Weekly News

Slimme stad is stad van de toekomst

Zelfrijdende deelauto’s, hernieuwbare energie en digitale innovatie: alles komt samen in Smart Cities. “Er is al zoveel mogelijk. Veel meer dan men vaak nog beseft. Dit is nog maar het begin.”

Overal ter wereld investeren over- heden in het fenomeen Smart City waarin tal van technologische ontwikkelingen samenkomen. Neem India bijvoorbeeld, dat onlangs vijftien miljard dollar reserveerde voor 100 slimme steden in 2020. Of Dubai, dat acht miljard steekt in het Dubai Plan 2021, dat onder meer het uitrusten van politieagenten met een Google Glass omvat. In de EU vallen de ambities vaak samen met het door de Europese Commissie vastgestelde onderzoeksprogramma Horizon 2020, dat gebaseerd is op de pijlers energie, transport en ict.

Hoe ziet de stad van de toekomst eruit? Autonoom rijdende (elektrische) deelauto’s kunnen een revolutie betekenen. “We hebben straks misschien helemaal geen openbaar vervoer meer nodig”, zegt Elphi Nelissen, die het Smart Cities- onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) leidt. “Rotondes en stoplichten kunnen we afschaffen, want auto’s regelen voorrang zelf. Ook het parkeerprobleem is gelijk opgelost wanneer we autogebruik op elkaar afstemmen. De stad wordt veiliger en leefbaarder.” De vraag is volgens Nelissen niet óf dit gaat gebeuren, maar wannéér. “Het kan over vijf jaar zijn, tien of vijftien. De vraag is vooral hoe de maatschappij op deze ontwikkelingen reageert. Dat is de remmende factor, niet de technologie.”

De universiteit heeft het Smart Cities Center Eindhoven (SSC/e) opgezet voor het onderzoek naar slimme steden. Het centrum kijkt onder meer naar zelfrijdende auto’s, energie- neutrale bebouwing, klimaatvriendelijke maatregelen en de stad als ecosysteem voor het ontstaan van innovatie en co-creatie. Een slimme wijk op een nog te bepalen locatie binnen de Brainportregio Eindhoven wordt de proefgrond van veel van deze technologieën. SSC/e werkt hiervoor samen met onder meer overheid, bedrijfsleven en het Duitse Fraunhofer-instituut.

Een belangrijk onderdeel van veel onderzoek naar slimme steden is de energietransitie voor de logistieke sector. Nu al vindt veel stadsdistributie plaats met elektrische voertuigen, constateren Michiel Bremmers (ING Lease) en Rico Luman (ING Economisch Bureau). Zij deden onderzoek naar de reductie van CO2-uitstoot in de transport en logistiek, tevens een belangrijk thema voor de Nederlandse Vereniging van Leasemaatschappijen waar de resultaten onlangs werden gepresenteerd. “We verwachten veel van elektrische logistiek in stedelijke gebieden”, aldus Bremmers. “Dit segment gaat substantie krijgen.”

Elektrisch rijden is voor veel van het zware vrachtwagenvervoer voorlopig nog niet weggelegd. Het aandeel elektrische voertuigen voor trucks van drieënhalf ton is nog geen één procent. Beperkingen in actieradius, laad- en trekvermogen, gecombineerd met hoge aanschafkosten zonder subsidies betekenen dat logistieke dienstverleners nu nog vooral geïnteresseerd zijn in (groen-)gas om hun vloten te verduurzamen. Maar ook op andere manieren kan logistiek een stuk efficiënter door inzet van ict en betere coördinatie. “Voertuigen kunnen realtime informatie met elkaar delen en rijroutes optimaliseren”, zegt Luman. “Ook zien wij retailers elkaar opzoeken en logistieke hubs inrichten aan de randen van steden.”

Maar ook buiten de logistiek zijn flinke stappen te maken. Zo verbruiken huizen steeds minder energie, maar ook hier is ruimte voor vooruitgang. Denk aan woningen die zelfvoorzienend zijn in hun energiebehoefte en zelfs energie terug kunnen leveren aan het elektriciteitsnet. Dit betekent dat utiliteitsbedrijven, steden en huishoudens productie en afname op elkaar moeten afstemmen. Onder meer Amerikaanse ontwikkelingen in batterijtechnologie door het bedrijf Tesla maken het mogelijk energie langer op te slaan en dit beter te regelen. Ook is het niet ondenkbaar dat huizen binnen afzienbare termijn gewoon uit de (3D-)printer rollen. “Er is al zoveel mogelijk”, stelt Nelissen. “Veel meer dan men vaak nog beseft. Dit is nog maar het begin.”

Delen

Journalist

Wendy de Liefde

Related articles