Weekly News

Bernard Bot ECONOMIE

Bernard Bot: 'Ondernemen zit ons in de genen'

Nederland was én is een grote speler op het internationale handelstoneel. Maar dat betekent volgens Bernard Bot niet dat we op onze lauweren kunnen rusten. “Het kan bliksemsnel veranderen.”

Het grootste gevaar is dat we gezapig worden.

Een fotomoment en een filmmoment. Dat is hoe je de Nederlandse positie internationaal kan beoordelen volgens Bernard Bot, oud-minister van Buitenlandse Zaken en tegenwoordig lobbyist voor complexe internationale gelegenheden bij Meines Holla & Partners. “En als we dan kijken naar het fotomoment dan constateer ik dat we het heel goed doen, we zijn het beste jongetje van de klas in Europa. We bloeien en we groeien.” Maar als Bot het in een wat langer perspectief plaatst, het filmmoment, moeten we volgens de Brusselveteraan wel oppassen. “Er zijn veel kapers op de kust en we moeten niet terugvallen in zelfgenoegzaamheid. Dat is het grootste gevaar als je het goed doet, dat je daardoor achteropraakt. We krijgen een hele nieuwe orde in de komende tien jaar.” Bot doelt daarmee in de eerste plaats op de Brexit en de nieuwe verhoudingen die dat gaat opleveren. “En in de tweede plaats weten we niet hoe snel China en andere Aziatische landen gaan oprukken. Dat betekent dus dat we voortdurend naar voren, maar ook naar achteren moeten blijven kijken.”


Als we even focussen op de Brexit, wat denkt u dat dit gaat betekenen?

“Het enige dat ik weet uit jarenlange ervaring als onderhandelaar is dat we altijd iets vinden. Ik geloof niet dat het een bikkelharde Brexit wordt, iedereen is zich ervan bewust dat een harde Brexit noch voor Engeland noch voor ons goed is. En zelfs al mocht dat toch gebeuren, dan betekent dat echt niet dat de handel tussen Nederland en Engeland opeens stilligt. Wij zijn uitermate goed in het vinden van wegen om toch handel te blijven drijven.”


Hoe komt dat? Waar zijn wij uitmuntend in?

“Ondernemen zit ons in de genen. Toen Indonesië de tabaks- en cacaohandel verlegde naar Hamburg, veranderde er niks, want iedereen die in die handel zat verhuisde gewoon mee. En tot op de dag van vandaag zijn het Nederlandse handelaren die bepalen hoe die markt loopt. Onze grootste asset is onze ondernemingszin en eeuwenlange ervaring.” 


En verder?

“We hebben een goede reputatie: hard, maar betrouwbaar. Dat hoor je overal. Betrouwbaarheid is een enorme asset. Ik zeg altijd: ‘Zorg ervoor dat je altijd als betrouwbaar wordt gezien, zelfs al is je handelspartner onbetrouwbaar’.”


En wat is onze grootste valkuil?

“Zelfgenoegzaamheid. Een instelling als ‘het hoeft allemaal niet zo, het gaat toch goed’ of een houding van ‘het zal wel eeuwig zo goed blijven’, is heel gevaarlijk. Het kan bliksemsnel veranderen. Kijk naar landen als India en China: daar is de absolute wens om te blijven ontwikkelen enorm groot. Daar wil iedereen het beter doen en beter hebben dan de vorige generatie. Dat moeten we ook blijven houden. Het grootste gevaar is dat we gezapig worden.”


Hoe ziet u de rol van Europa in het licht van Nederland als handelsnatie?

“Die rol is en blijft vitaal. Onze boterham ligt in een sterk Europa. En dat is niet alleen omdat we nu het grootste deel van onze internationale handel halen uit Europese landen, maar ook als tegenwicht tegen de grootmachten buiten Europa. En daar hoort dus ook verdere voltooiing van de Europese interne markt bij. Voor Nederland als doorvoerland is dat enorm belangrijk. Dan moet je niet kortzichtig zijn en mopperen dat het geld kost. Ik zeg altijd: ‘Je moet je mond houden, en ondertussen handelen’. Met andere woorden: Rutte en consorten kunnen nu wel tegen bepaalde Europese voornemens opponeren, maar we hebben onze partners nodig, in alle opzichten.” 


Dus meer Europa?

“Ja. Maar niet in de zin van dat we een Europese regering moeten hebben of een Europese buitenlandse politiek. Economisch en financieel meer, en laat dat andere even rusten. Een grotere markt kunnen we gebruiken. We zijn nu 500 miljoen, als we straks 600 miljoen zijn, dan is dat ook goed. Hoe groter je bent, hoe meer kracht je hebt.”

 

Even naar een ander deel van de wereld: Amerika. U heeft in dit land gestudeerd en er tijdens uw carrière veel mee te maken gehad. Wat kunnen we op handelsgebied leren van de Amerikanen?

“Amerikanen bezitten een enorme flexibiliteit en veerkracht. Amerika is een innovatief land, een ondernemend land, maar ook een hard en onverbiddelijk land. Je kan vreselijk onderuitgehaald worden, maar je krijgt ook alle kansen om weer op te veren. Daarnaast zijn ze hele goede zakenlieden. Wat zakendoen betreft kunnen we ons wel meten aan de Amerikanen, we zouden wat dat betreft broer en zus kunnen zijn.”

 

Zal Amerika zijn rol als leidende handelsnatie tot in de lengte van jaren behouden?

“Nee, op den duur zal China gewoon de nummer 1 economie worden. Ze zijn ontstaan in 1949 en in 2049 willen zij het grootste, sterkste, machtigste en meest kennisrijke land van de wereld zijn en Amerika van de troon stoten. De 100 jaar marathon zoals ze zelf zeggen. En ze zijn hard op weg, maar Amerika zal zijn positie niet zomaar prijsgeven. Amerika is op het gebied van nieuwe economie bijvoorbeeld nog steeds koploper. Google, Facebook, Apple: allemaal Amerikaanse bedrijven.”


Ziet u China als nieuwe wereldmacht als een kans of een bedreiging voor Nederland?

“Beide. We kunnen heel goed zakendoen met elkaar. We worden niet voor niets de Chinezen van het Noorden genoemd. Dat komt doordat we veel van dezelfde eigenschappen bezitten: volhardend, geduldig in het zakendoen, betrouwbaar. En niets is zo belangrijk als vertrouwen als je zaken wil doen met Chinezen.”


Maar aan de andere kant?

“Moeten we ervoor zorgen dat we onszelf beschermen. Als Chinezen willen investeren in de haven van Rotterdam, dan is dat prima, maar wij moeten wel de baas blijven. Hetzelfde geldt voor de infrastructuur. Samenwerken ja, maar wel onder goede voorwaarden.”


Tot slot: wat zou u Nederlandse ondernemers, die in het buitenland willen opereren, aanraden? 

“Wees creatief, maar vooral: informeer jezelf vooraf. En doe het: Nederlanders moeten zoveel mogelijk naar het buitenland, daar zijn we sterk in. Het is dan misschien wel David tegen Goliath, maar we zijn wel een hele sterke David. Een David die niet alleen een slinger heeft, maar een slinger met een robot erin. Maar: denk niet dat je in drie maanden echt zaken kan doen. Je moet over een lange adem beschikken.”

Feit

Bernard Bot was minister van Buitenlandse Zaken in de kabinetten Balkenende II en III en vervulde daarnaast veel verschillende rollen in de buitenlandse politiek. Hij is tegenwoordig werkzaam als lobbyist bij Meines Holla & Partners. In 2015 verschenen zijn memoires, Achter bezien.

Delen

Journalist

Jerry Huinder

Related articles