European Media Partner

‘De intrinsiek duurzame oplossing vraagt een veel bredere systeemaanpassing dan alleen verpakkingen’

Verpakkingen worden steeds duurzamer. Langzaamaan bewegen we naar een circulaire economie. Maar dat is volgens Chris Bruijnes niet genoeg. “Wat als je het nou eens helemaal anders gaat doen?”

‘De eerste vraag die ze moeten stellen is: kan het minder?’

Of het nou op kerstavond, bij het ontbijt of met het kerstdiner is: heel Nederland zal deze dagen verpakking na verpakking openmaken. Maar denkt iedereen bij het openen van het blikje waar de croissantjes inzitten, de doos van het nieuwe speelgoed of de fles van die overheerlijke wijn wel aan de gevolgen voor het milieu? “Nee. En dat mag je ook niet verwachten van ze. Een enkele donkergroene consument zal daar wel in geïnteresseerd zijn, maar het gros gooit zijn karretje vol met pindakaas en hagelslag omdat het pindakaas en hagelslag is, en niet omdat het duurzaam is verpakt.” Geen hoopgevende woorden uit de mond van Chris Bruijnes, general manager bij het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV). Is Bruijnes dan pessimistisch? Totaal niet. “Wat we wel kunnen verwachten van de consument, is dat ze de verpakkingen goed weggooien, dat is een ander verhaal. Maar de veranderingen op het gebied van het ontwerp van duurzame verpakkingen zullen vanuit de keten moeten komen, ook al omdat er heel veel technologie achter zit.” 


En denkt die keten bij verpakken wel aan duurzaamheid?

“Ja. In de meeste gevallen wel. Niet alle bedrijven zijn even goed op de hoogte van de gevolgen en mogelijkheden, maar als je ze er op aanspreekt, zijn ze wel bereid om erover na te denken.”


Wat is dan de meest prangende vraag op dit moment als bedrijven over duurzaam verpakken nadenken?

“De eerste vraag die ze moeten stellen is: kan het minder? Daarna moeten ze zich afvragen of het anders kan en daarmee bedoel ik: kan het met ander materiaal dat beter verwerkt kan worden in de afvalstromen. En dan tenslotte: kan het ook innovatiever?”


Minder en anders begrijp ik. Wat bedoelt u met innovatiever?

“Met innovatiever bedoel ik: stel jezelf de vraag op welke manier je kan voldoen aan de behoefte van de consument. Je kunt bijvoorbeeld shampoo uit een kunststoffles nodig hebben om je haar te wassen, maar je zou dit ook kunnen doen met een stukje zeep met nagenoeg geen verpakking, waarmee je thuis je eigen shampoo maakt door er water aan toe te voegen.”


Deze zomer is het rapport ‘The state of sustainable packaging’ van het KIDV gepubliceerd. Als ik u even mag quoten uit een interview naar aanleiding van dit rapport: ‘Maar nu is het tijd om er een tandje bij te zetten en te versnellen. Waarom maken we alle kunststofverpakkingen van verf of zeep niet van honderd procent gerecycled materiaal?’ Kunt u de vraag zelf eens beantwoorden?

“Ik denk dat het komt doordat er in de industrie vaak een bepaald gewoontegedrag is ingeslopen. Die verfemmers worden nu eenmaal zo gemaakt, en als niemand erover piept, dan is er ook geen reden om dat te veranderen. Het is lekker makkelijk, met nieuw plastic kan je mooie witte emmers maken, en als je dan witte verf verkoopt, wil die verkoper dat niet in grijze emmers van gerecycled plastic. Maar ik denk dus dat er overheen te stappen valt, zoals Coca Cola doet. Die hebben onlangs besloten om al hun flesjes van gerecycled materiaal te maken, ook al worden die flesjes dan minder helder doorzichtig, omdat ze denken dat de consument dit wel begrijpt. Sterker nog, ze denken dat de consument het zal waarderen en dagen de consument uit: koop onze cola niet, als je ons niet helpt recyclen.”


Maar goed, dan moet er wel genoeg gerecycled materiaal zijn. Wat zijn volgens u de grootste uitdagingen op het gebied van recycling op dit moment?

“We kunnen volgens de universiteit van Wageningen tot maximaal 70 procent komen als we alle technieken die we hebben goed toepassen en we heel consciëntieus en netjes inzamelen. Dus op de korte termijn zou het al heel mooi zijn als we dat halen, maar de doelstelling is dat we in 2025 50 procent halen, waarbij het meetpunt verder in de keten wordt gelegd dan nu het geval is. Er ligt dus een enorme druk op de markt om de kwantiteit te halen, maar dat zou weleens ten koste kunnen gaan van de kwaliteit. Want voor een hoogwaardig gerecycled product wil je kwalitatief hoge afvalstromen hebben.”


En waar ligt de oplossing?

“Die ligt ten eerste bij de verpakkingsdeskundigen die kunnen zorgen voor een design waarvan het verpakkingsafval aan het eind van de keten zuiver te krijgen is. En vertel de consument ook hoe om te gaan met de verpakking in de afvalfase.”


Precies: want dan moeten we als consumenten wel goed scheiden. En dat is misschien wel het moeilijkste van alles. 

“Dat is op dit moment ook het discussiepunt: moeten we blijven werken aan bronscheiding of moeten we inzetten op nascheidingstechnologie, waar het scheiden bij de afvalverwerker plaatsvindt? Het is lastig om daarin nu een keuze te maken, want bronscheiding geeft problemen, simpelweg omdat mensen het niet goed genoeg doen of niet duidelijk is wat in welke afvalbak hoort, maar ook nascheidingsprocessen zijn nog niet altijd even schoon. Daarnaast is er ook een maatschappelijke factor. Mensen zelf laten scheiden geeft ook een signaal af: het milieu is belangrijk en daar kan jij bij helpen.”


In het rapport stellen jullie dat het einddoel een intrinsieke duurzaamheid van verpakkingen is. Daarover zei u eerder: ‘we moeten niet terugdeinzen om productie, logistiek en consumptie helemaal anders te doen’. Een revolutie?

“Een revolutionaire gedachte. Of het ook een revolutie in de uitvoering wordt, is de vraag. Uiteindelijk is de hele discussie die we nu voeren ook een uitvloeisel van hoe we het nu doen. We produceren ergens groente, vervoeren het naar een loods waarin het wordt omgekist naar een veiling, dan gaat het van de veiling naar de opslagplekken van de retailers en dan komt het via de schappen van de supermarkt in je mandje en uiteindelijk in de koelkast. Maar wat als je het nou eens helemaal anders gaat doen?”


Zoals?

“Ik kan niet in de toekomst kijken, maar misschien kunnen we weer producten dichter bij huis maken, zodat de keten wat korter wordt. En het feit dat we nu veel meer aan huis leveren, kan ook iets betekenen voor de verpakking. Misschien kunnen we, als we dat leveringstechnisch milieuvriendelijk voor elkaar kunnen krijgen, terug naar dagelijkse boodschappen aan je huis. Dan ben je qua versheid niet meer afhankelijk van een voorraad en de verpakking die daarbij hoort. Dan hoef je chips niet meer te verpakken in een gelamineerde plastic zak om maanden te bewaren. De intrinsiek duurzame oplossing vraagt een veel bredere systeemaanpassing dan alleen verpakkingen. Dan moet je gaan nadenken over hoe je je haar wil wassen, hoe je gevoed wil worden.”


Het vraagt dus een andere maatschappij.

“Ja, en dat kan ook, het is geen wishful thinking. De maatschappij verandert continu, als je de jongeren van nu vraagt hoe zij de maatschappij van de toekomst zien, dan krijg je een ander antwoord dan tien jaar geleden. En over tien jaar zullen de antwoorden weer anders zijn. Afhankelijk van wanneer mensen opgroeien, leven zij steeds bewuster. Het pad van de mensheid gaat wel door.”

Feit

Chris Bruijnes is general manager bij het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken dat afgelopen zomer het rapport ‘The state of sustainable packaging’ uitbracht. Het idee achter dit rapport is packforward: ga nou eens over verpakkingen nadenken met een visie op de toekomst in plaats van te kijken in de achteruitkijkspiegel.

Delen

Journalist

Jerry Huinder

Related articles