Weekly News

Nico Zornig MAATSCHAPPIJ

Nico Zornig: ‘We moeten het gezamenlijk doen, anders komen we er niet’

Samenwerken, het grote plaatje blijven zien en continu bijsturen om te kunnen inspelen op nieuwe omstandigheden en te werken met de nieuwste ontwikkelingen. Als dat lukt, dan is de stad volgens Nico Zornig écht slim. “Als je aan één knopje draait dan heeft dit effect op heel veel gebieden.”

Dé uitdaging van steden? Volgens Nico Zornig een slim samenspel creëren van mobiliteit, economie, milieu en infrastructuur. Sturen op één aspect werkt volgens de Director Smart Cities bij TNO allang niet meer. Als voorbeeld geeft hij het verbeteren van de luchtkwaliteit. De simpele oplossing? Minder (vracht)auto’s toelaten in de stad. Maar dat heeft effect op de economie en de aantrekkelijkheid van een stad, dus zo’n op zichzelf staande maatregel werkt volgens Zornig niet. “Geloof me, de simpele oplossingen zijn al wel doorgevoerd. Wat rest is een samenspel tussen de verschillende aspecten, in een wereld waar innovaties zichzelf steeds sneller opvolgen.” Het is volgens de Smart City-expert essentieel dat we daarbij samenwerken. En dan bedoelt hij iedereen: burgers, bedrijven, overheid en kennisinstellingen. “We moeten inclusiviteit creëren: het gezamenlijk doen, over de domeinen heen. Anders komen we er niet.”


U bent nu bijna een jaar director Smart Cities bij TNO: hoe smart zijn de Nederlandse steden?

“Eigenlijk noemt iedere stad zichzelf een Smart City, het is echt een buzzwoord. Dus in die zin zijn alle Nederlandse steden smart. Maar als ik het heb over een Smart City, dan heb ik het over continu leren, over elke keer weer kennis en informatie tot je nemen, daar feitelijk mee omgaan en integraal kijken naar de problematiek. Steden moeten niet meer per beleidsdomein een probleem benaderen, maar integraal, over de domeinen heen. Daarnaast moeten steden een grote mate van adaptiviteit bezitten, ze moeten continu kunnen bijsturen. Dát is slim.”


En als u dan de vraag moet beantwoorden: hoeveel steden zijn smart in Nederland?

“Dan zijn het maar heel weinig steden. Er wordt veel te veel naar processen gekeken, en te weinig naar het uiteindelijke doel. Er moet vooral integraler gewerkt worden. Als je aan één knopje draait dan heeft dit effect op heel veel gebieden. En op het uiteindelijke doel.”


Is het u meegevallen of tegengevallen?

“Als je kijkt naar innovatie dan is Nederland als geheel goed bezig, op sommige gebieden zoals logistiek vervullen we zelfs een voorbeeldfunctie. We zijn een land waar geïnnoveerd wordt, en waar mensen het ook leuk vinden om aan de slag te gaan met een innovatie.”


Maar?

“Als je kijkt hoe er nu overwegend gewerkt wordt, dan ben ik bevestigd in mijn beeld: te weinig integraal en te procesmatig. Dat laatste komt grotendeels door onze traditie van aanbestedingen. Bij een aanbesteding is er een winnaar en die moet er uiteindelijk gewoon voor zorgen dat het gebouw of die snelweg er komt binnen de gestelde afspraken en volgens de mogelijkheden die er op dat moment zijn. Maar de wereld en de omgeving verandert constant. Dus wellicht blijkt na een jaar dat er betere of goedkopere mogelijkheden zijn om het doel te bereiken. Er moet een flexibiliteit zijn waar die mogelijkheden ook toegepast kunnen worden. We moeten dus naar gedeeld eigenaarschap, waarbij er niet wordt gekeken naar of degene die de aanbesteding heeft gewonnen doet wat ‘ie heeft beloofd, maar naar of alle partijen samen nog steeds bezig zijn het doel te bereiken, rekening houdend met alle mogelijke nieuwe technieken.”


Kunt u eens een specifiek voorbeeld geven?

“Veel steden zijn momenteel bezig met het vervangen van vervuilende bussen voor elektrische bussen. Dat duurt 10 jaar, en dus wordt er nu een aanbesteding gedaan voor dat tijdsbestek, maar daarbij wordt maar beperkt rekening gehouden met de technieken van overmorgen. Terwijl die technieken elk jaar beter en slimmer worden. Dat moet je dus niet doen, je hebt adaptiviteit nodig, waarbij het doel vaststaat maar de manier waarop je dat gaat bereiken flexibel is. Dan ben je slim bezig.”


Waar ligt de kracht van Nederlandse Smart Cities?

“Zoals gezegd: in Nederland zijn we goed in het adopteren van innovaties. We staan open voor veranderingen. Daarnaast zijn we goed in samenwerken. Vanuit die gedachte moeten we in staat zijn om minder verkokerd te acteren. Tenslotte wordt er in ons land aan alle kanten geprobeerd om data open en toegankelijk te krijgen. Heel belangrijk voor een Smart City, want je kan pas smart zijn als data ontsloten is en iedereen ervan kan profiteren.”


Is Nederland niet één grote Smart City?

“Je hebt de Randstad plus Eindhoven met in het midden het Groene Hart dat kan figureren als Central Park. Als je dat gebied vanuit het gezichtspunt van een Londenaar of een New Yorker bekijkt, dan zou je kunnen zeggen: ja, dat is eigenlijk één grote stad. Maar zo zijn we bestuurlijk niet georganiseerd én zo ziet het buitenland ons ook niet. Die zien Rotterdam en Amsterdam echt als twee totaal verschillende steden. Het heeft ook voordelen om het apart te doen. Zo heeft elke stad zijn eigen focus: Rotterdam met zijn haven, Amsterdam als handelsstad, Eindhoven als ‘de slimste regio’. De grote steden zijn bezig zich op verschillende manieren te positioneren, maar willen daarnaast ook kennis delen. Zo kunnen ze elkaar versterken.”


Tenslotte: waar ligt de kracht van het buitenland?

“Andere landen kunnen vaak sneller doorpakken. In Nederland heerst een poldercultuur, waarbij iedereen zijn zegje moet kunnen doen. Prima voor het draagvlak en de integraliteit, maar niet voor de snelheid van de besluitvorming. In andere landen is minder democratisering, en wordt er gewoon een besluit genomen en gehandeld. Daarnaast zie je dat er in landen met minder legacy, dus minder geschiedenis op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, systeemsprongen kunnen worden gemaakt. Neem bijvoorbeeld telefonie. In India kunnen ze vanuit de achterstand die ze hebben op dat gebied, het hele vaste telefoonnetwerk overslaan, en naar de toekomst kijken: mobiel. Maar goed, ook daar geldt: wat is smart? Kijk je dan naar hoe snel je nieuwe dingen kunt implementeren? Ook dat is maar tijdelijk. Ze moeten ook daar adaptiviteit inbouwen, ze moeten zorgen voor een lerend systeem, anders lopen ze over een paar jaar weer achter.”

Delen

Journalist

Jerry Huinder

Related articles