Maar dat geldt natuurlijk lang niet voor de hele sector: diezelfde chemische industrie werkt juist keihard aan oplossingen voor de grote milieuvraagstukken van deze tijd. 

“De chemische industrie werkt bijvoorbeeld ook aan nieuwe batterijen, nieuwe medicijnen en de zonnecellen in de zonnepanelen”, vertelt Jeroen Cornelissen, professor  Organische Chemie aan de Universiteit Twente en voorzitter van de KNCV (Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging). “De chemie speelt in een heel legio aan belangrijke toepassingen in onze samenleving een zeer belangrijke rol. En dat mag best wel wat meer naar voren komen in de discussie rondom de chemische industrie. Nederlands onderzoek speelt daarin ook een grote rol. Nederland is een kennis- en innovatieland en kan daarin het verschil maken. We kennen hier geen enorme voorraden grondstoffen en daarom moeten wij het hebben van kennis en innovaties.”


Het menselijke kapitaal is dus van essentieel belang. “Nederland heeft aardig wat Nobelprijswinnaars voortgebracht. En dat is mede dankzij het kennis- en innovatielandschap dat wij hier kennen. De nieuwe generatie studenten en jonge onderzoekers moet ook in de toekomst goed fundamenteel onderwijs genieten en vooral de speelruimte kunnen krijgen om eigen onderzoek te kunnen doen. Onder meer de energietransitie vraagt om nieuwe innovaties. Het geven van ‘speelruimte’ maakt dat studenten worden uitgedaagd en geprikkeld worden en juist hierdoor de creatieve oplossing gaan vinden voordiverse maatschappelijke problemen. De huidige studenten zijn de toekomstige captains of the industry. Hen op de juiste manier stimuleren betekent veel voor de toekomst: voor de samenleving, industrie, maar ook zeker voor de studenten en onderzoekers zelf. Zij halen op die manier het beste uit zichzelf.”


Op dit moment wordt veel onderzoek gefinancierd door middel van thematischeprogramma’s, zoals in het Nationaal Groeifonds en de Topsectoren. Cornelissen: “En dat is ontzettend goed, maar deze vorm van vaste programma’s stimuleert geen vrij onderzoek. Daar mag wat mij betreft wat meer aandacht en geld naartoe gaan.” Naast het onderzoek is het imago van de chemie een punt van aandacht. “De vervuiling waar het grote publiek de chemie vaak mee associeert, is maar deels terecht. De chemie is ook de sector die juist zorgt voor de oplossingen. Dit proberen we op vele manieren aandacht te geven. En vooral hierin meegaan met de tijd is belangrijk. Talloze korte filmpjes verspreiden via social media maakt het leuk en behapbaar voor het jonge publiek om geïnteresseerd te raken in de chemie, en vooral om erachter te komen wat de chemie doet voor de samenleving.”


Naast de jonge generatie meer betrekken, is het ook zaak de kleine innovatieve partijen in de industrie te koesteren. “Afgestudeerden gaan al lang niet meer allemaal naar de grote bedrijven. De kleinere bedrijven innoveren volop en concurreren dan ook succesvol met de grote partijen. Dit komt onder andere omdat de onderzoeksbudgetten van grote bedrijven door de jaren heen zijn ingekort en ze hierdoor beperkt kunnen focussen op nieuwe producten. Kleine bedrijven overeind houden en stimuleren om te blijven innoveren is voor de toekomst van een groenere chemie belangrijk, maar ook voor de innoverende jongeren die net afgestudeerd zijn, die de ruimte en middelen ontvangen om zo tot belangrijke innovaties voor de toekomst te komen.”


Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles