European Media Partner

Applicaties gaan het zorglandschap veranderen

Inmiddels heeft bijna iedereen in Nederland een smartphone tot zijn of haar beschikking. Deze staat doorgaans vol met allerlei apps, van social media tot online shopping en van spelletjes tot muziekdiensten. Ook in de zorg maken apps hun opmars, en dat kan leiden tot een flinke efficiëntieslag.

In de toekomst zal het aantal zorgvragers alleen maar stijgen en je zult zien dat er dan niet genoeg zorgcapaciteit is om iedereen te helpen.

Op het gebied van zorgapplicaties zie je eigenlijk twee stromingen, vertelt Daan Dohmen, professor digitale transformatie in de zorg en oprichter van Luscii. “Aan de ene kant heb je de consumentenapps. Allerlei fitness- en voedingsapps die door de consument zelf kunnen worden gebruikt om hun leefstijl te monitoren en hun gezondheid te verbeteren. Aan de andere kant heb je ook de digitale zorgapps die in directe verbinding staan met zorgverleners. En die apps zullen een gigantische invloed gaan hebben op het zorglandschap.”


We zien in de huidige coronacrisis al dat apps een belangrijke rol zijn gaan spelen in de zorg. “Stel je krijgt covid en het gaat niet goed”, stelt Dohmen. “Dan is de eerste vraag of je naar het ziekenhuis moet of niet, we noemen dat triage. Daar kunnen apps al een belangrijke rol gaan spelen. Zo kwam OLVG vorig jaar met de OLVG coronacheck app. Deze was primair bedoeld om inzicht te krijgen in het ziektebeeld en of de patiënt COVID-19 had en dus naar de huisarts of het ziekenhuis zou moeten. Dat is een eerste toepassing van zorgapps.”


Vervolgens komt de patiënt bij de dokter en wordt deze gediagnosticeerd. “Als het niet zo ernstig is dat je in het ziekenhuis opgenomen moet worden, maar het wel belangrijk is dat bijvoorbeeld je hartritme of zuurstofwaarden in de gaten gehouden worden, kan de arts je weer naar huis sturen met apps om dit te meten”, vertelt Dohmen. “De patiënt kan dan met een gerust hart thuis zijn behandeling ondergaan of herstellen, wetende dat zijn gezondheid in de gaten gehouden wordt. Zo worden onnodige controles in het ziekenhuis voorkomen.”


En mocht de patiënt dan toch in het ziekenhuis opgenomen worden, dan kunnen ook daar apps ingezet worden. “Stel je bent ziek geweest en je gaat thuis herstellen”, schetst Dohmen. “Dan kom je op een zogenoemde ‘virtual ward’ terecht. De patiënten krijgen in het geval van corona een app mee met zuurstof-, saturatie en thermometers om thuis hun waarden in de gaten te houden. Maar dit kan ook in andere situaties, bijvoorbeeld nadat iemand een grote operatie heeft gehad. Dat is enerzijds fijn voor de patiënt, want deze kan thuis herstellen, maar ook fijn voor het ziekenhuis omdat daar weer een bed vrijkomt voor een andere patiënt. In de covid-zorg zagen we dat patiënten hiermee tot wel een week eerder naar huis konden.”


Deze drie toepassingen van zorgapps kunnen tot grote voordelen leiden voor zowel de zorgverleners als de patiënt. “Allereerst geven deze apps de mogelijkheid om ziekenhuisopnames te voorkomen of te verkorten”, stelt Dohmen. “Zo kunnen onnodige opnames voorkomen worden en blijven de bedden beschikbaar voor mensen die deze echt nodig hebben. Ten tweede kunnen apps ingezet worden voor diagnostiek en poliklinisch bezoek. Deze bezoeken kunnen flink gereduceerd worden omdat deze controles op afstand plaats kunnen vinden of zelfs helemaal niet nodig zijn omdat alles goed gaat. Ook dat zorgt weer voor extra ruimte voor de echt noodzakelijke zorg. en als laatste zorgt het er ook voor dat de hele beleving van de zorg gaat veranderen. Net zoals we gewend zijn onze bankzaken online te doen, kunnen we nu ook zorg online regelen. De zorg wordt daarmee meer patiëntgericht, omdat de patiënt meer regie krijgt.”


Uiteindelijk is de hoop dan ook dat deze apps het leven van de patiënt zullen verbeteren. “Als je niet steeds naar het ziekenhuis hoeft te reizen voor routinecontroles, hou je meer energie over voor andere activiteiten”, vertelt Dohmen. “Dat kan voor de patiënt heel waardevol zijn. Ook hoeven patiënten niet telkens vrij te nemen voor ziekenhuisafspraken en dergelijke, en dat kan hen enorm helpen.”


Daarnaast levert het ook aan de zorgkant veel op, stelt Dohmen. “Het is gewoon nodig en dat hebben we het afgelopen jaar sterk uitvergroot kunnen zien. We weten nu wat er gebeurt als er weinig capaciteit is in de zorg: dan zijn we heel kwetsbaar. In de toekomst zal het aantal zorgvragers alleen maar stijgen en je zult zien dat er dan niet genoeg zorgcapaciteit is om iedereen te helpen. We moeten de zorg dus op een andere manier in gaan richten om deze beschikbaar te houden. Dit is een middel dat daarbij kan helpen.”


Dan rest ons alleen nog de laatste vraag: hoe houden we die apps veilig? Er wordt immers veel data gedeeld in deze apps. “Veiligheid is inderdaad cruciaal”, stelt Dohmen. “Daar is dan ook wetgeving voor ontwikkeld. Zo is er een CE certificering, speciaal voor medische hulpmiddelen, waaraan software bouwers en leveranciers moeten voldoen. Dit certificaat toont aan dat de app en het bedrijf dat de app maakt, voldoet aan de eisen op het gebied van klinische effectiviteit en kwaliteit. Medische apps moeten zich in veel gevallen als zij in de zorg worden ingezet laten certiceren door daartoe aangewezen externe instanties. Er is daarbij een verantwoordelijkheid bij zowel zorgverleners die de apps inzetten om vast te stellen dat deze het juiste certificaat hebben, maar ook bij de makers van de apps om deze op de juiste manier te ontwikkelen waarbij ze zich bewust zijn van de risico’s en voldoen aan de eisen van de benodigde CE certificering. Daarnaast zijn er nog verplichte keurmerken op het gebied van privacy en beveiliging, zoals ISO en NEN. Voor consumenten zorg-apps is er bovendien in Nederland de GGD app store, in samenwerking met Deloitte en Pharos. Deze beoordelen de apps en geven sterren mee om aan te tonen hoe goed de app werkt, hoe veilig deze is en hoe duidelijk deze is in gebruik voor laaggeletterden. Dan weet je zeker dat het met de app die je gebruikt helemaal goed zit.”

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles