Weekly News

‘We gaan sowieso elektrisch rijden’

De dagen lijken geteld voor traditionele brandstofmotoren. Ook het bedrijfsleven is om. Op grote schaal doen zakelijke elektrische auto’s hun intrede, terwijl op de achtergrond een tandje wordt bijgeschakeld door de Europese wetgever.

De uitdaging voor elektrisch autovervoer zit ‘m nog vooral in het aanbod. Met de bovenkant van de markt zit het wel goed. Wie zakelijk of particulier een flink budget kan stukslaan, heeft de keuze uit een reeks modellen. “Maar dan gaat het om modellen die voor de goegemeente financieel minder bereikbaar zijn. Zowel voor de particulier als voor de gemiddelde zakelijke rijder”, stelt Luberto van Buiten, hoofdredacteur bij Mobility Media, uitgever van verschillende mobiliteitsmagazines. Het wachten is op een hausse aan gunstig geprijsde zakelijke voertuigen. “Er zijn steeds meer modellen beschikbaar. De levertijd kan echter tegenvallen, omdat fabrikanten te weinig nieuwe elektrische wagens produceren. En bij sommige modellen is de actieradius nog te beperkt voor zakelijk gebruik.”


Nu loopt het aanbod dus nog niet synchroon met de marktvraag, maar dat gaat op termijn zeker veranderen. Zo krijgen autofabrikanten de duimschroeven steviger aangedraaid door de Europese overheid. Via regelgeving is vastgesteld dat autofabrikanten in 2025 een aanbod moeten produceren dat voor 20 procent bestaat uit lage-emissieauto’s. In 2030 moet dat zijn toegegroeid naar 40 procent.


De doorbraak van elektrische auto’s wordt echter niet alleen door de overheid gestimuleerd, constateert Van Buiten. Ook steeds meer bedrijven willen overstappen naar duurzaam vervoer. “Leasing is inmiddels goed voor ongeveer de helft van de totale nieuwverkoop. De bijtelling op elektrisch vervoer is laag, dus het leaseaanbod is echt een aanjager voor de elektrificering van het complete wagenpark.”


Anne Knol houdt zich in haar rol als Campagneleider Duurzame Mobiliteit bij Milieudefensie onder andere bezig met de leefbaarheid in binnensteden. Iedereen die woont in de binnenstad weet: een overvloed aan auto’s maakt de leefbaarheid er niet beter op. “Om verschillende redenen zie je nu steden kritischer omgaan met de toegankelijkheid van brandstofauto’s. Door de uitstoot van fijnstof en gassen neemt de luchtkwaliteit af. Bovendien heb je te maken met de leefbaarheid in de fysieke omgeving. Auto’s nemen veel ruimte in. En gemotoriseerd verkeer neemt veiligheidsrisico’s met zich mee.”


Er bestaat echter net zo goed een andere kant van de medaille, stelt Knol. Er bestaat immers ook behoefte aan transport. Van zowel goederen als personen. Zeker voor bedrijven die in de binnenstad gevestigd zijn, is dat een kritisch punt. Als we praten over goederen, dan valt er nog veel winst te behalen met gecombineerd vervoer. “Veel bedrijven vervoeren hun eigen goederen en pakketjes. Als je die laat combineren met vervoersstromen van externe logistieke dienstverleners, dan scheelt dat opvallend veel transportbewegingen. Zeker als je logistieke hubs aan de rand van de stad schakelt met elektrisch transport of vrachtfietsen naar de binnenstad levert dat veel duurzaamheidswinst op.”


En medewerkers dan. Hoe moet het daar mee? Wat je volgens Knol als bedrijf logischerwijs kunt doen, is om een keuze te maken voor vestiging nabij openbaar vervoer. Dus niet weggelegen op een industrieterrein waar amper een bus komt. “En je kunt ook een aanmoedigingsbeleid voeren om met de fiets naar het werk te komen, bijvoorbeeld door uitnodigende parkeervoorzieningen en andere fietsregelingen. Ook elektrisch deelvervoer kan helpen om flexibel in te spelen op vervoersbehoeften, zonder dat iedereen met zijn of haar eigen auto naar kantoor hoeft te komen.”


Delen

Journalist

Hugo Schrameyer

Related articles