Weekly News

Gerrit Slooter en Peter de Keizer WELZIJN

Kankeronderzoek leidt tot nieuwe ontwikkelingen

Jaarlijks krijgen in Nederland zo’n 110.000 mensen kanker, zo vermeldt KWF Kankerbestrijding. Dankzij wetenschappelijk onderzoek overleven steeds meer mensen deze ziekte, maar nog altijd overlijden er jaarlijks zo’n 45.000 Nederlanders aan de gevolgen van kanker. Veel van de door KWF Kankerbestrijding gefinancierde onderzoeken zijn gericht op nieuwe, betere behandelmethoden, maar onderzoekers nemen óók de invloed van leefstijl en het verouderingsproces onder de loep.

Een voorbeeld van zo’n onderzoek is het onderzoek naar senescente cellen. Menselijke cellen hebben niet het eeuwige leven. Ze sterven af en moeten vervolgens vervangen worden door een nieuwe cel. Wanneer we ouder worden delen de cellen minder snel en kunnen beschadigde cellen niet langer goed herstellen. Met een verkeerde mutatie kunnen deze cellen zelfs tot kanker leiden.


Als cellen die kampen met schade niet netjes worden gerepareerd kan het zijn dat de defecte cel niet langer doorgroeit, maar wel in het lichaam blijft zitten. Dit proces wordt ‘senescence’ genoemd. Deze senescente cellen kunnen kanker veroorzaken, maar kunnen ook ontstaan na straling of chemotherapie. “Straling of chemotherapie veroorzaakt schade aan een tumor, maar ook aan gezonde cellen”, vertelt Peter de Keizer, die bij het UMC Utrecht onderzoek doet naar de rol van senescente cellen bij kanker. “Als deze cellen daar niet goed mee omgaan, gaan ze in senescence. Dat is aan de ene kant goed, want het zorgt dat defecte cellen niet langer delen.”


Toch zit er ook een grote keerzijde aan senescence. Senescente cellen scheiden namelijk eiwitten uit (zogenaamde SASPs), die ervoor zorgen dat kankercellen resistent worden voor chemo- of radiotherapie. “Dat betekent dus dat chemotherapie er eerst voor zorgt dat cellen senescent worden. Deze gaan vervolgens SASPs uitscheiden, en die maken op hun beurt kankercellen resistenter tegen de tweede behandeling.”


Het doel van De Keizer en zijn collega’s? “We willen die vervelende feedbackloop platleggen.” Daarvoor hebben ze stoffen ontwikkeld waarmee ze specifiek de senescente cellen dood kunnen maken. “In het laboratorium en bij muizen lukt dat goed. Nu is de vraag of de techniek ook bij kankerbestrijding ingezet kan worden: dat we kunnen voorkomen dat tumoren resistent worden voor behandeling door senescente cellen dood te maken.”


Of cellen ook minder snel in senescence gaan wanneer een gezonde levensstijl gehanteerd wordt, is nog niet bevestigd, maar er is wel goede hoop dat de kans op kanker minder groot is wanneer er gezond geleefd wordt. En er kan met zekerheid gesteld worden dat de kwaliteit van leven vergroot wordt.


Aan het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven onderzoeken chirurg Gerrit Slooter en arts-onderzoeker Gwen Thomas het belang van gezond eten en bewegen. Niet zozeer voor de preventie van kanker, maar voor het welslagen van de behandeling. Na een succesvolle eerste studie durven zij namelijk te stellen dat de patiënt in de weken tussen de diagnose darmkanker en de operatie verrassend veel kan doen om de kans op een succesvolle behandeling te vergroten.


“Het is belangrijk om de patiënt in een zo goed mogelijke conditie aan de start van de operatie te krijgen”, vertelt Slooter. “Dat beïnvloedt zowel de operatie zelf als het herstel daarna. We zien dat de kans op complicaties omlaag gaat. Als je een stuk darm ertussenuit haalt, kan lekkage optreden. Maar zo’n complicatie komt minder vaak voor bij fitte patiënten. Ook het herstel na de operatie verloopt vlotter. En vaak kunnen ze sneller na de operatie naar huis.”


Toch blijft de vraag wat je in zo’n korte periode kunt bereiken. “We stemmen het programma af op de specifieke situatie van de patiënten”, vertelt Thomas. “In een grotere studie willen we nu laten zien dat het programma voor minder complicaties zorgt én kosteneffectief is.” Voor de studie krijgen de deelnemers een conditietest, waarin gemeten wordt hoe fit ze al zijn. “Afhankelijk van de resultaten bekijken we welk programma de patiënt aan kan. Zijn ze al wat fitter? Dan kan er een zwaarder programma ingezet worden.”


Omdat er minder complicaties voorkomen is het programma zeer kosteneffectief, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de patiënt. Slooter: “Ik merk dat ze blij zijn met dit programma, een betere kwaliteit van leven hebben. Ze krijgen individuele aandacht en voelen zich fitter. Mentaal kunnen ze het feit dat ze kanker hebben veel beter aan, dat helpt enorm bij hun herstel.”

Delen

Journalist

Marjon Kruize

Related articles