Weekly News

Verpakkingsindustrie mist een scheidsrechter

Als we echt naar een circulaire economie toe willen, dan moet er in de verpakkingsindustrie een soort scheidsrechter komen die de kwaliteit en recycleerbaarheid van verpakkingen bewaakt. Dat betoogt Ulphard Thoden van Velzen, onderzoeker aan de Wageningen University & Research (WUR). “Als een recyclingbedrijf nu een verpakking binnenkrijgt en hij kan er niets mee, dan moet hij het zelf maar oplossen. Dat moet eigenlijk anders.”

“Design-for-recycling is op dit moment vrijwillig, geen must.”

Vanaf 2030 moet al het verpakkingsmateriaal recyclebaar zijn. Dat is althans de stevige ambitie die de Europese Commissie begin dit jaar uitsprak in haar Strategie voor Plastic in een Circulaire Economie. Haalbaar? Dat is sterk de vraag, zo leert een rondgang binnen de verpakkingssector. Grootste probleem? Onder meer het gebrek aan samenwerking, maar vooral: het gebrek aan een controlerende macht die de verpakkingsindustrie beoordeeld en terechtwijst wanneer er niet afdoende rekening wordt gehouden met een circulaire economie. 


Vooral op het gebied van ‘design-for-recycling’ valt het nodige te winnen: als bij de ontwikkeling van een nieuwe verpakking rekening wordt gehouden met het recycleproces dan kunnen er meer en zuiverder recyclingproducten worden gemaakt. “Denk bijvoorbeeld aan de vorm, inhoud en grondstof van een verpakking”, zegt Thoden van Velzen, die zelf al jaren verpakkingen onderzoekt.  “Een lang dun plastic flesje valt bijvoorbeeld door de zeef. Dan kan hij wel recyclebaar zijn, maar door die designfout komt het flesje in de fijne sorteerrest terecht en kan die niet eens gerecycled worden.”


Wageningen University & Research publiceerde eind vorig jaar een omvangrijk onderzoek waaruit onder meer bleek dat 28 procent van de verpakkingen nog altijd slecht recyclebaar zijn. Dat getal moet omlaag, stelt de researcher. “Grote jongens als Unilever en Kraft Foods hebben mensen in dienst om over design-for-recycling na te denken, maar binnen het midden- en kleinbedrijf valt er nog een hoop te winnen”, zegt hij. “Veel van deze producenten willen of kunnen geen rekening met recycling houden, maar daar zit juist het probleem: dat hoeft dus niet. Er is binnen de industrie niemand die ze in de gaten houdt, aanspreekt of corrigeert."


Consumenten kunnen bij het Meldpunt Verpakkingen van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) wel opmerkingen plaatsen over verpakkingen en duurzaamheid, maar op een hoger niveau is er geen scheidsrechter om gele of rode kaarten uit te delen. Thoden van Velzen: “Je kunt als recyclebedrijf dus wel een fabrikant opbellen en zeggen dat een bepaald verpakkingsontwerp op geen enkele manier duurzaam of handig voor het proces is, maar dan krijg je gegarandeerd nul op het rekest.”


“Design-for-recycling is op dit moment vrijwillig, geen must”, gaat de onderzoeker verder. “Zolang er geen afspraken over zijn gemaakt en er geen sancties op staan, zullen marketingargumenten altijd harder doorklinken in een bedrijf waar het om de winst gaat.”


Niels van Marle, verpakkingskundige bij het KIDV, vraagt zich af of een ‘scheidsrechter’ wel werkt om recyclability te stimuleren en pleit vooral voor een ketenbenadering. “Laat de verantwoordelijkheid bij de verschillende spelers in de sector. Van producenten tot recyclebedrijven tot verpakkingsontwerpers, koppel ze aan elkaar en motiveer ze om het samen beter te doen.”


Door aan het begin van de keten, bij het ontwerpen van verpakkingen, al na te denken over de mogelijkheden tot hergebruik en recycling, is veel winst te behalen, meent hij. “Laat ketenpartijen elkaar aansporen tot positief gedrag en beloon dat. Dat stimuleert veel meer dan wanneer een ‘scheidsrechter’ gaat oordelen over wat wel en niet goed is.” 


Uiteindelijk zal dit ook het gebruik van moeilijk recyclebare materialen terug dringen, verwacht Van Marle.


Volgens Thoden van Velzen is er vooral een cultuuromslag nodig. Hij geeft zelf zwarte (vlees)verpakkingen als voorbeeld. “Ze geven een luxueuze uitstraling aan een product en verkopen daarom goed, maar zijn door recyclingbedrijven met de huidige machines en technieken niet goed te sorteren. Gaan altijd richting de sorteerrest of de mix. Een probleem, maar de afdeling marketing van een verpakkingsbedrijf stelt: zwart verkoopt beter, dus we houden het zo. Dat is zorgwekkend. Terwijl: als je die biefstuk in een transparante of witte verpakking stopt, hij net zo lekker smaakt.”

Feit

56 procent van de kunststofverpakkingen zijn goed recyclebaar, zo blijkt uit onderzoek van de WUR. Ongeveer 6 procent van de kunststofverpakkingen is in principe goed recyclebaar, maar verstoort de recycling van andere verpakkingen, terwijl 28 procent van alle verpakkingen slecht recyclebaar is.

Delen

Journalist

Ger de Gram

Related articles