Weekly News

Buitenlandse markten: potentieel winstgevend, maar vaak een hele onderneming

Het gras is groener aan de overkant en soms is de markt aan de andere kant van het Kanaal dit ook. Meer dan 100.000 Nederlandse bedrijven besluiten elk jaar om hun producten in het buitenland aan te bieden (CBS). In de meeste gevallen is dit het Verenigd Koninkrijk of Duitsland, maar vaak ook markten in andere werelddelen. Waar moeten bedrijven allemaal om denken als ze deze stap gaan zetten?

Bedrijven die zakendoen buiten de EU krijgen te maken met de btw-regels in ons land én de regels in het buitenland. Deze regels verschillen per land. Bij export van goederen naar niet-EU-landen brengen bedrijven nul procent btw in rekening. Bij import van goederen uit deze landen, betalen bedrijven onder andere invoerrechten en btw. Leveren bedrijven diensten aan afnemers buiten de EU of nemen zij diensten af van leveranciers buiten de EU? Dan is het van belang om te weten of de dienst in Nederland of in het andere land belast is. Behoorlijk wat zaken om rekening mee te houden dus. Gelukkig heeft de overheid enkele regelingen in het leven geroepen om Nederlandse bedrijven een handje te helpen. 


Met bijvoorbeeld Starters International Business (SIB) helpt het ministerie van Buitenlandse Zaken bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (mkb) die buitenlandse markten willen opgaan. Het idee is dat export nieuwe kansen biedt voor bedrijven. Het kan leiden tot meer omzet, maar het kan ook het antwoord zijn op de toegenomen concurrentie op de binnenlandse markt. De stap naar het buitenland kan de risico’s van ondernemen spreiden, maar een nieuwe markt komt ook met eigen (potentiële) risico’s. Drie verschillende vouchers helpen bedrijven aan een concreet actieplan voor internationalisering, ondersteuning voor deelname aan handelsmissies of collectieve beursinzendingen en bij het inhuren van een deskundige; dit zijn vouchers voor coaching, missies en kennis. 

 

“De coachingvouchers zijn bedoeld voor mkb’ers die geen ervaring hebben met internationaal ondernemen en eigenlijk geen idee hebben waar zij moeten beginnen”, vertelt Gea Hemmink, projectadviseur Starters International Business van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De vouchers kunnen de ondernemers inzetten bij een coach die door RVO is aangemerkt. Met de coach volgen drie tot vijf gesprekken waarin zij motivatie, ambitie en onderscheidend vermogen bespreken. Het gaat hierbij zowel om het product als de eigenaar en het werkt als een soort SWOT-analyse. Vervolgens vergelijken zij verscheidene exportmarkten, doen zij een interne analyse en stellen zij een soort stappenplan op.  


Hemmink: “Als een bedrijf bijvoorbeeld naar Spanje wil, is het van belang als eerste de website te laten vertalen. Soms is een bepaalde markt juist helemaal niet handig, en het is dan aan de coach om dit duidelijk te maken. Zo willen veel bedrijven naar China, maar houden ze geen rekening met alle regelgeving. Ook Duitsland kan voor sommige sectoren erg complex zijn. Ons doel is om mensen scherp te houden en een spiegel voor te houden.”


De missievoucher ondersteunt bedrijven tijdens handelsmissies, bijvoorbeeld naar buitenlandse beurzen die door private partijen worden georganiseerd. De bestemmingen zijn heel divers, zoals de VS, Milaan of Parijs. In Parijs ging het bijvoorbeeld om een gezamenlijke beursinzending door partijen uit de creatieve sector. Middels vouchers betalen zij (deels) de deelnamekosten. De coachingvoucher heeft een waarde van 2400 euro, de missievoucher heeft waarde van vijftig procent van de deelnamekosten tot maximaal vijftienhonderd euro.  


Met deze voucher kunnen bedrijven informatie en ondersteuning krijgen op juridisch en fiscaal gebied. Stel een bedrijf exporteert al naar een land en wil in dat specifieke land een verkoopkantoor openen. Waar moet diegene aan denken qua wetgeving? Het gaat hierbij wel om ‘losse’ vragen, niet om structurele dienstverlening.  


Als het hele terugtrekkingsakkoord is goedgekeurd, bij een Brexit-deal dus, wordt het Verenigd Koninkrijk tot 1 januari 2021 nog behandeld als een onderdeel van de EU. Bij een no deal of cliff edge niet. Dan krijgen ondernemers te maken met hogere invoerkosten, complexere procedures, meer controles en administratieve rompslomp. Dit kan ook gelden voor partijen die niet rechtstreeks handelen met het VK, zoals afnemers en toeleveranciers. Een goede voorbereiding op Brexit kost volgens de Belastingdienst twee maanden tot ruim een jaar. Dit hangt af van hoe bedrijven aangifte gaan doen: doen zij dit zelf of besteden zij het uit aan een douanevertegenwoordiger? Als zij zelf aangifte doen, is de voorbereidingstijd het langst. Te lang wachten met de voorbereidingen heeft langere voorbereidingstijden tot gevolg. 


Kortom: de stap naar het buitenland kan een hele onderneming zijn, maar de overheid heeft genoeg regelingen in het leven geroepen om ondernemend Nederland een steuntje in de rug te geven. Aan de bedrijven om erachter te komen welke regelingen bij hen passen.

Delen

Journalist

Annette Hoeksema

Related articles