European Media Partner

Carlo van de Weijer, 'mobiliteit: niet omdat het moet maar omdat het kan'

Onze mobiliteit ontwikkelt zich langzaam maar zeker naar een veiliger, duurzamer en schoner systeem. De coronacrisis heeft veel van deze ontwikkelingen een boost gegeven. Samengevat zullen we steeds meer mobiel zijn, niet meer zozeer omdat het moet (zakelijk verkeer), maar kan (vrije tijd).

“Het afgelopen jaar zijn we waar het kon zoveel mogelijk gaan thuiswerken”, vertelt Carlo van de Weijer, hoofd Smart Mobility aan de Technisch Universiteit Eindhoven. “Uiteindelijk zullen we wel weer deels terug naar kantoor en de universiteit gaan, maar dat we meer dan voorheen thuis blijven werken is een feit. Afhankelijk van hoe vaak dit kan is de verwachting dat we gemiddeld één a twee keer per week thuis blijven. Maar ook als we wel op pad gaan kan dat een stuk slimmer met een paar simpele aanpassingen. Voor tien uur ’s ochtends geen live meetings meer, bijvoorbeeld. Zo zullen we niet meer met z’n allen in de file staan of in een overvolle trein om acht uur ’s ochtends.”


Maar het is een illusie te denken dat we niet meer de auto gaan pakken. Van de Weijer: “In tegendeel. Gedurende de coronacrisis hebben zelfs meer mensen een eigen auto gekocht, oftewel de Corona Occasion. Maar voor de coronacrisis was deze trend ook al zichtbaar. Dit omdat de auto goedkoper is geworden. Net als ooit bij TV’s of de mobiele telefoon, is deze bij introductie duur en alleen voor de rijken beschikbaar. Maar al snel wordt deze door het toenemende volume ook goedkoper en daarmee beschikbaar voor steeds meer mensen. Dit is nu ook gaande met de elektrische auto. We zitten nu in de fase dat de elektrische auto steeds goedkoper wordt en daarom is het ook goed dat er nog subsidies zijn, die de aanschaf van de relatief duurdere elektrische auto mogelijk maken voor veel meer mensen. De aanschafkosten zijn misschien voor sommigen nu nog hoog, maar al gauw is het rijden van een elektrische auto goedkoop. De onderhoudskosten zijn veel goedkoper puur omdat er minder onderdelen inzitten..”


Wat betreft smart mobility rijdt er al ontzettend veel rond op de weg, gaat Van de Weijer verder. “Denk bijvoorbeeld aan de verkeersinformatie in de navigatie. Vijftien jaar geleden had bijna niemand een navigatiesysteem, laat staan de verkeersinformatie bij de hand en wist niemand hoe laat hij of zij ergens zou arriveren. De volgende stap is de zelfrijdende auto. Het gaat wat ver om te denken dat de mens bij wijze van spreken straks kan slapen achter stuur, maar op dit moment mag er meer vaart gezet worden in de technieken die ongevallen kunnen voorkomen. In de meeste gevallen zijn deze technieken al op de markt, maar is het wachten tot de auto’s deze gaan implementeren. Het relatief oude wagenpark wat wij in Nederland hebben draagt daar niet aan bij. Bovendien zijn deze veiligheidstechnieken soms nog dure extra’s. Door deze uit bijvoorbeeld de BPM te houden, wat ook bij de ABS (antiblokkeersysteem) is gebeurd, kunnen we de implementatie versnellen.”


Ten slotte moeten we vooral de fiets niet vergeten. De nieuwe fietsen zijn wereldwijd niet aan te slepen en is inmiddels het nieuwe toiletpapier geworden, besluit Van de Weijer. “We zijn het afgelopen jaar massaal gaan wandelen en fietsen. Je wilt er elke dag toch even uit en ‘onderweg’ zijn. Aan de andere kant werd het reizen met het openbaar vervoer afgeraden en konden veel mensen niet anders dan zich verplaatsen met de (elektrische) fiets. En dat bleek een goed alternatief te zijn. Veel mensen zullen dan ook de fiets blijven gebruiken en dat bespaart veel kosten, ruimte en draagt bij aan een goede volksgezondheid. Waar we veertig jaar geleden alleen maar auto’s zagen in de dorpen en steden is de fiets nu helemaal terug. In de toekomst is de mobiliteit niet het gevolg van op de weg moeten zijn, maar van op de weg kunnen zijn. De (elektrische) fiets is hierbij een goed alternatief voor de auto. Investeren in de fietspaden in plaats van de snelwegen verbreden heeft dan ook de toekomst. De overheid mag en moet daar wat mij betreft veel meer aandacht aan besteden!”


Delen

Journalist

Féline van der Linde

Related articles